Hoogleraar biodiversiteit Menno Schilthuizen (rechts op de foto) leegt een insectenval in het Amsterdamse Flevopark.

ReportageBiodiversiteit

Op zoek naar nieuwe diersoorten in het stadspark. ‘Daar kan zo een zeldzame soort tussen zitten.’

Hoogleraar biodiversiteit Menno Schilthuizen (rechts op de foto) leegt een insectenval in het Amsterdamse Flevopark.Beeld Bram Petraeus

Biodiversiteit is zoveel meer dan een olifant of neushoorn. Kijk eens in de stad, bewijst Menno Schilthuizen keer op keer. Hij struint met vrijwilligers stadsparken af, op zoek naar nieuwe soorten.

De bodemval is even zoek. Dan vindt een van de vrijwilligers hem in het hoge gras van het Amsterdamse Flevopark: een ingegraven yoghurtbekertje. De ‘insectenval’ is van boven afgedekt met een dun houten plaatje, balancerend op vier satéprikkers. Zo kunnen insecten wel de val in, maar blijven zon en regen buiten.

Dan verschijnt Menno Schilthuizen op het toneel. Hij is hoogleraar biodiversiteit aan de Universiteit Leiden en onderzoeker bij biodiversiteitscentrum Naturalis. Schilthuizen staat te boek als enthousiast expert van kleine bodemdieren. Hij schreef onder andere bekroonde boeken over stadsnatuur en is op deze warme dag getooid met een doek om zijn hoofd. Op zijn rug bungelt een rugzak vol handige attributen als reageerbuisjes en potjes, om de te vangen insecten in te conserveren.

Schilthuizen gaat door de knieën, neemt zijn bril af en inspecteert de vangst. Nieuwsgierig buigen de buurtbewoners en vrijwilligers zich over de yoghurtbeker. Ze nemen allen deel aan een stadsexpeditie die Schilthuizen opzette: vijf dagen lang samen diverse Amsterdamse stadsparken afstruinen, op zoek naar bijzondere soorten.

De yoghurtbeker is gevuld met aaskevers, springstaarten en andere kleine diertjes. Schilthuizen stopt de insecten uit de val in een glazen pot met een alcoholoplossing, om later in het lab te onderzoeken. De stoet onderzoekers pakt de fiets, op naar de volgende val.

Expeditie

Het is de vierde keer dat ‘Taxon Expeditions’, een organisatie die Schilthuizen opzette, deze ‘urbane expeditie’ houdt. De derde bovendien die grotendeels door de gemeente Amsterdam wordt gefinancierd. “De gemeente heeft belangstelling om nog meer onderzoek te laten doen, er is een lijst van zeventien locaties. Ze wil graag informatie over de biodiversiteit in de stad en natuureducatie stimuleren”, zegt Schilthuizen.

De locaties die Schilthuizen en zijn troepen deze week onderzoeken, verschillen sterk. Ze hebben dus elk een andere biodiversiteit. “Het Diemerpark is ooit een afvalstortplaats geweest”, zegt de hoogleraar. “Een vrij droog en warm terrein met een duinlandschap, dus je hebt er veel zuidelijke slakken- en keversoorten. De Joodse begraafplaats is heel anders, veel vochtiger en wilder. En het Flevopark is op zijn beurt echt een klassiek stadspark met aangeharkte gazons en glooiende oevers, waar je niettemin verrassende insectensoorten zou kunnen vinden.”

Onder leiding van Menno Schilthuizen worden insectenvallen uit het Flevopark gehaald. Beeld Bram Petraeus
Onder leiding van Menno Schilthuizen worden insectenvallen uit het Flevopark gehaald.Beeld Bram Petraeus

De groep vervolgt zijn weg in het Flevopark naar de volgende val, een aasval. Het is een beslagen jampotje, waarin wat kipfilet zit. In het deksel zitten gaatjes, waar een vinger - en dus ook een klein bodemdiertje - net in past. Schilthuizen inspecteert de vangst. “Een larve van een kever, pissebedden en een paar spinnen. Het ziet er goed uit.” Eenvoudige yoghurtbekers en jampotjes, het lijkt wat ongewoon voor serieus wetenschappelijk onderzoek. “Je kan ze ook bij de speciaalzaak kopen, maar dan betaal je drie keer zoveel.”

Schilthuizen en zijn collega-onderzoeker Iva Njunjić zijn de enige wetenschappers die vandaag aanwezig zijn bij het leeghalen van de bodem- en aasvallen. Schilthuizen organiseerde jarenlang soortgelijke expedities met enthousiaste leken in de jungle van Borneo en Maleisië, maar doet dat sinds een paar jaar dus ook in de stad. Want, is zijn overtuiging, in het Flevopark in Amsterdam kun je net zo goed nieuwe diersoorten ontdekken als in de bossen van Borneo. “Dat signaal wil ik met deze expedities afgeven.”

Nieuwe sluipwesp en kever

In 2019 kreeg hij zijn gelijk, toen tijdens de eerste expeditie van Taxon Expeditions in het Amsterdamse Vondelpark een nieuwe sluipwesp en een nieuwe kever werden ontdekt. De kever werd vernoemd naar de Britse band The Beatles (‘Ptomaphagus thebeatles’), de sluipwesp werd zelfs vernoemd naar de vindplaats zelf (‘Aphaereta vondelparkensis’).

De wetenschapper denkt dat er nog talloze andere onontdekte diersoorten rondscharrelen in de Nederlandse stadsnatuur: 90 procent van de Nederlandse biodiversiteit wordt over het hoofd gezien omdat het kleine ongewervelde dieren zoals bodemdiertjes zijn. Terwijl er wel veel aandacht is voor bekende dieren als vlinders, vogels en bijen.

Schilthuizen: “Je ziet dat er ontzettend goede amateurwetenschappers zijn die zich helemaal focussen op vlinders, vogels of bijen, maar dat de verdeling van de aandacht een beetje scheef is. Je hebt inmiddels duizenden mensen in Nederland die de ene nachtvlinder van de andere kunnen onderscheiden, maar daarnaast zijn er 7000 soorten sluipwespen in Nederland waar bijna niemand naar kijkt. Als een beetje van dat taxonomische talent verschoven zou kunnen worden naar die groepen waar niemand aandacht voor heeft, dan zou dat de kennis over de totale biodiversiteit ten goede komen. Dat is mijn hoop.”

Een van de vrijwilligers luistert mee en oppert of dat het misschien wel leuker klinkt om lid te zijn van de vlinderstichting dan van de sluipwespenstichting. Schilthuizen denkt van niet. “Toen ik nog een schooljongen was, deed niemand iets met libellen. Er waren in heel Nederland maar een of twee specialisten. Nu is het echt een soort volkssport geworden. Die aandacht kan dus ook verschuiven, het imago van diergroepen kan in de loop van de tijd veranderen. Er is nu ook al een hele groep mensen enthousiast over springstaarten, die net zo onooglijk zijn als sluipwespen.”

Menno Schilthuizen inspecteert een yoghurtbeker die dienst doet als insectenval.
 Beeld Bram Petraeus
Menno Schilthuizen inspecteert een yoghurtbeker die dienst doet als insectenval.Beeld Bram Petraeus

Op naar de volgende val, dit keer onder wat bomen tussen struiken en bruine bladeren. Opnieuw is het even zoeken, maar dan roept een vrijwilliger Schilthuizen erbij. Weer een aasval. “Eens kijken wat we nu hebben”, zegt Schilthuizen als hij het glazen jampotje uitgraaft en het deksel opent. “Een aaskevertje. En veel vliegen, vleesvliegen en bromvliegen. Nu denk je misschien, oh dat zijn gewoon vliegen. Maar vorig jaar in de Keurtuinen in de Amsterdamse grachtengordel troffen we een voor Nederland nieuwe vliegensoort aan. Die zag er gewoon uit als een bromvlieg.”

Hij constateert een opvallende bijvangst. “Er zitten ook een paar slakken tussen, da’s grappig. Nu denk je misschien, die zijn er per ongeluk ingekropen. Maar in elk geval een behoort tot een vleesetende familie. Dat kan leuk zijn, want daar kan maar zo een zeldzame soort tussen zitten.”

Kustkruiper

Verreweg de mooiste vondst van deze vierde stadsexpeditie komt tot nu toe op naam van vrijwilliger Ton Zijp: de sobere kustkruiper (‘Harpalus attenuatus’), een zeldzame loopkever die de gelukkige burgeronderzoeker vond op een hondenveldje in het Flevopark. “Het krioelt daar van de hondeneigenaars en recreanten, maar als je een paar uurtjes doorgaat met zoeken en de vreemde blikken negeert, vind je toch een aantal leuke soorten zoals die loopkever”, legt Schilthuizen uit. “Deze soort is in Nederland maar vijf keer waargenomen in de laatste twintig jaar. Dat zegt toch wel iets, het is toch wel verrassend dat je in een ordinair stadspark zoiets kunt vinden.”

Het is de vierde keer dat ‘Taxon Expeditions’, een organisatie die Schilthuizen opzette, deze ‘urbane expeditie’ houdt. Beeld Bram Petraeus
Het is de vierde keer dat ‘Taxon Expeditions’, een organisatie die Schilthuizen opzette, deze ‘urbane expeditie’ houdt.Beeld Bram Petraeus

Zijp – rossige baard, paardenstaart en in T-shirt – blijft er nuchter onder. Hij is gewoon gek op insecten en maakt graag foto’s van de beestjes. Hij heeft zelfs een speciaal attribuut meegenomen op deze expeditie, een ‘insectenzuiger’. Een glazen potje, aan twee kanten voorzien van een slangetje. Door met zijn lippen te zuigen aan een uiteinde, worden aan het andere uiteinde insecten het bakje ‘ingetrokken’.

Na een fietstocht over het Amsterdam-Rijnkanaal komt de groep aan in het Diemerpark. In het duinlandschap langs het fietspad is het zoeken naar de volgende vallen. Weer yoghurtbekertjes en potjes, maar ook een professionele Malaiseval, in 1934 ontwikkeld door de Zweed René Malaise, bedoeld voor vliegende insecten.

Schilthuizen gaat weer op zijn knieën zitten en giet de inhoud van de vallen in een klein netje. Met een klein kwastje lepelt hij het leeg in een kunststof kokertje. “Heel veel diertjes zijn nu te klein om te zien, maar juist die zijn onder de microscoop het interessantst”, weet Schilthuizen. Over twee à drie maanden moeten alle gevangen insecten zijn gedetermineerd. Wordt dus vervolgd.

Lees ook:

Nieuwe wesp ontdekt: de Aphaereta vondelparkensis, drie keer raden waar hij is gevonden

52.3557°N 4.8588°E: onthoudt die plek! Daar is afgelopen zomer een heuse nieuwe soort aangetroffen, in een stukje rottend kippenvlees dat diende als lokaas. Om precies te zijn: daar is de sluipwesp Aphaereta vondelparkensis aangetroffen.

De stad is een bruisend laboratorium voor plant en dier

Steden herbergen een rijk scala aan dieren en planten. De mens speelt een belangrijke rol in de evolutie ervan. Menno Schilthuizen schreef er een boek over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden