ReportageVissen

Op zoek naar geknakte aal langs de Waal

Ecoloog Jeroen Tummers van Ravon onderzoekt een geknakte paling uit de Waal. Beeld Koen Verheijden
Ecoloog Jeroen Tummers van Ravon onderzoekt een geknakte paling uit de Waal.Beeld Koen Verheijden

Waarom aan de oevers van de Waal geknakte vissen, vooral alen, worden aangetroffen, is nog een raadsel. Trouw ging met ecoloog Jeroen Tummers op onderzoek uit.

Monica Wesseling

“Zie je? Geknakt. Twaalf jaar voor niets geleefd. Al die kilometers zwemmen om uiteindelijk als knakaal te eindigen. Jammer en gewoon niet te accepteren.”

Het is half augustus als Jeroen Tummers, projectleider ecologie, op een strandje langs de Waal nabij Herwijnen hoofdschuddend op een vis aan de waterkant wijst. De glinsterende lange lijs – een aal – ligt in een haakse hoek; is geknakt in het midden.

Voorzichtig, bijna eerbiedig tilt Tummers, werkzaam bij natuurbeschermingsorganisatie Ravon (Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek) de dode vis uit het kabbelende water, legt hem neer en buigt hem vervolgens weer recht. Meetlint, weegschaal en schaar verschijnen, de lichaamsmaten worden genoteerd, buik-, rug- en zijkant worden gefotografeerd, een stukje staartvin afgeknipt en in een buisje gedaan. De ecoloog legt de vis wat hoger op de oever, spoelt de handen af, drentelt nog een paar minuten op het strandje rond om te controleren of er nog meer dode vissen liggen en klimt dan omhoog. Op zoek naar de reden van de knak. Op zoek naar de oorzaak van de dood van geknakte alen en andere soorten dode vissen op de oevers van de Waal.

Onderzoek

Het zoeken naar vissen wordt voor het overgrote deel gedaan door vrijwilligers gecoördineerd door Ravon. De Waal is daarvoor opgedeeld in ruim 800 trajecten van 150-200 meter die allemaal jaarrond minimaal eens per maand (liever vaker) moeten worden gecontroleerd.

Er zijn nog veel vrijwilligers nodig (knakaal@ravon.nl). Het onderzoek loopt nog tot begin 2022, maar Tummers hoopt tot 2024. De bevindingen worden vertaald in aanbevelingen voor de scheepvaart, de overheid en andere waterbeheerders.

De afgelopen jaren worden er met grote regelmaat vooral op de oevers van de Waal geknakte vissen aangetroffen. Niet alleen alen, maar ook onder meer zeeprikken en zalmen, vertelt Tummers, terwijl het lage gebrom van een voorbijtrekkend schip zijn stem lardeert.

Scheepsschroeven

Lange tijd werd gedacht dat waterkrachtcentrales en gemalen de boosdoeners waren. Dat lijkt inderdaad zo te zijn, maar er moet volgens de ecoloog meer aan de hand zijn. Een groot deel van de knakalen wordt op flinke afstand van waterkrachtcentrales en gemalen aangetroffen en bovendien ook bij lage waterstand. Beide zijn dan nauwelijks in werking. Tummers: “Er moet dus nog een oorzaak zijn. En dat bracht ons op het idee de mortaliteit van scheepsschroeven eens te gaan onderzoeken. Dat er vissen sneuvelen door scheepsschroeven was na een theoretisch onderzoek wel duidelijk, maar was in de praktijk nooit onderzocht en dus ook nooit gekwantificeerd. Het zou weleens zo kunnen zijn dat die schroeven veel belangrijker zijn dan de waterwerken.”

Ecoloog Jeroen Tummers legt de gevonden dode aal langs de meetlat. Beeld Koen Verheijden
Ecoloog Jeroen Tummers legt de gevonden dode aal langs de meetlat.Beeld Koen Verheijden

Zoals bekend verkeert de paling in een precaire, zeg maar levensgevaarlijke toestand. De soort is sterk bedreigd. Van het aantal intrekkende jonge alen rond de jaren zeventig is nu slechts enkele procenten over. Nederland is onder meer op grond van de Kaderrichtlijn Water en de Europese Aalverordening verplicht de aal te beschermen en de populatie te herstellen. Daarom, maar zeker ook gezien zijn ideale lichaamsbouw en zwemcapaciteit, werd de aal modelsoort voor het onderzoek, legt de visecoloog uit. “Zo’n aal is relatief dun en lang en knakt dus makkelijk. Als hij op weg gaat naar de Sargassozee om daar te gaan paaien, teert hij bovendien in op vet en laat zich meevoeren aan de oppervlakte. Op die terugtocht is de aal dus nog kwetsbaarder voor scheepsschroeven.”

Ondertussen is de lage lucht zwart geworden. Druil wordt regen en glijdend en laverend door de bramen bereikt Tummers het volgende kiezelige strandje. De buit ‘valt tegen’: een schoen, een petfles en een oude handdoek. Op naar de volgende plek.

De ernst van het probleem in kaart brengen

Omdat de paling vooral via de Waal trekt, concentreert het onderzoek zich hier, legt de vissenonderzoeker uit. Het is de bedoeling om tot 2024 op het traject Lobith-Werkendam, een totale lengte van ongeveer 110 km, de geknakte alen en andere vissen in kaart te brengen om zo de ernst van het probleem te kwantificeren.

Dat valt nog niet mee, blijkt wel als de onderzoeker bij een dooie ‘lekker vette’ aal staat en deze meet, weegt, knipt en fotografeert en dus blijkbaar ook tot de scheepsslachtoffers rekent. De aal lijkt echter niets te mankeren. Geen knik, geen wond, geen gat en geen geamputeerde vinnen. Helemaal heel en toch gedood door een schroef? “Vissen kunnen gedesoriënteerd raken als ze in de turbulentie terechtkomen. Gepaard met verhoogde stress kunnen ze blijven hangen in water dat eigenlijk te warm, te koud of te vervuild is. Vaak fataal. Aan de vis is het niet te zien, maar het is wél een slachtoffer. Bovendien kan er sprake zijn van inwendige kwetsuren, zoals een beschadigde zwemblaas. Vandaar dat we röntgenfoto’s maken. Nu pas van drie kadavers, maar hopelijk van meer.”

Niet-geknakte knakalen dus. En dat is niet het enige probleem bij het vaststellen van het aantal dode exemplaren. Een flink deel wordt opgevreten voor ze zijn ontdekt. Overigens treft dat lot ook de gemonitorde alen die door de onderzoeker hoger op de oever zijn gelegd om zo dubbeltelling te voorkomen.

Geknakte snoek

De uren verstrijken maar de teller blijft op twee steken. Niet zo vreemd, legt Tummers uit. Het is hoogwater. En hoewel de aal niet voor niets de bijnaam drijfaal heeft en zich bij hoogwater graag gevaarlijk boven in de waterkolom door het snelstromende water mee laat nemen, ziet hij net zo goed slachtoffers bij laagwater. Zowel de schepen als de vissen bevinden zich dan in de diepere vaargeul midden in de rivier. Omdat de schepen bij laag water minder vracht kunnen vervoeren, varen er ook meer schepen.

Hoogwater of niet, bij de volgende locatie, een krib, is het toch weer raak. Er ligt niet alleen een overduidelijk geknakte snoek, maar er zijn ook twee gehoekte alen. Een containerschip schuift op de rivier voorbij. “Kan zomaar de oorzaak zijn”, zegt Tummers gefronst. Een meeuw strijkt vlakbij neer. Drie geknakte vissen; dat wordt een feestmaal!

De aal

De aal (paling) heeft een bijzondere leefwijze. Het dier paait in de Sargassozee, voor de kust van Noord-Amerika, in de Atlantische Oceaan. Een deel van de jonge aal trekt in Nederland grote rivieren op, zelfs tot in Duitsland. De alen groeien hier op om, als ze na 5 tot 12 jaar volwassen zijn terug te trekken door de Rijn en Waal, en in mindere mate door de IJssel en de Merwede. Na duizenden kilometers bereiken ze de Sargassozee om zich voort te planten.

Lees ook:

60.000 dammen en sluizen verhinderen de zwemtocht van de paling

Het Aalbeheerplan uit 2009 werkt niet. Liefst 60.000 sluizen, dammen en andere obstakels hinderen de zwemtocht van de paling door Nederlandse wateren, becijferde Ravon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden