Mooiste Nederland

Op zoek naar historisch landschap

Een koebocht en geriefbosje ineen. Beeld Monica Wesseling

Nu we niet met z’n allen naar dezelfde mooiste natuurgebieden moeten gaan, doen onze wandelende schrijvers het anders. Monica Wesseling maakt in gedachten een reis door de tijd, op zoek naar historisch landschap.

Ik doe mijn ogen dicht, hoor de koeien en voel de straffe wind. In de verte de stap van een paard, moeizaam en zwoegend. Een veldleeuwerik zingt uit de hoogte, de lucht dicht van de zoete geur van net gemaaid gras.

Ik ben op pad, op reis door ‘het ganse land’. Onderweg met de ogen dicht en slechts in mijn verbeelding. In tijden van meters in plaats van kilometers maak ik een virtuele tocht langs oude landschapselementen. Historisch, maar nu nog te zien, althans zodra de ogen weer open kunnen en buiten weer buiten is. Naar west, oost, noord en zuid. Door weiden en akkers, veen en klei, oud en heel oud.

Terug naar de koeien en de straffe wind. Naar Portengen. Storm en bries in de tijd dat de koeien nog op het land werden gemolken. Een open vlak land waar de wind flink geselen kon. Als beschutting én om de koeien makkelijk bijeen te kunnen drijven, legde de boer nogal eens een koebocht aan. In de winderigste hoek van het weiland werden bomen geplant waarachter het goed melken en schuilen was. De bocht bracht ook hout op; handig voor de kachel en het maken van gereedschap. Koebocht en geriefbosje in een.

Een pestbosje.Beeld Monica Wesseling

Pestbosjes en banpalen

Van het ene naar het andere veenweidegebied, naar Giessen-Oudekerk in de Zuid-Hollandse Alblasserwaard waar ver achter een boerderij een ruig en hoog bosje in het land ligt. Het is een pestbosje uit de tijd dat de runderpest nog flink huishouden kon. Om verspreiding van de uiterst besmettelijke ziekte te voorkomen, werden de dode runderen in het bosje begraven. Een sloot rondom moest de andere koeien weg houden.

Van de Alblasserwaard naar Noord-Holland richting Hoorn want daar is, net als in Amstelveen, nog een banpaal te vinden. Een typisch geval van annexatielust. Stadsmuren mochten in de vijftiende, zestiende eeuw dan de stadsgrenzen markeren, dat betekende geenszins dat het stedelijk bestuur, de hertog of gezant zich daarmee ook tevreden stelde. Door een stuk buiten de stad banpalen te plaatsen werden ook de ommelanden aan de grillen van het stedelijk bestuur onderworpen. Het cultuurhistorisch kleinood is voor een vogel slechts een mooi rustpunt, getuige de witte schijt.

Kerk op Wierde in Saaksum in Groningen.Beeld Monica Wesseling

Het water over en door naar Groningen naar het wonderschone Saaksum, een authentiek wierdendorp dat ‘hoog’ boven het omringende land torent. Op de kleine heuvel een oud kerkje. Het oogt lieflijk, verstild en vredig. Hoe anders moet dat geweest zijn toen de Groningers en Friezen zich in de vijfde en daaropvolgende eeuwen op de kwelders vestigden en overstromingen nog aan de orde van de dag waren. Wonen en bidden was alleen veilig op een zelf opgeworpen hoogte.

De wind blaast oostelijk en ik arriveer in het Overijsselse Kalenberg in de Weerribben, waar in het heldere zonlicht de lange rechte sloten zilveren lijnen geworden zijn. In het water verraden vissen hun aanwezigheid met luchtbellen, terwijl een variabele waterjuffer boven het water danst. De smalle percelen zijn groen en hobbelig, de oevers brokkelen er op los. De sloten en stroken land liggen als een streepjescode in het landschap en vormen samen de geschiedenis van de natte veenwinning in de zestiende, zeventiende eeuw. Door het onder de grondwaterspiegel opbaggeren van het veen ontstonden de smalle stroken water, de petgaten, afgewisseld met stroken land, de legakkers. Het veen werd op de legakkers te drogen gelegd. Zo ontstond turf: brandstof.

We zijn een volk van het water. Van temmen én van overmeesterd worden, zo wordt maar weer eens duidelijk op de Diefdijk bij Schoonrewoerd waar ik op een wiel stuit. Het grote, ronde water is ontstaan bij een dijkdoorbraak in 1573. Deze Wiel van Bassa is de grootste van Nederland. Woest liep het rivierwater het achterland in, kolkte en draaide zo een diep gat. De watermacht was schrikwekkend, maar bracht wel riet en karekieten. Ik hoor het geluid van zoemende muggen en glimlach om mijn eigen verbeelding. Helaas, de mug is echt. De bult ten spijt weet ik mijn reis te vervolgen.

Op naar de zuidelijke gewesten, naar de heuvels van Limburg. Bergjes die in de Middeleeuwen door hun erosie boeren tot wanhoop dreven. Niet zodra een bos werd gekapt om zo landbouwgrond te winnen of de helling begon te schuiven. Maar kijk, ook toen waren er slimmeriken en de graft werd bedacht. Door haaks op helling een heg te planten werd de glijdende grond tegengehouden. Zo ontstond het terrassenlandschap. Een landschap dat duidelijk in trek is bij dassen, zo verraadt een krabspoor. Een geelgors zingt vanuit een meidoorn en het leven is goed.

Van historisch landschap naar eigen tuin

Dwalend over de heuvels stuit ik op een hagelkruis, een van de vele kruistypen in dit godvruchtig land. Het simpele strakke kruis moest bescherming bieden tegen natuurrampen. Deo volente, dat wel.

Rest nog een flinke tocht; naar Zierikzee op Schouwen-Duiveland met scholeksters en visdiefjes krijsend boven een inlaag. Voor en achter de vogels een dijk. De één een slaper, de ander een waker; de inlaag als waterrijke laagte ertussenin. Inlagen dateren uit de Middeleeuwen. Als dijkdoorbraak dreigde, wierp men alvast landinwaarts een reservedijk – een slaper – op. De grond hiervoor werd tussen de twee dijken weggehaald. Zo ontstond een laagte gevuld met brak nat. Nat waarin zeekraal gedijt en vogels rust en voedsel vinden. De zon is warm. Ik zit op het bankje aan de Oosterschelde. Een steenlopertje scharrelt op de basaltblokken, twee fietsers zoeven voorbij.

Pingping pingping. De telefoon. Abrupt wordt mijn reis afgebroken. Opeens ben ik thuis, in mijn tuintje met de ouderwetse handgevormde klinkers. Met de roos die geurt naar ‘ojeclonje’ zoals we vroeger zeiden, de koolmees op zoek naar insecten voor het gebroed en de loerende kat van de buren. Het was een fijne reis.

Meer info en route voor straks:

Nederland kent tientallen soorten cultuurhistorische landschaps- elementen. Van kromakker tot schans en van tjasker tot slangenmuur. Heel veel ervan zijn in de loop van de eeuwen opgeofferd aan de ‘efficiëntiewolf’. Net als de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap houdt ook Landschappen NL – de federatie van alle provinciale landschappen, zich uitdrukkelijk met het behoud van de historisch, landschappelijk en ecologisch belangrijke elementen bezig. Op de website www.leestekensvanhetlandschap.nl is meer informatie te vinden. Een wandelroute staat op www.anwb.nl/fietsroutes/tips/landschapsroute

De route is voor later, voor na de corona- misère. Nu eerst wandelen met de ogen dicht (met eigen horeca dichtbij en open). 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden