Reportage Thailand

Ons plastic afval is funest voor het Thaise platteland: tussen de cassaveplanten liggen resten elektronica

Zwaar vervuilde water uit de put van Payao Charoonwong, de prijs voor het dumpen van westers afval in Thailand. Beeld Ate Hoekstra

Sinds China de import van afval uit onder meer de VS en Europa heeft gestaakt, is de rest van Zuidoost-Azië de nieuwe bestemming van westerse afvalexporteurs. Het Thaise platteland betaalt daarvoor de prijs. 

Op haar uitgestrekte erf in Kok Hua Khao, een door rijstvelden en cassaveplantages omgeven dorp zo’n honderd kilometer ten oosten van de Thaise hoofdstad Bangkok, laat Payao Charoonwong een emmer in een diepe waterput zakken. Het water dat even later boven komt verspreidt een smerige geur en is bijna zwart van kleur. Zo komt het al ruim twee jaar naar boven, vertelt de cassaveboerin. En dat terwijl de put voor die tijd nooit problemen gaf. “We hebben deze bron twintig jaar gebruikt. Het water was altijd zo schoon dat we het zonder problemen konden drinken.”

De vervuiling wordt veroorzaakt door een bedrijfje dat een paar jaar geleden de deuren opende om plastic te recyclen. Afvalwater dat daarbij vrij kwam werd illegaal gedumpt en kwam zodoende in het grondwater terecht dat lokale boeren dagelijks gebruiken. Daar bleef het niet bij. Enkele tientallen meters verderop werd een fabriek geopend voor het hergebruiken van elektronisch afval. Maar daarvan kwam vaak weinig terecht, zegt cassaveboerin Samian Muangkao. Nadat een hevige regenbui tot een lokale overstroming had geleid, vond zij computerkabels tussen haar planten. “En ‘s avonds verbrandden ze het afval. Dan zaten wij in een ongekende stank. De vervuiling was zo erg dat een groot deel van mijn oogst is weggerot.”

Nadat China zo’n twee jaar geleden had aangekondigd de import van afval te verbieden, is de afzet verplaatst naar Zuidoost-Azië. Europese, Amerikaanse, Australische en Japanse containerschepen die voorheen koers zetten richting Chinese havens leggen nu aan in onder meer De Filippijnen, Indonesië, Maleisië en Thailand. Het afval dat zij meebrengen, met name plastic en afgedankte elektronica, wordt officieel geëxporteerd voor recycling. Maar in de praktijk wordt veel ervan gedumpt of verbrand.

Zittend op haar veranda vertelt Payao (52) dat de afvalverwerkers twee of drie jaar geleden voor het eerst arriveerden. Het was een schimmige bedoening. “Ze kochten er steeds meer land bij en de vrachtwagens reden af en aan. Ze boden mij en mijn buren geld aan. In ruil daarvoor moesten we zwijgen over wat zij hier deden. Ik heb dat geweigerd.” De gevolgen zijn groot. Oogsten zijn verloren gegaan en het grondwater is zwaar vervuild.

Een naamloos recyclebedrijf in Khao Hin Son. Lokale bewoners klagen dat het bedrijf geregeld midden in de nacht afval verbrandt. Dat zorgt voor gezondheidsproblemen. Beeld Ate Hoekstra

2,2 miljoen ton plastic afval

Volgens Autthaporn Rittichat, een onderzoeker bij de Thaise milieuorganisatie Ecological Alert and Recovery Thailand, zitten er excessieve hoeveelheden lood, ijzer, nikkel en mangaan in het grondwater. “Zelfs het gebruik ervan voor het bewateren van planten en bomen is gevaarlijk. Het gaat lang duren voordat die stoffen er weer uit zijn”, zegt de onderzoeker.

Greenpeace meldde in juni dat er in 2018 ruim 2,2 miljoen ton plastic afval naar Zuidoost-Azië is geëxporteerd, 171 procent meer dan in 2016. Het afval is voornamelijk afkomstig uit de Europese Unie en de Verenigde Staten en wordt volgens de milieuorganisatie gelabeld als recyclebaar. Maar grote hoeveelheden van het geëxporteerde afval kunnen helemaal niet meer worden hergebruikt, zegt de milieuorganisatie.

Volgens Greenpeace is Thailand na Maleisië en Vietnam de belangrijkste afzetmarkt voor buitenlands afval in Zuidoost-Azië. Vorig jaar werd er ruim 481 duizend ton aan plastic afval naar het land geëxporteerd, bijna zeven keer meer dan in 2016. Veel van die rommel gaat naar Chachoengsao, een Thaise provincie op twee uur rijafstand van havenstad Laem Chabang. En dat terwijl Thailand, net als zijn buurlanden, al grote moeite heeft het eigen afval te verwerken.

Fabrieken gesloten

Na protesten van omwonenden werden de fabrieken nabij Samian Muangkao’s cassaveveld onlangs gesloten. Elders zijn de schimmige praktijken nog in volle gang. Zo’n tien kilometer verderop, in het dorp Khao Hin Son, verdwijnt een vrachtwagen achter een hoge muur. Op een bord bij de ingang van het naamloze bedrijf is te lezen dat hier koper wordt gerecycled en dat het bedrijf volledig legitiem opereert.

Omwonenden merken echter op dat er zowat dagelijks afval wordt verbrand. “Niemand weet precies wat ze daar doen, maar rond middernacht gaan de verbrandingsovens aan. Als de wind in onze richting staat, is de stank werkelijk verschrikkelijk”, vertelt Pharatikan Chayaphat Kuntaw. Hij dient als monnik in de boeddhistische tempel Wat Boonyaram op een paar minuten rijden van de fabriek. Volgens hem klagen omwonenden dat de vervuiling leidt tot ademhalingsproblemen, brandende ogen, misselijkheid en hoofdpijn. Ook gaan er verhalen rond over bedorven gewassen en koeien die niet meer willen eten. Pharatikan trekt een smerig gezicht. “Het stinkt naar pesticide. Als je aan het eten bent en die stank komt je tegemoet, dan wil je overgeven.” Net als in Kok Hua Khao stapten ook hier de dorpsbewoners naar de lokale autoriteiten voor uitleg. Op bijval hoefden zij echter niet te rekenen. “De overheid zegt dat er publieke inspraakavonden zijn geweest en dat er toen geen bezwaren waren. Maar mensen werden voor die avonden selectief uitgenodigd en kregen geld toegestopt om zich stil te houden”, zegt de monnik. Volgens hem zijn er in de directe omgeving zeker vier of vijf fabrieken die afval verbranden.

Retour afzender

Op andere plekken leidt de lokale onvrede en de druk van milieuorganisaties wel tot verandering. De Filippijnse president Rodrigo Duterte verkondigde in april dat zijn land niet een afvalberg voor de rest van de wereld wenst te zijn. De Filippijnen, Maleisië en Cambodja stuurden tientallen containers met afval terug naar Australië, Canada en de VS. Nieuwe wetten om de import van buitenlands afval te verminderen of zelfs helemaal te verbieden zijn door verscheidene landen aangekondigd. Thailand zegt de import van plastic afval per 2021 niet langer toe te staan.

Riam Pheungkasem koopt oude afvalzakken en cementzakken op bij de recyclebedrijven in de buurt. Ze maakt de zakken schoon en verkoopt ze met winst. Beeld Ate Hoekstra

En niet iedere burger is ontevreden over de afvalimport. Tegenover de tempel Wat Boonyaram legt Riam Pheungkasem oude cementzakken en stevige afvalzakken te drogen. Sinds een jaar koopt de Thaise vrouw de zakken van recyclebedrijven bij haar in de buurt. Zij maakt ze schoon om ze vervolgens weer te verkopen. Ook het afval dat er soms nog in zit – voornamelijk afgedankte elektronica – verhandelt ze.

“Ik doe goede zaken”, zegt Riam. “Wat mij betreft gaat Thailand gewoon door met het importeren van afval. Bijna alles wat ik inkoop weet ik met winst te verkopen.” Een paar honderd meter bij haar woning vandaan bevindt zich een fabriek die afval zegt te recyclen. Of die fabriek haar niet stoort? De vrouw zwijgt even, om vervolgens toch antwoord te geven. “Rond middernacht verbranden ze het afval. Het irriteert mijn neus en ogen. Daar maak ik me soms wel zorgen over.”

Lees ook: 

Fotograaf Kadir van Lohuizen: ‘We kunnen echt nog iets aan die afvalberg doen’

Fotojournalist Kadir van Lohuizen onderzocht en fotografeerde in zes wereldsteden hoe wordt omgegaan met afval. Dat resulteerde in een fotoserie en multimediale productie van eindeloze bergen plastic, karton, blik, metaal en andere troep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden