Column Patrick Jansen

Ongemerkt en ongewild doen we allemaal mee aan de vernietiging van de natuur

Toen ik een jaar of twintig was en in Wageningen biologie studeerde, zag ik op televisie een documentaire over bosecologen die het kronendak onderzochten van een tropisch regenwoud in Frans Guyana, een stukje Frankrijk in Zuid-Amerika. Ze deden dit vanaf het radeau des cimes, een groot spinnenwebachtig vlot dat met een kleurrijke zeppelin op de boomkronen werd neergelaten. Ik was verkocht.

Met een medestudent bezocht ik de Wageningse hoogleraar die bij het project betrokken was. Een half jaar later zaten we zelf in het kronendak in Frans Guyana. Niet op het kronendakvlot, maar op kleine houten platforms die in verschillende boomtoppen waren geïnstalleerd om apen te filmen. Je moest er naartoe klimmen langs een touw. Het hoogste platform zat op maar liefst 55 meter. Vrij hoog voor een bioloog met hoogtevrees.

Het Franse veldstation lag ver van de bewoonde wereld. Er waren twee manieren om er te komen. Een klein uurtje in een helikopter, of twee dagen met achtereenvolgens een lange autorit, een tocht met een gemotoriseerde kano over een rivier met gevaarlijke stroomversnellingen, en een voettocht door het bos. Onbereikbaarheid is de beste bescherming.

Bosecologen onderzoeken de toppen van het tropisch regenwoud vanaf een luchtvlot. Beeld Hollandse Hoogte / Gamma Presse Images

Het regenwoud maakte een verpletterende indruk op mij. Het was rijker dan wat ik ooit had gezien. Tapirs en jaguars, talloze vogelsoorten, bizar gevormde insecten. Elke volgende boom leek wel weer van een andere soort. En bij de grote boodschap – die deden de onderzoekers in het bos – kwamen mestkevers zo groot als pingpongballen aanvliegen terwijl je nog bezig was.

En zo werd ik zelf tropisch bos­ecoloog. Ik kreeg een beurs, en ging voor mijn promotieonderzoek meermaals terug naar deze plek, en later naar veel andere bossen. Het is een groot voorrecht om te mogen werken te midden van onbeschrijflijk grote biodiversiteit. Maar er is een nadeel. Hoe beter je de rijkdom kent, hoe groter de pijn die je voelt bij het verlies ervan.

In alle tropische landen die ik later bezocht zag ik hetzelfde patroon. Soms illegale goudwinning die alles vernietigt en vergiftigt. Vaker wegenbouw, gevolgd door stroperij van wilde dieren en waardevolle houtsoorten. Uiteindelijk, vroeg of laat, wordt het bos geveld en platgebrand voor landbouw of mijnbouw. Veel van de bosbranden in de Amazone getuigen van deze laatste stap. Het houdt maar niet op.

Het is frustrerend. Je stinkende best doen voor biodiversiteit in eigen land lijkt zinloos als tegelijkertijd elders veel rijkere wildernis – waar de natuur nog intact is – wordt opgerold vanwege corruptie, winstbejag, grondstoffenhonger, vaak met lokale armoede tot gevolg. En ongemerkt en ongewild doen we allemaal mee. Er komen grondstoffen voor óns voedsel, ónze apparaten, ónze juwelen en ónze bouwprojecten uit deze gebieden.

De vele aandacht die ontbossing, en het vuur, in de Amazone de afgelopen weken heeft gekregen geeft hoop. Dankzij de roekeloosheid van de Braziliaanse president Bolsonaro staat bescherming van oerwouden plots hoog op de politieke agenda. Ook bij de Europese Unie, die op het punt staat om een gigantisch handelsverdrag te sluiten met Brazilië. Laat natuurbescherming een keiharde voorwaarde worden. En wijzelf? Wij moeten ons consumptiepatroon drastisch veranderen.

Patrick Jansen is ecoloog en universitair hoofddocent in Wageningen en schrijft voor Trouw om de week een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden