Sander Bot bestudeert een zojuist gevangen zweefvlieg.

Reportage Zweefvliegengids

Op zoek naar het piemelkrieltje en de bosglimmer met zweefvliegenexpert Sander Bot

Sander Bot bestudeert een zojuist gevangen zweefvlieg. Beeld Reyer Boxem

Voor het eerst is er een gedegen veldgids over zweefvliegen verschenen. Aan de hand van foto’s kunnen liefhebbers elke soort in Nederland identificeren. De makers hopen zo wat waardering voor de insecten te kweken.

In rap tempo slaat bioloog Sander Bot een netje langs een Amerikaanse vogelkers. Hij graait met zijn hand in het net en haalt er een geel met zwart gestreept insect uit. Tussen duim en wijsvinger houdt hij het vast. Met zijn vleugels maakt het beestje een zoemend geluid. Het is de gele veenzweefvlieg, weet de kenner te vertellen.

Bot werkte de afgelopen vijf jaar aan de ‘Veldgids zweefvliegen’, het eerste serieuze naslagwerk over zweefvliegen in Nederland. Tot nu toe moesten liefhebbers het doen met een getypt boekwerkje met veel tekst en hier en daar een zwarte pentekening. Samen met de Vlaamse zweefvliegenkenner Frank Van de Meutter maakte Bot een bijna 400 pagina’s tellend boek met foto’s van alle 384 zweef­vliegsoorten in Nederland en België.

De Drentsche Aa, waar de zweefvliegenjacht vandaag is gesitueerd, is een van Bots ­favoriete vanglocaties. Bijzondere exemplaren neemt hij mee naar huis om ze goed te kunnen determineren. Hij heeft er een vergunning voor, want officieel mag er niets – ook geen zweefvlieg – worden meegenomen uit een ­natuurgebied.

Tengere korsetzweefvlieg Beeld Sander Bot

De foto’s van de 384 zweefvliegen in het boek maakte Bot zelf van opgeprikte exem­plaren uit zijn eigen collectie, aangevuld met die van vrienden en van Naturalis. De zeldzaamste soorten werden per post opgestuurd door kenners uit Denemarken, Zweden en het oosten van Rusland. Van elke afgebeelde zweefvlieg in het boek maakte Bot zo’n zestig tot tachtig foto’s, steeds om een ander deel van het lijfje scherp te krijgen.

Aparte vliegenfamilie 

Zweefvliegen zijn een aparte familie binnen de vliegen. De soorten lijken qua uiterlijk vaak sprekend op wespen, hommels of bijen. Zo schrikken ze roofdieren af, maar anders dan de genoemde insecten hebben zweefvliegen geen angel. Ook hebben ze maar twee vleugels in plaats van vier. Ze hebben namen als ‘gevlekt roetneusje’, ‘tengere korsetzweefvlieg’, ‘spichtige spitsbek’, ‘bosglimmer’ of ‘bescheiden-piemelkrieltje’. (Die laatste naam gaven Bot en Van de Meutter zelf, omdat ze hem wilden opnemen in hun boek. Er bestond al een ‘piemelkrieltje’, waarop de soort veel lijkt. Beide krieltjes hebben – zoals de naam doet vermoeden – een opvallend groot geslachtsdeel).

Het idee om een gedegen zweefvliegengids te maken, komt van Bot. “Dat was zeven jaar geleden. Het moest de zweefvliegenbijbel worden, de hoogste kwaliteit veldgids. Ik was zelf al begonnen, maar kon wel wat hulp gebruiken. Van verschillende mensen hoorde ik dat ik bij Frank moest zijn. Ik ben bij hem langs­gegaan in België. We zijn van dezelfde leeftijd en konden het gelijk goed vinden.” Er volgde een intensieve samenwerking, waarvoor duizenden mails over en weer zijn gestuurd, soms honderd per dag – allemaal over zweefvliegen.

Bosglimmer Beeld Sander Bot

Bot wijst in de Drentsche Aa een ideale zweefvliegenlocatie aan: in de luwte van een stukje bos, aan de rand van een uitgestrekt veld, bloeit uitbundige fluitekruid. Het gonst er van de hommels, bijen, wespen, libellen en – inderdaad – zweefvliegen.

Bot was een groot deel van zijn leven fanatiek vogelaar. Al snel wisten leeftijdsgenoten al dat ze bij hem moesten zijn als het om vogels ging. Hij kwam bij JNM – Jongeren in de Natuur (oorspronkelijk ‘Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie’) terecht, waar hij nog steeds het merendeel van zijn vrienden aan heeft te danken. “Op een gegeven moment had ik alle vogels wel gezien. Tijdens een ­excursie wees iemand me op zweefvliegen. Om mezelf uit te dagen, begon ik me daarin te ­verdiepen. Dat is inmiddels veertien jaar ­geleden.”

Tijdens het praten blijft Bot vanuit zijn ­ooghoek gefocust op wat er voorbij vliegt. Plotseling zwiept hij met zijn netje. Hij haalt er geconcentreerd een zweefvlieg uit, aan zijn pootjes – op die manier raakt het diertje niet beschadigd. Hij bekijkt het met het loepje dat om zijn nek hangt. Het lijfje is zwart-geel ge­tekend, het borststuk heeft donzige haartjes. ‘Een bosbijvlieg’, weet hij. “Die heeft een donkere vlek in de vleugel en over het gele gezicht loopt een zwarte streep. Zo onderscheidt hij zich van de soorten waar hij op lijkt.”

Om het aan te tonen, pakt hij de Veldgids uit zijn tas. De zweefvlieg stopt hij zolang tussen zijn lippen. “Dat doe ik wel vaker om mijn handen vrij te hebben”, vertelt hij zodra de zweefvlieg is bevrijd.

De zweefvliegenwereld is klein: nog geen twintig mensen in Nederland houden zich ­actief bezig met deze insecten. Bot en Van de Meutter hopen met hun gids meer mensen enthousiast te krijgen voor de insectenfamilie. “Er zijn duizenden vogelaars in Nederland. Veel daarvan willen op een gegeven moment iets anders. Vaak verdiepen zij zich dan in vlinders, nachtvlinders of libellen. Het zou leuk zijn als wat meer mensen zich gaan bezig­houden met zweefvliegen. Nu zijn we maar zo’n klein groepje.”

Bescheiden-piemelkrieltje Beeld Sander Bot

Ondergewaardeerde soort

Bot en Van de Meutter merken dat de belangstelling toeneemt sinds hun gids is verschenen. Ze worden ‘platgemaild’ door mensen met bijzondere waarnemingen. Ook zagen de auteurs facebookgroepen rondom de zweefvlieg ontstaan en is het aantal waarnemingen op Waarneming.nl verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. “Voorheen hadden mensen ­weinig houvast om soorten te determineren”, verklaart Bot. “Zo’n gids helpt daar dus wel bij.”

Ook om een andere reden vinden Bot en Van de Meutter dat de zweefvlieg wel wat meer waardering verdient: zweefvliegen zorgen net als bijen voor bestuiving van planten. Dat de bijen alle eer toekomt, vinden de twee oneerlijk.

Terwijl het erg slecht gaat met de bijen, hommels en vlinders doen de zweefvliegen het in Nederland en België juist relatief goed. Dat komt vooral doordat veel zweefvliegen in bossen leven en daarvan is er relatief veel bijgekomen. Ook laten beheerders tegenwoordig vaak dood hout liggen. In de holtes die door rotting ontstaan, leven de larven van zweefvliegen.

Bot heeft de bosfluweelzweefvlieg gevangen. Het borststuk heeft fluweelachtige banen. “Een fraai dingetje”, zegt hij. Vandaag zijn het geen soorten die Bot de moeite van het meenemen waard vindt. Hij laat het beestje los. Het insect spreidt de vleugels, loopt rustig naar Bots vingertop en vliegt dan soepel weg.

Veldgids zweefvliegen, Sander Bot en Frank Van de Meutter, 400 pagina’s, €34,95.

Lees ook: 

Op zoek naar planten en dieren in de duinen

Vijfduizend planten- en dierensoorten in de duinen vinden, dat was het doel van soortbeschermers vorig jaar. Maar de teller gaat nu richting de zevenduizend. Al die soorten determineren is monnikenwerk en vaak voer voor superspecialisten. 

De droogte verdrijft de witsnuitlibel en vele andere insecten uit de duinen

Ook in het duingebied bij Castricum speelt de droogte op. Insecten zijn er al veel minder en dat heeft gevolgen voor dieren en planten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden