Vogelboek

Over vogels kun je gerust een boek van zes kilo schrijven

Twee van de beroemde illustaties uit Luuk Tinbergens 'Volgens in hun domein' uit 1941. Het gemengde bos in de binnenduinrand herbergt een rijke vogelbevolking, zowel in variatie als in aantallen. Het 35 jaar oude dennenbos is daarentegen relatief arm aan vogels.  Beeld
Twee van de beroemde illustaties uit Luuk Tinbergens 'Volgens in hun domein' uit 1941. Het gemengde bos in de binnenduinrand herbergt een rijke vogelbevolking, zowel in variatie als in aantallen. Het 35 jaar oude dennenbos is daarentegen relatief arm aan vogels.

De Vogelbescherming Nederland liet op een rijtje zetten welke vogels op zijn minst in een bepaald gebied voor zouden moeten komen. Het leverde zes kilo boek op; niet zo handig voor wie met verrekijker het veld in wil, maar onmisbaar voor wie het veld wil ontwikkelen

Ze zijn beiden niet van het type vogelaar dat alles uit de handen laat vallen op het moment dat ergens in een uithoek een bijzondere soort wordt gezien. En dat komt goed uit, want voor Nederlandse vogels in hun domein moesten de auteurs Robert Kwak en Jip Louwe Kooijmans, beiden werkzaam bij Vogelbescherming Nederland, zich vastbijten in het gewoonste van het gewoonste. Niet de bedreigde vogels van de Rode Lijst en al helemaal niet de dwaalgasten die maar eens in de zoveel jaar een keer worden gezien. “Wat wij in dit boek proberen te beschrijven is de basiskwaliteit van de Nederlandse landschappen”, vertelt Kwak. “Welke vogels horen in een gewoon landschap voor te komen, ook als daar geen hek met een bordje ‘Beschermd Natuurgebied’ omheen staat?”

Voor hun boek analyseerden de auteurs eerst de gegevens van de jongste Vogelatlas, van Sovon Vogelonderzoek Nederland, een dik boek dat alle broedvogels en wintervogels in blokjes van één bij één kilometer op de kaart van Nederland projecteert. Kwak: “Vervolgens hebben we Nederland verdeeld in 71 verschillende landschappen, van de Waddenzee in het noorden, tot het stedelijk landschap van de kerkdorpen in het zuiden aan toe. Welke algemene vogels horen volgens de atlas van Sovon bij welk landschap?”

De vogels van het Hoogveen in Zuid-Holland. Beeld Illustratie: Elwin van der Kolk, foto: Wim van der Ende, infographic: Sam Gobin
De vogels van het Hoogveen in Zuid-Holland.Beeld Illustratie: Elwin van der Kolk, foto: Wim van der Ende, infographic: Sam Gobin

“Het boek geeft daarmee een genadeloos tijdsbeeld”, vult Louwe Kooijmans aan, “een tijdsbeeld waar je niet per se vrolijk van wordt. De Vogelatlas is in 2018 uitgebracht. Als je dan gaat analyseren welke vogels bij welk landschap horen, dan ga je je gaandeweg ook realiseren wat we allemaal al kwijt zijn geraakt. De ringmussen die steeds schaarser worden op het boerenland, de veldleeuweriken die je steeds minder ziet… Vogels waar je vroeger bij wijze van spreken je opschrijfboekje niet voor uit je zak haalde, maar die je nu nauwelijks nog tegenkomt. We hebben ons landschap in de afgelopen decennia behoorlijk drastisch veranderd en dat zie je in de vogelgemeenschappen terug.”

Oud dennenbos op schrale grond

De auteurs hebben hun boek niet volgepropt met tabellen vol vogelsoorten en aantallen. In plaats daarvan hebben ze een bijzondere, visuele manier gekozen om in één oogopslag te laten zien welke vogels bij een landschap horen. Louwe Kooijmans: “Het is een methode die we geleend hebben van de vermaarde hoogleraar dierkunde Luuk Tinbergen. Die schreef in 1941 het boek Vogels in hun domein. In vierkantjes die tien hectare natuur voorstelden, zie je daar steeds de plaatjes van de vogels die op die tien hectare moeten voorkomen. Op het plaatje van een gemengd bos aan de binnenduinrand zie je dan bijvoorbeeld 18 merels getekend, 15 koolmezen, 7 houtduiven enzovoort. In een oud dennenbos op schrale grond staat maar één koolmees, één houtduif en één kuifmees. Zo krijg je op een heel makkelijke manier een idee van de dichtheid en de variatie aan vogels in een bepaald gebied.”

In hun eigen boek hebben de auteurs de algemeenste vogels ook in brokjes van tien hectare weergegeven en de iets schaarser soorten in grotere stukken, van een vierkante kilometer. De broedvogels en de wintervogels krijgen steeds hun eigen vierkantje. Zo zie je dus dat je op tien hectare Waddenkust tegenwoordig vier paar broedende eiders mag verwachten, naast één koekoek per vierkante kilometer. In de winter mag je op de heide-bossen in het oosten van Nederland acht koolmezen verwachten naast twee goudvinken op iedere vierkante kilometer.

De vogels van het stedelijke gebied. Beeld Illustratie: Elwin van der Kolk, foto: Wim van der Ende, infographic: Sam Gobin
De vogels van het stedelijke gebied.Beeld Illustratie: Elwin van der Kolk, foto: Wim van der Ende, infographic: Sam Gobin

“Ons boek is vooral bedoeld als basis voor een vergelijking”, zegt Kwak. “Om het in termen van bedrijven te zeggen: een benchmark voor de beleidsmakers. Het is zeker geen keiharde norm, in de zin dat een gebied niet deugt als je níet het juiste aantal koolmezen in je bos hebt. Maar het kan wel inspirerend zijn. Terreineigenaren weten over het algemeen wel wat ze in een bepaald gebied kunnen verwachten. Maar voor beleidsmakers is het begrip biodiversiteit nog vaak heel abstract. Hier kunnen ze in één oogopslag zien wat vogeldiversiteit in de praktijk nou eigenlijk voorstelt.”

Zomertortels

Wanneer een gebied níet aan de juiste basiskwaliteit van het betreffende type landschap voldoet, geeft het boek ook aanknopingspunten wat daaraan te doen is. Louwe Kooijmans: “We hebben geanalyseerd wat de belangrijkste problemen zijn, waarmee je ook handvatten hebt om de problemen aan te pakken. Als je langs de oude bossen in het midden van ons land weer struweelvogels als zomertortels wilt terugkrijgen, dan zal je iets aan de verdroging en de verzuring moeten doen.”

Ondanks dat Louwe Kooijmans af en toe depressief zegt te worden van de soorten die hij in zijn jeugd nog wel veel zag, maar in het boek niet meer, put hij naar eigen zeggen ook hoop uit de positieve voorbeelden die ook bij ieder landschapstype worden genoemd. “Bij ieder van de 71 landschappen hebben we concrete voorbeelden genoemd waar het wél goed gaat, zelfs in een landschap als de bollenstreek. De bollenteelt staat bekend om het extreme gifgebruik, maar bijvoorbeeld in Sint Maartensbrug laat een biologische bollenteler zien dat je ook zonder gif bloembollen kunt telen. Dat zie je vervolgens ook terug in de vogels die rond zijn erf voorkomen, zoals tien paartjes van de patrijs!”

De vogels van de Waddenzee. Beeld Illustratie: Elwin van der Kolk, foto: Wim van der Ende, infographic: Sam Gobin
De vogels van de Waddenzee.Beeld Illustratie: Elwin van der Kolk, foto: Wim van der Ende, infographic: Sam Gobin

“Uiteindelijk”, grapt Kwak, “is Nederlandse vogels in hun domein met zijn zes kilo en 680 bladzijden ook best een handige vogelgids. Natuurlijk niet een die je in je rugzakje meesjouwt, maar wel een die je vooraf kunt raadplegen om te zien wat je allemaal kunt verwachten in een bepaald gebied. Vogelskijken is populairder dan ooit. Dan helpt het om als beginnende vogelaar te zien wat de diversiteit op dit moment is in een bepaald landschap.

Kieviten in de polder

“En het kan ook een hulpje zijn om de gemeente, de provincie of een terreineigenaar te bestoken met vragen. Waar zijn de kieviten die je in deze polder zou mogen verwachten? Kunnen we daar misschien iets aan doen?”

“We hopen vooral dat dat begrip ‘basiskwaliteit’ wordt opgepikt door beleidsmakers”, zegt Kwak. “Het hoeft zeker geen wet te worden, zoals de beschermende Natura-2000 richtlijn, maar als het een aanzet wordt tot discussie over de stand van de vogels in het land, zou dat mooi zijn.”

Robert Kwak en Jip Louwe Kooijmans, Nederlandse vogels in hun domein, uitg. KNNV, blz 680, prijs: €74,95

Lees ook:

Bekijk de wereld door de ogen van één lepelaar

Lepelaar Sinagote kreeg in 2013 een zendertje. Al bijna acht jaar lang hebben vogelonderzoekers daardoor een inkijkje in Sinagotes leven.Ze leren bijvoorbeeld hoe je een goede fourageerplek aanlegt.

Hoe de Oostvaardersplassen er nu bij liggen, na felle discussies over herten, het waterpeil en jonge boompjes

Het waterpeil in het moeras gaat omlaag, dammen en kaden worden opgeworpen, slenken gegraven en jonge boompjes aangeplant. Na de felle discussie over de grote grazers wordt nu gewerkt aan heel andere Oostvaardersplassen. De boswachter laat zien hoe het gebied er nu bij ligt. ‘Ik ben hier zo trots op.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden