Vrijwilligers zoeken afval op de hellingen en gletsjers van Mont Blanc.

ReportageZwerfvuil

Overal laten bergbeklimmers afval achter, maar de Mont Blanc is brandschoon

Vrijwilligers zoeken afval op de hellingen en gletsjers van Mont Blanc.Beeld C.Hurgon CAF

Het toerisme laat zijn sporen na in het hooggebergte. Ook daar lijdt de natuur onder afval. Het kan ook anders, is te zien in Chamonix, aan de voet de hoogste piek van West-Europa, Mont Blanc.

Zijn pickel klonk zich vast in vele rots- en ijswanden, zestig keer stond hij op de top van de Mont Blanc, het gezicht vertoont groeven van vele zonuren en gure winden in het hooggebergte. Olivier Greber is voorzitter van de Compagnie des Guides de Chamonix en al dertig jaar berggids. Op deze mooie herfstdag zit hij op een pleintje met uitzicht op het indrukwekkende massief dat hij kent als zijn broekzak. Turend naar de beroemde, ronde top: “Tijdens mijn eerste seizoen als jonge gids ben ik zeventien keer naar boven gegaan. Ik wilde steeds weer. Het examen deed ik in 1989 op de Bossons-gletsjer eronder.”

De twee meest markante gletsjers bij Chamonix zijn de Bossons en Mer de Glace (tevens de grootste van Frankrijk). In de zomer neemt Greber groepen mee de gletsjers op of gaat met hen klimmen in het hooggebergte. In de winter begeleidt hij off-piste skitochten en ijsklimmers. Om te horen of zwerfvuil de witte mantel en paden van de Mont Blanc ontsiert, moet je bij hem zijn.

Kroonkurken onder de schoenen

Want hoe staat het ervoor? De burgemeester van een nabijgelegen dorp maakte zich in de media druk om toeristen die klakkeloos en onvoorbereid naar boven gingen. Sommige namen spandoeken mee en ze lieten zwerfvuil achter. Greber kent de verhalen, ja, vooral die van de Brit die met een roeimachine op z’n rug naar de top ging voor een goed doel, uitgeput raakte en zijn fitnessapparaat halverwege moest achterlaten. Volgens de gids zijn het uitzonderingen.

Zeker, de Mont Blanc is een iconische en geliefde berg om te beklimmen, maar in zijn beginjaren als gids zag hij juist meer ongetrainde mensen naar boven gaan. Neem de hoogstgelegen berghut op de klassieke route naar de top, Refuge du Goûter, waar mensen kriskras door elkaar sliepen, omdat er geen bedden meer waren. Of klimmers die kroonkurken onder hun schoenen bonden voor grip. Beide ziet hij niet meer.

Lange rijen op de berg (denk even aan de beroemde foto van klimmers in de file naar de top van de Mount Everest, die andere icoon)? Greber: “Vroeger zag ik die wel, nu niet meer. Een slaapplek reserveren in de hut is tegenwoordig verplicht. Zo is er automatisch een limiet gesteld.” Hiervoor maakte de genoemde burgemeester zich hard. Net als voor de komst, zomer 2019, van de brigade blanche die klimmers onderweg controleert op de hut-reservering en hun uitrusting en informatie geeft over de weersomstandigheden.

Olivier Greber op de top van de Mont Blanc, de berg die hij als zijn broekzak kent. Beeld
Olivier Greber op de top van de Mont Blanc, de berg die hij als zijn broekzak kent.

Noodsituaties

Geen gekke drukte meer dus, en minder zwerfvuil hierdoor. Maar er is nog iets. Greber: “Wandelaars en klimmers lijken zich meer en meer bewust van de kwetsbaarheid van dit gebied. Men verliest weleens een plastic waterflesje of mondkapje, en rond restaurants ligt wat meer, maar dat is het. Als wij gidsen rommel op de paden zien pakken we het op, voilà. Dat zijn geen grote hoeveelheden. Waar we in de lente soms wel troep aantreffen, is in gesloten berghutten waarvan ’s winters altijd één ruimte open blijft voor noodsituaties. Daar bivakkeren mensen bij onverwacht slecht weer bijvoorbeeld.”

Corinne Saltzmann bevestigt de afname van zwerfvuil. Ze is consultant duurzame ontwikkeling en werkt voor de Alpine Club Chamonix: “Mensen die hier wandelen en klimmen hebben de afgelopen twintig jaar geleerd de bergen te respecteren en geen afval achter te laten. Voorlichting, bewustmakingscampagnes én onderwijs op scholen werpen hun vruchten af.”

Afval en smaragden op de gletsjers

Het afval concentreert zich op de gletsjers. Als in een trechter komt het hier samen, om vervolgens door de traag bewegende ijsmassa te worden meegevoerd. Jaren kan het duren voor iets aan de oppervlakte komt. Zo vond een Franse alpinist in 2013 een metalen doosje met robijnen, saffieren en smaragden op de Bossons-gletsjer. Waarschijnlijk lag het aan boord van een van de (wonderbaarlijk genoeg) twee Indiase vliegtuigen die neerstortten op de Mont Blanc, één in 1950, het andere in 1966. Ook werden vijftig jaar na dato lichaamsresten en een Indiase krant op de gletsjer gevonden.

Op de Mer de Glace, een gletsjer aan de noordzijde van de Mont Blanc, is jaarlijks in september een grote schoonmaakactie waaraan verschillende organisaties meewerken. Saltzmann: “De schoonmaakactie is in 1978 op touw gezet. Sinds vijftien jaar wordt het verzamelde afval gewogen. De hoeveelheid schommelt tussen twee- en vierduizend kilo per jaar. Uit de aard van het afval blijkt dat het van vóór 2000 is, een tijd waarin het milieubewustzijn minder was, de regels minder streng en berghutten minder goed waren uitgerust. Het gaat om afval van de bouw van berghutten en skiliften en het gebruikelijke vuilnis zoals ingeblikt voedsel, veel glas en wat plastic. De hoeveelheid zal dus afnemen.”

De Mer de Glace is een van de grootste gletsjers bij Chamonix. Beeld
De Mer de Glace is een van de grootste gletsjers bij Chamonix.

Dit jaar merkten ze dat al. De schoonmaakploeg vond weinig en daarom werd de grote opruimactie niet georganiseerd. Hierom en dankzij voorlichtingscampagnes, regelgeving en verplichte hut-reserveringen valt het dus mee met het (plastic) afval. Dat geldt niet voor alle berggebieden. Ter vergelijking: rond de Mont Blanc werd in 2019 drieduizend kilo afval ingezameld, rond de Mount Everest was dat tienduizend kilo. Aan BBC Nepali vertelt een sherpa dat dit eigenlijk nog meer is, omdat het alleen om zwerfvuil op lagere hoogtes gaat.

Alpensneeuwhoen

Wel zijn veel grotere milieuproblemen zichtbaar rond Chamonix: smeltende gletsjers plús een gehalveerde groei ervan in 40 jaar door minder sneeuwval, steenlawines door dooiend permafrost, een opschuivende boomgrens. De laatste tien jaar ziet Greber de veranderingen sneller gaan. En hij maakt zich zorgen. Op de plek waar hij dertig jaar geleden examen deed op de Bossons-gletsjer, is nu geen ijs meer maar liggen stenen en rotsen. “Ook de Mont Blanc is technisch een grotere uitdaging geworden om te beklimmen door minder sneeuw en ijs en meer (vallende) rotsen.”

De bergen houden hun aantrekkingskracht en zijn werk zal hij blijven doen, zegt hij, maar wel met aanpassingen: “Als gidsen moeten we ons meer richten op het delen van een geweldige bergervaring, zonder per se de top te willen bereiken. Vertellen over de biodiversiteit en dieren zoals de Alpensneeuwhoen die het moeilijker heeft. Omdat z’n witte verenkleed hem ’s winters niet meer beschermd, als camouflage, tegen steenarenden door te weinig sneeuwval.”

Lees ook:

Wandelen in Nepal, maar wel een hotel met sauna alstublieft

Nepal wil meer toeristen ontvangen. Dat is goed voor de economie, maar niet voor het fragiele ecosysteem van de Himalaya. Steeds grotere aantallen bezoekers willen steeds meer luxe op steeds grotere hoogte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden