InterviewEllen Mensink

Oprichter Loop.a life: ‘Van al het textiel dat jaarlijks wordt verbrand kun je heel Nederland kleden’

De coronacrisis gaat voorbij aan het duurzame kledingmerk Loop.a life. Consumenten kopen misschien minder kleding maar doen dat wel bewuster, merkt oprichter Ellen Mensink.

Ellen Mensink, directeur van Loop.a life: "Dankzij de coronacrisis steeg de online verkoop van duurzame mode met liefst 140 procent."Beeld Patrick Post

Schuin tegenover het Amsterdamse kantoor van duurzaam ­kledingmerk Loop.a life staat een drietal ondergrondse afvalcontainers met rondom een hoop rotzooi, waaronder krakkemikkig meubilair. Mogelijk nog een staartje van de enorme opruimwoede die de kop opstak na het uitbreken van de coronacrisis, speculeert een medewerker bij de voordeur. En niet ondenkbaar dat in de grijze afvalzakken die staan te dampen in de warme najaarszon textiel zit. Want vooral ook een aanzienlijke hoeveelheid kleding moest van menig huishouden de deur uit, waarmee de toch al enorme berg aan afgedankt textiel alleen maar zal groeien.

Binnen in het aangename hoofdstedelijke honk van Loop.a life schetst oprichter Ellen Mensink beeldend wat we ons moeten voorstellen bij de ruim 305 kiloton die de Nederlandse bevolking in 2018 – het meest recente cijfer – de deur uitdeed. “Vierhonderd voetbalvelden van één meter hoog. De helft ging ­linea recta richting de verbrandingsovens. De overige twee kwarten belandden in het tweedehandscircuit en werden vooral laagwaardig verwerkt om onder meer auto’s te isoleren.”

Dat ‘oud’ textiel grotendeels als afval wordt bestempeld, en op minieme schaal wordt gebruikt voor het maken van nieuwe kleding, is een doodzonde vindt de onderneemster – van huis uit econoom. “Van alles wat jaarlijks wordt verbrand kun je heel Nederland kleden.” Daarom begon ze vier jaar geleden Loop.a life, een nichemerk dat zich profileert als de Nederlandse koploper op het gebied van duurzame mode. “Labels met kleding van hooguit 15 procent hergebruikt textiel – meestal gemaakt van industrieafval – noemen zich al duurzaam”, zegt Mensink. “Ik laat met mijn collecties zien dat je een veel hoger percentage restafval kunt verwerken, zelfs de volle 100 procent. En van lokale reststromen die enkel in Europa tot garens en een collectie worden verwerkt.”

Gerecycled betekent niet per definitie dat het duurzaam is

“Recycled hoeft niet per se duurzaam te betekenen”, verduidelijkt ze. “Reststromen gaan vaak vier keer de wereld over: worden in India gesorteerd, in Europa tot garen gesponnen, in Bangladesh of China tot onder meer kledingstukken geproduceerd, en komen vervolgens weer terug naar Europa om te worden verkocht.”

Ondertussen monsteren we de paar rekken met tijdloze modellen truien en vesten – niet onderhevig aan de zoveelste modegril. Die kunnen dus in principe een leven lang mee, zegt Mensink, die ook de kleuren aanprijst. “Zachte pasteltinten, waaraan geen spatje verf te pas is gekomen – de oorspronkelijke kleuren van de afgedankte truien deden het werk. Zo besparen we op zowel chemicaliën als water.”

‘De pandemie heeft onze omzet meer goed dan kwaad gedaan’

Dit jaar verwacht Loop.a life – gefinancierd door Stichting Doen en een paar private investeerders – break-even te draaien. “Ondanks een korte coronadip in het vroege voorjaar gaat het uitstekend. Het afgelopen halfjaar hebben we dezelfde omzet gedraaid als over heel 2019. De pandemie heeft onze omzet uiteindelijk meer goed dan kwaad gedaan. Mensen zijn erdoor meer aan het denken gezet over de keuzes die ze maken in het leven. Wat haal je precies in huis met een kledingstuk dat aan de andere kant van de wereld onder on­transparante condities tot stand is gekomen? Consumenten zijn volgens mij over het algemeen misschien minder gaan kopen, maar wel bewuster. Daarom denk ik dat deze crisis de duurzaamheidsbeweging zal versnellen.”

Wat vrijblijvend gefilosfeer lijkt dat niet. De ondernemer meldt de afgelopen tijd door ‘opvallend veel’ modebedrijven – waaronder een aantal grote jongens – te zijn benaderd. Een twintigtal, zegt Mensink, die geen namen wil noemen. “Loop.a life kan voor hen als private label (een merk dat levert aan een ander merk, red.) fungeren, en ze ook op weg helpen ‘groener’ te worden. We willen geen ‘gewoon’ kledingmerk zijn, maar bovenal een inspirator en innovator. In de eerste plaats door nieuwe garens te ontwikkelen van lokaal post-consumermateriaal.”

Nieuwe loot aan de stam is het zogeheten Cotton2cotton, dat – het ligt voor de hand – grotendeels uit hergebruikt katoen bestaat. Mensink: “Een kwart van de reststromen die in Nederland op de afvalberg belanden, is van deze grondstof. Een aanzienlijke hoeveelheid, daarom wilden we er – na aanvankelijk gerecyclede wol en spijkerstof te hebben gebruikt – graag mee aan de slag.”

Voor de collectie Cotton2cotton-zomertruien maakte Loop.a life voor het eerst gebruik van de innovatieve sorteerinstallatie van vaste partner Wieland Textiles in Wormerveer, die onder meer de kleding uit de ruim 2000 straatcontainers van het Leger des Heils verwerkt. Een decennium deed Wieland over de ontwikkeling van de Fibersort-machine, die per twee seconden een kledingstuk nauwkeurig scant en sorteert op ­samenstelling, kleur en structuur. Voorheen gebeurde dat handmatig, waarbij volgens Mensink een lastig aspect is dat 60 procent van de labels in kledingstukken van geen kanten klopt.

Het Wormerveerse bedrijf Wieland Textiles heeft een lopende banddie textiel automatisch sorteert.Beeld Olaf Kraak

Circulaire revolutie

De Fibersort – met een nauwkeurigheid van 95 procent – zou voor een circulaire revolutie kunnen zorgen in de textielbranche, omdat die jaarlijks 170.000 ton afgedankte kleding kan redden van het crematorium. ­Alleen moet er vanuit de kledingindustrie dan wel voldoende vraag ­komen naar grondstoffen van afgedankte textiel.

Aan de oprichtster van Loop.a life zal het niet liggen. Ondertussen heeft ze samen met Wieland Textiles een volgende stap gezet. In de ferme loods waar de Fibersort-installatie puft en blaast, komt volgend jaar ook een zogenoemde opschoonmachine te staan, die kledingstukken verlost van ‘vervuilende delen’ als knopen en ritsen. Plus een vervezelaar, waarmee de reststromen worden vermorzeld. Een onderdeel van het productieproces dat nu nog in Zuid-Europa wordt gedaan. “Met deze circulaire kraamkamer lopen we voorop in de wereld”, zegt Mensink.

Maar de keten is pas helemaal gesloten als de maakindustrie terugkeert, besluit ze. Bedrijven die stoffen weven en breien, waarvan er tot aan de jaren zeventig legio waren in Oost-Nederland, de regio waar haar wieg stond. Lachend: “Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik kom uit een familie waarin textiel altijd een grote rol heeft gespeeld”.

Gelooft ze echt in een comeback? Mensink: “Als je naar de cijfers kijkt, is dat geen vreemde gedachte. Dankzij de crisis steeg de online verkoop van duurzame mode met liefst 140 procent. En de tweedehands kledingsector – zowel recycling als hergebruik – wordt een enorme toekomst voorspeld. Bovendien worden kledingbedrijven in de toekomst verantwoordelijk voor de volledige levenscyclus van hun producten. Dat ze met hun eigen reststromen lokaal aan de slag gaan, vind ik niet meer dan logisch. Alleen al vanwege de kosten – door de technologische ontwikkelingen wordt hier produceren alleen maar aantrekkelijker.”

Lees ook:

De kledingbakken van goede doelen zitten vol met huisvuil
Inzamelbakken voor oude kleding worden steeds vaker gebruikt als dumpplek voor vuilnis. Goede doelen raken erdoor in de financiële problemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden