Het mooiste Nederland

Op de eerste rij bij een doorlopende natuurshow

Beeld Van Doorn Flip

Een verlaten getijdenhaven aan de Oosterschelde, waar de natuur vrij spel heeft. Alleen al die naam: Rattekaai. Het Mooiste Nederland, volgens Trouw-lezer Rob Hoekstra.

Rob Hoekstra heeft gelijk als hij het getijdenhaventje bij Rilland een parel in het landschap noemt. Het is op zijn aanraden dat ik er ga kijken. Na de lezersoproep van vorige maand stuurde hij Rattekaai in als zijn Mooiste Nederland. Hij heeft niets te veel gezegd. Het zonlicht dat schittert over het grijze slik, resten van de haven die hier ooit lag, de ondiepe geul, de geuren en geluiden van de kwelder. En het lijkt of niemand ervan weet.

Het is even zoeken. Middenhof. Het buurtje heeft dezelfde naam als de smalle, kaarsrechte weg. Kleine huizen aan de voet van de dijk. Kassencomplexen, een roestige slagboom. Bordjes melden dat de weg doodloopt. Ik trek me er niets van aan. Een ezel staart wat voor zich uit, een man sleutelt aan zijn Land Rover. Alleen de loslopende kippen ontbreken. Nog meer kassen. Achter het glas groeien paprika's, zo te zien. De weg gaat de dijk op, een laatste roestige slagboom, asfalt maakt plaats voor kasseien. Op de kleine parkeerplaats laat ik de civilisatie achter me. Zelfs al weet ik ongeveer wat ik verwachten kan, Rattekaai komt als een verrassing. In de onberispelijke, zorgvuldig ingerichte en aangeharkte tuin die Nederland is, lijkt iemand een hoekje te zijn vergeten.

Verlaten stadion

De kop van de oude zeewering heeft iets weg van een tribune. Een verlaten stadion, met planten die van tussen de betonspleten opschieten. Of een openluchttheater. De natuur heeft vrij spel, een doorlopende voorstelling. Ik ga er maar eens rustig voor zitten. Kijken, voelen, ruiken. Het grootste Nationale Park van Nederland aan mijn voeten, de geur van de zee in mijn neus. Een tureluur vliegt over, roept iets. Als een toneeldoek dat opgaat schuift een wolk weg, zonnestralen doen de schorren oplichten in een feest van kleuren. De zee heeft zich ver teruggetrokken, in de verte glinsteren de slikken. Daar, op de grens van land en water, tintelt de lucht als bij een fata morgana. De contouren van huizen tekenen zich af, een kerktoren, een klein kasteel. Geen gekke gedachte. Voor me ligt het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Achttien dorpen verdwenen hier in de golven tijdens de Sint-Felixvloed van 1530. Bij extreem laag water zijn de fundamenten van gebouwen nog te zien. Aan de horizon lag zelfs een stad, compleet met muren, poorten, een kerk en een klooster. De derde stad van Zeeland, met meer dan zesduizend inwoners. De zee nam. Reimerswaal leeft slechts nog voort in de naam van deze gemeente.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Van Doorn Flip

Op de voorgrond resten van houten palen. IJzeren stangen rijzen op uit het grijze slik. Schepen legden hier ooit aan om suikerbieten te laden, maar de kleine getijdenhaven raakte in onbruik. Ik doe mijn best, probeer te zien wat er niet meer is. Tegelijkertijd probeer ik niet te zien wat er wel is: de kassencomplexen achter de dijk, de windmolens in de verte, de sluis die boven op de resten van Reimerswaal is gebouwd. Misschien zijn het juist wel die scherpe contrasten die Rattekaai glans geven. De grillige schelp van de oester versus de parel. Zoiets.

Paul Begijn komt naast me zitten. Hij laat me zien wat ik niet zie, maar wat er wel is. De stipjes aan de waterlijn zijn lepelaars. Met tientallen tegelijk lepelen ze het slijk af naar garnaaltjes. Zijn verrekijker haalt ze dichterbij en met hen kluten, plevieren en andere steltlopers. Het jaar rond leven en broeden hier zo'n 50.000 vogels. In het trekseizoen verdrievoudigt dat aantal. "Zie deze schorren en slikken als een wegrestaurant voor vogels. Op doorreis naar Afrika foerageren ze hier."

Begijn is boswachter, al is dat op deze plek een wat koddige titel. Namens Natuurmonumenten waken hij en zijn collega's over het kwetsbare lapje natuur in de oksel van de Oosterscheldedijk. Buiten het broedseizoen zijn er elke maand excursies in het Verdronken Land. Begijn trakteert me op een voorproefje. "Aan de randen van de slenken zak je het snelst weg", waarschuwt hij. "Op de bodem ligt sediment, zand, schelpjes. Daar sta je stevig." Ik volg in de diepe sporen die zijn laarzen in de grijze klei achterlaten. Om ons heen klinkt het constante sijpelen van water, alsof ergens een kraan lekt. De zeeaster bloeit, net als de lamsoor. De zeekraal kleurt nog groen. Begijn plukt een blaadje en reikt het me aan. Het smaakt zoals het hier ruikt, zilt. "Over een paar weken kleuren ze prachtig rood, maar dan kun je ze niet meer eten."

De paradox van Zeeland

We modderen voort tot aan de slikken, de platen die bij vloed onder water komen te staan. Ook daar groeit zeekraal, een echte pionier. Tussen de planten kan klei bezinken en kunnen nieuwe schorren vormen die alleen bij springtij onderlopen. De paradox van Zeeland: de buitendijkse gebieden liggen vaak hoger dan de omdijkte polders. Het getij bepaalt dit landschap, wat de mens ook probeert daartegenin te brengen.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Hollandse Hoogte / Arie Kievit

Terug aan de kaai nemen we afscheid. Ik zoek de zeewering weer op. Bij noordwesterstorm kan het water tegen de bovenste betonranden slaan, weet Begijn. Vandaag houdt de Oosterschelde zich koest. Schoorvoetend komt de vloed op, de scharrelende vogels volgen. Een bruine kiekendief doet zijn naam eer aan en schuimt de kwelders af naar kuikens en ander eetbaars. Hij nestelt in de rietkragen aan de wandelroute die langs de schorren is uitgezet. In de bosjes daarachter doen kramsvogels, koperwieken, zanglijsters en pestvogels zich in deze tijd van het jaar tegoed aan bessen. Zelf begin ik ook trek te krijgen. Ik raap een oesterschelp op uit het slijk. Leeg. Een parel heb ik wel gevonden.

Aan de horizon ligt Yerseke. Daar staat het Oosterscheldemuseum, dat het verhaal van de mossel- en oesterteelt vertelt. Een ander deel van de expositie is gewijd aan het Verdronken Land van Zuid-Beveland, met archeologische vondsten en een maquette van de verbluffend grote stad Reimerswaal in de zestiende eeuw. In Yerseke ga ik straks een maaltje oesters verorberen. Ik ben in de buurt en die traktatie laat ik mij niet ontzeggen. Maar de lunch kan wachten. Ik blijf nog even zitten op de betonnen tribune aan Rattekaai, voor een toegift.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Van Doorn Flip

Mooiste Nederland

De oproep aan lezers van deze rubriek om hun Mooiste Nederland in te zenden, resulteerde in een waaier aan suggesties. Opvallend is dat steden ontbreken. Alleen Nijmegen en Arnhem worden genoemd, maar in de eerste plaats vanwege de mooie omgeving. Aan een aantal favoriete plekken van lezers besteedden we eerder al aandacht, zoals het Groninger Hoogeland, Gaasterland, Vilsteren, Beek-Ubbergen en de omgeving van het Gelderse Lochem. Plekken in de provincie Groningen werden het meest voorgedragen, gevolgd door Gelderland, Zeeland en Friesland. Het meest tot de verbeelding sprak de inzending van Rob Hoekstra. Hij noemt Rattekaai een van de onbekendste plekjes van mooi Nederland. Met zijn inzending wint hij een exemplaar van het boek Het Mooiste Nederland - langs de fraaiste streken van de Lage Landen, dat komende week verschijnt. In het boek zijn ruim zestig afleveringen van deze rubriek uit de afgelopen vijf jaar gebundeld. (uitgeverij Thomas Rap, 320 pagina's, € 19,99)

Rattekaai

Natuurmonumenten verzorgt maandelijks excursies 'Op survival door het Verdronken Land', vanuit het haventje aan Rattekaai. Daar begint ook een wandelroute (rode markering) van vijf kilometer langs de schorren en slikken en door het oeverbos.

www.natuurmonumenten.nl

Oosterscheldemuseum Yerseke: oosterscheldemuseum.nl

Beeld RV
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden