Op de Stabrechtse Heide zijn ze blij met een berg mestkevers

Boswachter Jap Smits op de Strabrechtse heide (rechts). Beeld monica wesseling

Zijn het de vogels? Zijn het de planten? Nee, het is vooral het beheer van insecten dat garant staat voor biodiversiteit, vindt Jap Smits, boswachter van de Strabrechtse Heide. Hij schreef een boek over zijn heide.

Wat er zo bijzonder is aan de Strabrechtse Heide? "Bij ons draait alles om insecten. Al twintig jaar lang is het beheer daarop gericht. Niet op een paar bedreigde soorten. Nee, ons gaat het om de enorme hoeveelheid van gewone beesten. Met een doodgewone mestkever kunnen we hier al blij zijn. Mits het er veel zijn. Bulkvoer voor insecteneters als vogels en reptielen."

Terwijl een veldleeuwerik hoog boven hem lente en liefde bezingt en de eerste mieren komen zonnen, vertelt Jap Smits het verhaal van de Strabrechtse heide. 'Zijn' heide, de plek waar hij al veertig jaar werkt en de insectenrijkdom tot ongekende hoogte heeft doen groeien. Een insectenwereld die voor de Staatsbosbeheer-boswachter aanleiding was voor het schrijven van het onlangs verschenen boek 'De verborgen wereld van de Strabrechtse heide'.

Die Strabrechtse heide is voor Smits op zichzelf een heide zoals zoveel heideterreinen. "Een gedegradeerd cultuurlandschap dat we met veel kunst- en vliegwerk in stand proberen te houden. Ook wij laten begrazen, plaggen, branden, bestrijden exoten en stoeien met water. Maar altijd met insecten voor ogen. Biodiversiteit begint bij de ongewervelden. Een rijk insectenleven betekent een rijke vegetatie en biodiversiteit hogerop in de voedselketen."

Het plantenleven is nog maar net op gang. Veel meer dan een vroegeling, wat vogelkers en een bloeiende els zijn nog niet te ontdekken, maar lang zal het niet duren voor de natuur 'openbarst' langs de fietspaden en de bloemrijke akkers die Smits speciaal voor insecten aanlegde.

Een mestkever (links) en Beeld Buiten-Beeld

Armoede

Net als andere heideterreinen heeft ook de Strabrechtse (gelegen ten zuidoosten van Eindhoven) te kampen met het uitspoelen van voedingsstoffen als gevolg van de verzuring. "En van armoede kunnen insecten niet leven." Daarom is er 16 hectare akker aangelegd met kruiden en granen die maar ten dele worden geoogst. Voedsel en overwinteringsplek ineen. "Veldkrekel, heidehommel en loopkevers profiteren hier vooral van en daarmee vogels als geelgors, veldleeuwerik en kneu."

Niet alle akkers liggen steeds op dezelfde plek. Ook verlaten akkers blijken hun waarde te hebben. Op zulke akkers groeit onder meer muizenoor, voedselplant voor de boerenwormkruidkever. "Geen bijzonder beest, maar zijn massaliteit wel. Soms met duizenden tegelijk vliegen ze uit, opgewacht door groene spechten", vertelt hij enthousiast.

Ook zijn fietspadenbeleid is 'des insects'. Net als op andere heideterreinen zijn ook op de Strabrechtse de fietspaden veelal aangelegd met leem. Door de regen spoelt een deel van de voedingsstoffen uit de leem met een weelderige groei van kruiden zoals paardenbloemen, biggen- en havikskruiden tot gevolg. Veel beheerders maaien de bermen, Smits niet. "De rijkdom aan insecten weegt echt wel op tegen wat kriebelende planten langs de fietsersbenen. Voor goudwespen, wilde bijen en vlinders zijn die fietspaden een soort snelwegen."

Een aardhommel vliegt voorbij, een van de vroegste insecten. "Niets bijzonders, maar ongelooflijk belangrijk. Voor biodiversiteit zet kunst- en vliegwerk voor één soort geen zoden aan de dijk. Daarvoor heb je massa nodig. Veel gewoon, gewoon veel."

Plagen komen op deze Brabantse heide in de ogen van Smits dan ook niet voor. "Een massale uitbraak van heidekeverlarven kun je hoogstens een aantasting noemen, maar wij zien het eerder als voedselbron."

Minuscuul gaatje

Banjerend door de nog stille heide legt Smits uit dat insecten veel brandstof nodig hebben: nectar en stuifmeel. Vuilbomen en bramen - beide rijk en relatief lang bloeiend - worden dan ook niet gerooid.

Dan, als de wandeling over een zandpad voert, zijgt de entomoloog op de knieën, klapt bijna voorover, het oog vlak bij de grond. Hij wijst op een minuscuul gaatje en zegt licht cryptisch: "Even wachten. Komt er zo uit." Twee minuten verstrijken. Dan opeens bewegen een paar zandkorrels. Een klein zwartig wezen vliegt weg. "Een zandbij. Vroege jongens." Jongens die bij Smits altijd een plek vinden om te nestelen. Door bij het opknappen van fietspaden altijd gefaseerd te werken, blijven er altijd stukjes mul, 'ongestoord' zand.

Natuurbeheer vóór, maar ook dóór insecten. Door de overbemesting vanuit de lucht (stikstof vanuit de industrie en de intensieve veehouderij) groeien heideterreinen dicht met pijpenstrootje, een grassoort die de typische heideplanten overwoekert. Pijpenstrootje vormt het leefgebied van de sallandkever, een kever verwant aan de meikever. Net als de meikever, leeft de sallandkever een aantal jaren als larve onder de grond en wordt groot op een menu van pijpenstrootjeswortel. De kever heeft ook warmte nodig en wenst daarom kort pijpenstrootje. Schaarsbegroeide grond warmt sneller op dan dichtbegroeide. Daarom wordt de heide in de winter gecontroleerd in de fik gestoken en in het voorjaar nog even met schapen begraasd. "Van onder en van boven wordt het ongewenste gras dus gekortwiekt. Perfecte manier van in de hand houden."

Onbegrip

Insecten spelen de hoofdrol. Overal. Zelfs toen een aantal jaren geleden een flink deel van het natuurgebied in vlammen opging, zag Smits insectenvoordeel: sommige - zeldzame - insecten zijn gespecialiseerd in eieren leggen in verbrand hout.

Maar Smits wil ook zijn gram kwijt. Over de overheid die natuurbeheerders afrekent op vogels en vegetatie en daarop monitoring en beheer eist. Een typisch geval van onbegrip, constateert hij. "Beheer op insecten staat juist garant voor biodiversiteit."

Lang blijft de insectenkenner noch mopperen, noch op de benen. Een gaatje in de grond blijkt opnieuw te aantrekkelijk. Een stukje verderop ligt de maker, een mestkever. Het dier heeft blijkbaar de helling van een zandbergje even verkeerd ingeschat. Liggend op de rug worstelt hij om weer overeind te komen. De blauw iriserende onderkant is wonderschoon, de pogingen te aandoenlijk om niet even een handje te helpen.

Boek met fantastisch extraatje

In het boek 'De verborgen wereld van de Strabrechtse heide' schetsen Smits en fotograaf/filmer Han Meeuwsen een beeld van de wondere wereld van de insecten, maar ook van vegetatie en landschap van het natuurgebied. Maar dat niet alleen. Het boek heeft een ingenieuze app. Door je smartphone (waarop de app is geïnstalleerd) op een van de foto's in het boek te richten, plopt er vanzelf een filmpje op. Schitterende beelden van gravende bijen, vliegende mestkevers en jagende klapeksters. Aanrader! Het boek is voor 25 euro te koop bij boekhandels in Eindhoven en de dorpen rondom de heide of via www.naturemomentsproductions.com/film-boek-bestellen/

Beeld rv

Lees ook:

Nieuwe strategie om natuurbranden te bestrijden: niet meteen blussen

Wat moet je eigenlijk doen als de hei in lichterlaaie staat? Een nieuwe strategie moet onnodige schade aan de natuur voorkomen. ‘Zelfs ’s zomers kan uit laten woeden de voorkeur hebben.’

Op zoek naar planten en dieren in de duinen

Vijfduizend planten- en dierensoorten in de duinen vinden, dat was het doel van soortbeschermers vorig jaar. Maar de teller gaat nu richting de zevenduizend. Al die soorten determineren is monnikenwerk en vaak voer voor superspecialisten.

Poep kan de sprinkhaan redden

Hoe bescherm je zeldzame sprinkhanen? Door om te beginnen hun poep uit te pluizen, denkt onderzoeker Hein van Kleef. Daarvoor moet je ze wel eerst vangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden