Ook de architect moet groen gaan denken

Toekomstimpressie van een groene wijk. Beeld groene wijk civic architects

Architectuur draait om design en minder om duurzaamheid. Dat kan en moet anders, zegt de organisatie van de Rotterdamse biënnale. 'Architecten moeten afzien van projecten die geen rekening houden met klimaat, natuur en milieu.'

"Je ziet jezelf hier zó in wonen, toch?", zegt Leen Bogerd (29). De architect wijst naar zijn maquette. Het is een wooncomplex op schaal, uitgevoerd in het formaat van een ladenkast. In de kamers staan poppetjes, op alle balkons kabouterbomen. Het miniatuurgebouw bestaat vooral uit glas en hout. De ruimte tussen de wanden in de maquette is groot, met lucht ertussen als isolatie. "Heel energiezuinig." Verder best een gewoon flatgebouw, om zo te zien.

"Ho, loop eens mee naar de andere kant", zegt Bogerd. Daar staat een atrium, een glazen aanbouw die reikt tot de bovenste, vijfde woonlaag van de maquette. "Zie het maar als een grote kas", zegt de architect. Die kas, een gezamenlijke binnentuin, kan warmte opvangen, energie voor in het gebouw. Lang niet genoeg, maar het hele dak zit ook nog tjokvol zonnecellen. Zo weggewerkt dat je ze bijna niet ziet.

Deel van de maquette, ontworpen door Civic Architects, die te zien is in Rotterdam. Beeld Aad Hoogendoorn

"Als je duurzaamheid centraal stelt, levert dat een geweldige leefomgeving op", zegt Bogerd, die werkt voor het Amsterdamse architectenbureau Civic. Zo'n echt groene aanpak ziet hij nog weinig in de bouw- en ontwerpwereld. De meeste architecten denken eerst aan mooie vormen en allure, zegt Bogerd. "Daarna zeggen ze: 'O ja, we moeten ook nog wat met duurzaamheid'." Dat leidt ertoe dat er achteraf even wat zonnepanelen 'tegen de gevel worden gesmeten'.

Dat het anders zou kunnen, bewijst Bogerd in de expositiehal van de internationale architectuurbiënnale in Rotterdam (IABR), die afgelopen weekend werd geopend. Zijn team heeft een boek gemaakt met alle groene slimmigheden uit het ontwerpproject. Die kan iedere architect zo raadplegen. "Zonde toch, als iedereen zelf het wiel moet uitvinden?"

Visionair

'Wending', zo heet de ruimte waar Bogerd staat met zijn maquette. In dit deel van het Rotterdamse Haka-gebouw, een hippe oude fabriek uit de jaren dertig, laat de architectuurbiënnale zien waar het naartoe moet met de Nederlandse gebouwen en straten. De maquette is een van de tientallen projecten.

Er zijn houten hokken in de industriële hal gezet, met presentaties binnenin: een soort couveuses, zegt de organisatie, die geen baby's maar milieuambities beschermen en laten groeien. Daar hangen technische tekeningen, plattegronden en videoschermen. Die laten visionaire ideeën over steden zien. Bomen zijn daarin beeldbepalend, in plaats van auto's. Schone energie komt uit alle hoeken en gaten. Geen pleinen vol baksteen, maar stadstuinen. Zo anders dan de huidige realiteit, maar toch goed voor te stellen.

Toch roepen al die duurzame droombeelden een prangende vraag op: lukt het wel, om zoiets te realiseren? Met dat gevoel, twijfel over de haalbaarheid van een ultragroene woonomgeving, mogen bezoekers van de biënnale best weggaan, zegt Leo van Broeck. Hij is Vlaams bouwmeester en een van de curatoren van de biënnale, samen met de Nederlandse rijksbouwmeester Floris Alkemade en de Belgische architect Joachim Declerck. Samen kozen ze klimaatverandering als thema voor het tweejaarlijkse architectuurfestijn, nu én in 2020.

"Er is lang gedacht: het klimaatprobleem, dat lossen we mondiaal op", zegt Van Broeck. Hoewel het wereldwijde klimaatakkoord van Parijs al drie jaar van kracht is, komt er van uitvoering nog weinig terecht, vindt hij. "De doelen zijn er. Maar we ontdekken nu dat je de uitvoering klein en lokaal moet aanpakken." Iedereen, ook mensen in hun eigen buurt, kan helpen om de klimaatdoelen van 'Parijs' te halen. Door de keuze van transport, voedsel en energie.

Er is al van alles mogelijk, bewijst de 'Wunderkammer' op de Rotterdamse biënnale. Die grote hal ligt vol met 'groene' producten, die er nu al zijn. Er liggen 'bietenballen', bitterballen met rode biet in plaats van vlees. Er staat een doodskist van bioplastic. Een milieuvriendelijke badeend, een fiets van duurzaam resthout, een stoel van gerecycled kurk, een skateboard van samengeperst afval, allerlei bioschoonmaakmiddelen. "En ken je die al? Dat is een knakwortel. Yep, een plantaardige knakworst", zegt ontwerper Caroline Ruijrok (33). Zij zocht alle duurzame spullen bij elkaar, samen met kunstenaar Wouter Klein Velderman (39). "Echt, je kan het zo gek niet bedenken of er bestaat al een duurzame versie van een product." De ene fabrikant maakt ze om vette winst te maken en de ander uit puur idealisme, zegt Velderman. "Doet er niet toe."

Meer spullen

Op een tekstbordje in de 'Wunderkammer' staat: 'We zijn met steeds meer mensen, we hebben steeds meer spullen. Maar de wereld blijft even groot'. Daarom is het zo belangrijk dat de architectuurwereld groen gaat denken en doen, zegt curator Van Broeck. Wie een gebouw ontwerpt, bepaalt mede hoe een woongebied, de openbare ruimte, er voor lange tijd uit gaat zien, zegt hij. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. "Architecten moeten afzien van projecten die geen rekening houden met klimaat, natuur en milieu."

Dat vergt een politieke, haast activistische houding van de architectuurwereld. "Onze sector heeft de politieke arena verlaten. Architecten verschuilen zich tegenwoordig achter hun focus op vorm en goede smaak." Oké, er bestaan geen harde eisen om superduurzaam te ontwerpen. Maar dat is geen excuus om het niet te doen, zegt Van Broek. "Anders is het alsof een chirurg zegt: 80 procent van mijn patiënten verlaat mijn operatietafel met een nekblessure, maar ik houd me aan alle regels."

De angst bij politici en planologen is vaak dat mensen hun woon- en leefruimte niet willen 'opofferen' aan meer groen, zegt Van Broeck. Een besluit van de Belgische stad Gent, om mensen te weren uit een deel van de stadsparken, zou bewijzen dat die vrees onterecht is. Dertig procent van een groot stadspark werd ontoegankelijk gemaakt, niet met hekken maar met een natuurlijke afscheiding, water en planten. "Goed voor de natuur en de biodiversiteit. Het natuurplezier bij bezoekers stijgt."

Torenhoge kosten, dat is ook zo'n angst als het gaat over het 'klimaatproof' maken van steden en dorpen, met bijvoorbeeld duurzame straten, die tegen extremer weer kunnen, een van de gevolgen van de klimaatverandering. Maar als landen klimaatverandering niet aanpakken, is de financiële schade veel groter, zegt George Brugmans, directeur van de biënnale. Miljarden investeren om het Parijse klimaatakkoord te halen, scheelt een veelvoud aan klimaatkosten dan als de wereld de boel op zijn beloop laat, zeiden wetenschappers deze maand in vakblad Nature.

"De Parijse klimaatdoelen zijn er. Ook architecten kunnen helpen bij de uitvoering", zegt Brugmans. Dat lukt niet door alleen een gelikte expositie met modellen, waar vooral cultuurfans op afkomen die al begaan zijn met duurzaamheid.

De biënnale hoopt daarom zo veel mogelijk mensen te bereiken. De initiatiefnemers willen echt bijdragen aan verandering, bij mensen thuis en in de stad. Ze komen ook met een manifest voor het landelijke klimaatakkoord, dat begin juli klaar moet zijn. Door hoog in te zetten stellen de curatoren van de architectuurbiënnale zich kwetsbaar op, zeggen ze. Als er weinig concrete projecten uit komen rollen zijn ze een makkelijk mikpunt van kritiek.

Huiskamer

Bij een theoretisch verhaal in de expositiezaal blijft het dus niet. De buurt doet mee aan proeven, op het naastgelegen Vierhaventerrein. De Rotterdamse haven heeft ook interesse in samenwerking. Niet geheel toevallig zit de baas van de haven, Allard Castelein, in de raad van toezicht. Als CEO's of politici komen kijken is dat waardevol, zegt Brugmans. Andersom weten zij veel van de Parijs-doelen en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

De curatoren hopen dat ook veel mensen van buiten de 'groene bubbel' komen kijken, of meedoen aan een cursus of fietstocht die de biënnale organiseert. De leuze van Van Broeck: "We willen de Tweede Kamer bereiken, maar ook de huiskamer."

De expositie is tot 8 juli te zien in het Rotterdamse Haka-gebouw, Vierhavenstraat 38. Meer informatie en de agenda van activiteiten kunt u vinden op www.iabr.nl.

Lees ook: Plensbuien: wen er maar aan, en haal de tegels uit je tuin

Wolkbreuken als die van de afgelopen dagen doen het besef groeien: we moeten ons wapenen tegen meer regen. En u kunt ook meehelpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden