De zoektocht naar fossielen in de groeve van Winterswijk. Studenten en wetenschappers bewerken steen voor steen met hamer en beitel.

Reportage Groeve Winterswijk

Ook in de groeve van Winterswijk kan zomaar een nieuwe soort gevonden worden

De zoektocht naar fossielen in de groeve van Winterswijk. Studenten en wetenschappers bewerken steen voor steen met hamer en beitel. Beeld Herman Engbers

Een beitel en een hamer. Meer heb je niet nodig om in de groeve van Winterswijk 250 miljoen jaar terug in de tijd te gaan. Maar zonder engelengeduld kom je nergens.

Hij zit onder een partytent, modelletje Action, midden in de zonovergoten steengroeve van Winterswijk. “Zo’n tent is echt noodzakelijk”, zegt bioloog en paleontoloog Jelle Reumer, bij lezers van Trouw vooral bekend als de auteur van Jelle’s Weekdier. De enorme groeve is zo’n veertig meter diep, er is weinig wind en iedere beschutting ontbreekt. Bij een beetje zon is het hier een koekenpan. “We draaien een tropenrooster: om zeven uur starten, om één uur stoppen.”

Twintig meter verderop klinkt desondanks vooral vrolijk getik. Daar zit een twintigtal jonge mensen op de grond, ieder voorzien van bouwhelm, veiligheidsschoenen en veiligheidsbril. Daar wordt, met hamer en beitel, steen voor steen, gezocht naar fossielen. Daarom ook gaat Reumer, in het dagelijks leven hoogleraar paleontologie aan de universiteit Utrecht, ieder jaar met studenten en collega-wetenschappers een paar weken ‘op zomerkamp’ in Winterswijk. “Tijdens de bouwvak, want dan wordt er hier weinig kalk gewonnen.”

Vondst 192

Vandaag bestiert hij vooral de administratie. Voor hem op tafel ligt een schriftje waarin keurig iedere vondst wordt ingeschreven, met een nummer en een korte omschrijving. De teller staat op 192: ‘Vis met graten – aangetroffen in laag 9’. Verder meldt het schriftje van Reumer vooral ‘botten’, ‘wervels’, ‘tand’ en ‘kaakje’. De meeste vondsten zijn voorzien van een vraagteken, nader onderzoek is geboden. Van welk dier is die tand, dat botje of kaakje precies?

Nu lijkt op die omschrijving ‘Vis met graten’ wel wat af te dingen. Vondst 192 is zo op het oog weinig meer dan een brok grijs gesteente met een zwart fossielen puntje. Of in dat vuistdikke brok kalksteen inderdaad een vis schuilt, zal later moeten blijken bij het prepareren in het Biodiversiteitscentrum Naturalis in Leiden. Daarbij wordt, zo goed en zo kwaad als mogelijk, kalksteen weggeschraapt om het fossiel verder bloot te leggen.

Met een loep onderzoekt Jelle Reumer een vondst, die vlak tevoren door een student op de smartphone is vastgelegd. Beeld Herman Engbers

Paleontoloog Henk Diependaal, collega van Reumer uit Utrecht, heeft in ieder geval in dat zwarte fossielen puntje een hoopvolle aanwijzing gevonden: “Ik zie graatjes, met gewrichtjes in het midden. Kijk maar met de loep”. Inderdaad: voor de loep ontvouwt zich een haarfijn bruinzwart graatpatroon, het lijkt wel op een vin. 

Het is een blik 247 miljoen jaar terug in de tijd, ver vóór het ontstaan van de mens, toen hier in de Achterhoekse gemeente nog vissen rondzwommen in ondiep water. Het was het begin van het tijdvak dat geologen Trias noemen, 252 tot 201 miljoen jaar geleden.

De groeve van Winterswijk is ruim 80 jaar in gebruik. Het is de enige plek in Nederland waar de oude afzetting van Muschelkalk aan de oppervlakte komt en waar dus relatief goedkoop kalk gewonnen kan worden voor de wegenbouw. Muschelkalk doet ook het hart van veel wetenschappers en amateurwetenschappers sneller kloppen, zo bekend is deze afzetting om zijn fossielen. Versteende schelpen of afdrukken van schelpen bijvoorbeeld. Maar ook afdrukken van kwalletjes, of resten van prehistorische haaien. Fossiele vissen en reptielen, en intrigerende sleepsporen van staarten bijvoorbeeld. Pootafdrukken, van dieren die lang geleden zijn uitgestorven. 

Alles bij elkaar schetst dat een beeld van hoe het leven op aarde in negen à tien miljoen jaar opkrabbelde, na de derde massavernietiging, zegt Reumer. “Die vernietiging vond 252 miljoen jaar geleden plaats, toen vulkanen in Siberië, naast stof en stenen, enorme wolken ammoniak en CO2 uitbraakten en daarmee 90 procent van alle leven vernietigden. Vrijwel alles was dood en heel veel materiaal spoelde weg naar een enorme zee die zich uitstrekte tot ver in Polen en het Germaans Bekken wordt genoemd.” De rand van dat bekken, de Muschelkalkzee, is te situeren ter hoogte van de groeve in de Achterhoek. Daar spoelden veel slib en organische resten aan. “Maar hier was ook de kraamkamer van nieuwe soorten”, zegt Reumer.

Een botje van de nothosaurus

Dan verschijnt er een student onder de Action-tent. “Ik heb een botje van een nothosaurus. Het is nog grotendeels intact.” Reumer veert op, Diependaal komt dichterbij. Op tafel ligt een wervel, enkele centimeters groot. O kijk, zegt Reumer. Even is het stil. “Het kan… het kan”, mompelen beide heren. Dan, hardop: “Het kán inderdaad van een groter zeereptiel zijn. Het ziet er in ieder geval mooi uit. Bedankt Hylke”. Nummer 193 is een feit.

Bij het klieven van de steen is helaas een fossielen botje door midden gebroken, mogelijk is het een werveltje. Beeld Herman Engbers

Als het inderdaad een bot van een nothosaurus is, is dat zeker interessant, maar geen unicum. Winterswijk staat bekend om de zeereptielen. De nothosaurus, zo’n 240 miljoen jaar oud, is daarvan het paradepaardje. Deze sauriër, lange nek, gestroomlijnd lichaam en lange, wendbare staart, was met zijn spitse snuit, scherpe tandjes en poten als peddels prima toegerust voor de jacht op vis. De nothosaurus stond ook aan de wieg van allerlei reptielen die zich miljoenen jaren later in zeeën op land ontwikkelden.

Waar te zien

Veel fossielen uit de groeve van Winterswijk bevinden zich in particuliere collecties. Ze zijn vaak door even deskundige als enthousiaste amateurs gevonden. 

Ook Museum Naturalis in Leiden, dat eind deze maand na een ingrijpende verbouwing weer wordt geopend, heeft fossielen uit Winterswijk in de collectie opgenomen. Het Leidse museum gaat bovendien vondsten uit Winterswijk prepareren, wat dankzij de nieuwbouw door publiek gevolgd kan worden.

In Winterswijk bestaan al jarenlang plannen voor de bouw van een lokaal museum voor de fossielen. De plek is min of meer al bekend, aan de Steengroeveweg, schuin tegenover de groeve die wordt geëxploiteerd door de Belgische multinational Sibelco. De financiering van dit plan van de Achterhoekse gemeente is nog niet rond. Er is drieënhalf miljoen euro nodig.

Een complete nothosaurus is in Winterswijk nooit gevonden. Wel botten en, in 2003, zelfs een gaaf schedeltje. Op basis van deze vondsten wordt de lengte van deze ‘sauriër van Winterswijk’ op een meter geschat, maar elders ter wereld zijn grotere fossiele resten van de nothosaurus blootgelegd.

Puzzel van de evolutie

“Dankzij de nothosaurus krijgen we een kijkje aan de wortel van de stam van de reptielen”, zegt paleontoloog Anne Schulp, vandaag ook aanwezig in de groeve. Schulp, hoogleraar paleontologie, is ‘de man van Trix’. Hij leidde in 2013 de opgraving van de T-Rex in de Amerikaanse staat Montana, de spectaculaire dino van museum Naturalis. 

Dat wil niet zeggen dat hij zijn neus ophaalt voor Winterswijk. Integendeel, hij roemt juist de groeve om haar rijkdom, die groter is dan lange tijd gedacht. Iedere vondst in Winterswijk kan ook een nieuwe soort betekenen, onderstreept hij. En iedere vondst draagt bij aan de puzzel van de evolutie die wetenschappers wereldwijd proberen te leggen. “Maar hier in de Achterhoek is het wel heel hard werken. Je moet enorm veel tijd investeren om iets te vinden. Fossielen liggen hier nooit netjes bij elkaar, wat elders op de wereld soms wel het geval is. Hier is het zoeken naar een range van losse botjes, die alleen samen ons een verhaal kunnen vertellen.”

Waarschijnlijk zorgden de wind, maar ook het water voor deze verspreiding. Juist daarom juicht Schulp het toe hoe amateurgeologen en vrijetijdspaleontologen jaar in jaar uit te werk gaan in de groeve. Zij schreven ook vaak de belangrijkste vondsten op hun naam. “Honderdduizenden uren onderzoek zijn zo hier in de groeve gestoken”, schat Schulp ruwweg. Maar dat was het wel waard.

Lees ook:
Wie denkt dat blauw bloed iets is voor de adel, heeft het mis

Blauw bloed is een kenmerk van degenkrabben en het wordt op grote schaal ‘gemolken’, als medicijn en als indicator voor de aanwezigheid van (schadelijke) bacteriën. Ook in Nederland is ooit een fossiele degenkrab gevonden, en wel in de steengroeve bij Winterswijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden