In de jaren zeventig waren de sloten enorm troebel door de vele meststoffen, dat is nu wel anders en daar profiteren flink wat vissoorten van.

Visatlas

Ons binnenwater is uitzonderlijk schoon, maar de nieuwe Visatlas heeft ook slecht nieuws

In de jaren zeventig waren de sloten enorm troebel door de vele meststoffen, dat is nu wel anders en daar profiteren flink wat vissoorten van.Beeld Jelger Herder

Het Nederlandse binnenwater is in decennia niet zo schoon geweest, wat goed uitpakt voor veel zoetwatervissen. Tegelijkertijd worden andere soorten gehinderd door barrières, exoten en klimaatverandering. Dat toont de nieuwe Visatlas van Nederland die deze week verschijnt.

Koen Moons

“Ecologen in de jaren ’70 hadden niet geloofd dat het nu zo goed zou gaan met zoetwatervissen in Nederland”, zegt viskenner Jelger Herder van RAVON, kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen. “Alle sloten waren enorm troebel door de vele meststoffen, er zat gif in de rivieren, op veel plekken dreven regelmatig dode vissen op het water. Door nieuw beleid zoals de Kaderrichtlijn water is de waterkwaliteit echt enorm toegenomen en daar profiteren flink wat soorten van.”

Dat is alvast het goede nieuws uit de nieuwe Visatlas van Nederland, waaraan Herder samen met collega’s jarenlang aan werkte. Het boek toont de verspreiding en trends van de vissen in de zoete wateren van Nederland. Ook wordt ingegaan op de veranderingen in het water en in het Nederlandse landschap die gunstige dan wel ongunstige gevolgen hebben. De laatste keer dat er een visatlas uitkwam, was 25 jaar geleden. “Dat was nog een redelijk dun boek”, zegt Herder. “Er was ook minder bekend toen. Nu hebben we de gegevens van vele schepnetvrijwilligers en sportvissers, en er is een schat aan informatie bij bijvoorbeeld waterschappen en Rijkswaterstaat. Zij monitoren ook de visstand, om te kijken of ze aan Europese doelstellingen voldoen.”

Herder en collega’s schraapten zo afgelopen jaren van alle mogelijke plekken gegevens bij elkaar, maar keken ook kritisch naar de oude cijfers. “Die zijn allemaal opnieuw gevalideerd om een betrouwbaar beeld van de trends te krijgen. Er was destijds bijvoorbeeld in interviews met beroepsvissers melding gedaan van een grote modderkruiper boven het Noordzeekanaal. Maar als je naar het habitat en de verspreiding van de soort kijkt, is dat heel onwaarschijnlijk”, aldus Herder. Ook zijn de oude en nieuwe cijfers niet simpelweg naast elkaar gelegd om een trend te bepalen. “Nu er zoveel meer waarnemingen worden gedaan, moet je daar natuurlijk rekening mee houden. Alle trends zijn samen met het CBS berekend en gecorrigeerd naar de onderzoeksinspanning die is gedaan, onze modellen houden daar rekening mee.”

De mondschijf van een rivierprik. Beeld Jelger Herder
De mondschijf van een rivierprik.Beeld Jelger Herder

Barrières

Voor sommige soorten zijn gegevens beschikbaar van meer dan honderd jaar geleden. Die komen onder andere van de visafslag, iets wat we voor soorten als zalm nu niet meer kunnen voorstellen. “Op vrijwel alle trekvissoorten werd vroeger veel gevist op de rivieren, maar juist die zijn aan het begin van de twintigste eeuw het hardste gekelderd”, aldus Herder. “Soorten die voor de voortplanting vanuit zee de rivier op zwemmen, zoals zalm en steur, verdwenen zelfs helemaal. Dat komt grotendeels door de vele barrières die wij als mens hebben opgeworpen. Zo verdween ook de voortplantingspopulatie van de fint door de aanleg van de Deltawerken en de verstuwing van de Maas.”

Al worden de laatste jaren hier en daar wel barrières geslecht, er worden ook nieuwe opgeworpen. “Er worden nog steeds vergunningaanvragen gedaan voor nieuwe waterkrachtcentrales in bijvoorbeeld de Maas”, zegt Herder. “Bij langwerpige vissen als de aal kan wel ruim 10 procent per centrale sterven in die waterkrachtturbines. En wat als er dan drie van die centrales achter elkaar staan? We vinden dat een heel slechte ontwikkeling, vooral omdat ze zonder subsidie in Nederland niet eens rendabel zouden zijn en je met enkele windmolens dezelfde opbrengst hebt.”

Een soort die zeker niet met een positief verhaal in de atlas staat, is de kwabaal. Een vis die voor de gemiddelde Nederlander waarschijnlijk totaal onbekend is, maar tot halverwege de vorige eeuw nog massaal voorkwam in rivieren, beken en meren, waar ze in de winter paaiden op overstroomde oeverlanden. Herder: “Je moet je bedenken dat hier vroeger veel land tot in mei onder water stond. Deze gebieden vormden de kraamkamers voor kwabaal, maar ook andere vissoorten groeiden hier op. Inmiddels wordt de waterstand sterk gereguleerd op een onnatuurlijk vast peil.”

Professionele visstandbemonstering in natuurgebied Scherenwelle. Beeld Jelger Herder
Professionele visstandbemonstering in natuurgebied Scherenwelle.Beeld Jelger Herder

Klimaatverandering

Beekherstel en plannen voor nieuwe overstromingsvlaktes langs de rivieren bieden misschien hoop voor de toekomst, maar de kwabaal heeft ook nog een ander probleem: klimaatverandering. “Als het water boven de 20 graden komt, stopt de vis al met eten. En de eitjes overleven alleen in water kouder dan 6 graden, die grens zullen we in de winter en het vroege voorjaar steeds vaker overgaan.”

De kwabaal is niet de enige soort die last zal hebben van verandering van het klimaat. Droge zomers zijn funest voor bewoners van beken. “We hebben recent een paar heel droge zomers gehad waarin beken echt helemaal droog stonden. Dat is natuurlijk rampzalig voor soorten als beekprik en rivierdonderpad. Die laatste heeft het toch al heel zwaar door opkomst van exotische grondels.”

Met die exoten gaat het in elk geval wél goed. Naast wat plekken waar losgelaten goudvissen en zonnebaarzen hun plek in de Nederlandse natuur hebben veroverd, gaat het daarbij vooral om verschillende soorten Zuidoost-Europese grondels. “Van nature hadden die hier nooit kunnen komen, maar door aanleg van het Main-Donaukanaal zijn ze via de Rijn hier terechtgekomen en ze doen het heel erg goed. Zo goed zelfs dat ze de inheemse rivierdonderpad nagenoeg geheel verdrongen hebben uit de grote rivieren.”

Paaiplaatsen

Gelukkig zijn er naast nieuwe gevaren ook gunstige ontwikkelingen gaande. Veel bij de ruilverkaveling rechtgetrokken beken zijn weer gaan kronkelen, waardoor bijvoorbeeld paaiplaatsen zijn hersteld. Een hoopvolle ontwikkeling is de Vismigratierivier die momenteel dwars door de Afsluitdijk wordt aangelegd, waardoor trekvissen weer geleidelijk kunnen migreren tussen zout en zoet water. In de Haringvlietdam staan de sluizen sinds kort op een kier. Ook worden steeds meer stuwen en gemalen voorzien van vistrappen.

Goede ontwikkelingen, maar of de trekvispopulaties van weleer zich zullen herstellen, durft Herder niet te zeggen. “Er zijn als experiment steuren uitgezet bij Nijmegen. Maar weten die steuren als ze groot zijn de weg naar de Rijn terug te vinden? En hebben ze geen last van scheepvaart bij laag water, zoals dat bij paling het geval lijkt te zijn? Daarvan vinden we in droge zomers ineens heel veel dode exemplaren, de beruchte knakalen.” Al met al geeft de atlas een wisselend beeld. Herder ziet zelf veel goede ontwikkelingen, maar maakt zich ook zorgen om de bedreigingen. “Maar wie weet worden wij bij een volgende atlas ook wel weer verrast door de vooruitgang, laten we het hopen.”

Visatlas van Nederland, Ravon, Uitgeverij Noordboek, 272 pagina’s, €37,95.

Lees ook:

Eindigt dat visje in de bek van een vogel of in onze tapas? De rechter moet het zeggen

Op verzoek van Vogelbescherming Nederland is er een voorlopige streep gezet door een vergunning voor spieringvissers op de Waddenzee. De juridische strijd om het kleine visje zal verder gaan.

De visser moet het IJsselmeer verlaten. Gebeurt dat niet vrijwillig, dan helpt de minister een handje

Er komt een drastische sanering van de visserij op het IJsselmeer. Dat moet de visstand ten goede komen. Vissers vermoeden echter dat er iets anders speelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden