Akoestische vervuiling

Onderwaterherrie verstoort de kabeljauwen

Inge van der Knaap zendert een kabeljauw. Beeld Yoeri van Es
Inge van der Knaap zendert een kabeljauw.Beeld Yoeri van Es

Een experiment met gezenderde kabeljauwen laat zien: ook vissen kunnen last hebben van lawaai onder water. ‘We hebben nog nauwelijks door hoe we de zeeën akoestisch vervuilen’, zegt biologe Inge van der Knaap.

Kabeljauw reageert traag. Dat was de eerste verrassing, toen marien biologe Inge van der Knaap van de Universiteit Leiden de gegevens van 37 kabeljauwen met een zendertje in hun buik goed had bekeken: de bekende vissoort past zijn gedrag niet snel aan.

Maar is het eenmaal zover, dan verandert er veel. Samen met enkele Belgische collega’s had Van der Knaap de vissen één voor één met een hengel uit de Noordzee gevist, rond het windmolenpark Belwind, voor de Belgische kust. Met het minuscule zendertje dat ze vervolgens in de buik van de vissen had geplaatst, kon ze daarna de positie en ook het bewegingspatroon van de dieren blijven volgen. Tenminste, zolang de vissen in de buurt van de speciale ontvangers bleven zwemmen, die ze bij het windmolenpark had geplaatst.

Anders dan een makreel of een haring, wil een kabeljauw in de zomer graag op een vaste plek blijven, wist Van der Knaap. De grote stenen die rond de voet van windmolens op zee zijn gestort, zijn wat dat betreft geliefde plekken. Maar nu werden de vissen daar bij wijze van onderzoek ruim drie dagen lang blootgesteld aan lawaai van een seismisch onderzoeksschip. Normaal varen die schepen rond om met behulp van de echo’s van oorverdovende knallen de zeebodem in kaart te brengen. Zit er ergens misschien olie of gas in de bodem? Dat soort vragen. In dit geval produceerde het schip alleen maar luide knallen, zodat Van der Knaap en collega’s konden zien wat de reactie van de kabeljauwen zou zijn.

Zeezoogdieren

“Als je vanuit jezelf redeneert, dan zou je misschien denken: een knal? Wegwezen!”, veronderstelt van der Knaap. “Dat is over het algemeen ook de reactie van zeezoogdieren zoals walvissen en dolfijnen. Om die reden staat er verplicht een ‘zeezoogdierenwaarnemer’ op de brug van dit soort schepen. Worden er walvissen of dolfijnen gezien, dan moet het seismisch onderzoek volgens de internationale verdragen meteen worden stilgelegd. Maar vissen zitten blijkbaar heel anders in elkaar. Waar je normaal mocht verwachten dat kabeljauwen de hele zomer rond de windmolens zouden blijven hangen, gingen ze nu enkele dagen tot zelfs pas twee weken na het rondvaren van het knallende schip het gebied uit.”

Nog opvallender was de verandering in het gedrag van de vissen. Van der Knaap: “Normaal gesproken eten kabeljauwen vooral rond zonsopkomst en zonsondergang. Ze jagen dan op kleine kreeftachtigen, krabben en garnalen. Aan de data van de bewegingssensor in onze zenders konden we zien dat ze in die periodes ook veel kleine beweginkjes maakten. Maar tijdens het passeren van het onderzoeksschip, zagen we dat de kabeljauwen veel vaker stilhingen rond etenstijd. We konden natuurlijk niet precies zien wat ze aan het doen waren, maar het lijkt er in ieder geval sterk op dat ze onder invloed van de herrie van het schip minder gingen eten.”

Het onderzoek met de kabeljauwen is deze week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology. Van der Knaap is voorzichtig met het trekken van conclusies wat betreft de effecten van seismisch onderzoek op het welzijn van de kabeljauw, laat staan van ander onderwater lawaai. “We weten uit eerder onderzoek dat deze vissen meer energie verbruiken, wanneer ze een voedselrijk gebied eerder verlaten dan gebruikelijk. Ze nemen ook nog eens minder energie op, wat kan doorwerken in de groei van de vis en ook in de voortplanting. Dit kan een effect hebben op de hele populatie. Hoe precies, daar zal nog veel meer onderzoek naar moeten worden gedaan.”

Volwassen kabeljauw. Beeld Buiten beeld
Volwassen kabeljauw.Beeld Buiten beeld

Die vraag naar aanvullende onderzoek is meer dan wat wetenschappers eigenlijk altíjd concluderen: ‘Ons onderzoek heeft nog meer vragen opgeroepen en die willen we óók onderzoeken.’ In dit geval is daar ook een wettelijke noodzaak voor, zegt Van der Knaap. “De Europese Unie heeft bepaald dat de lidstaten bij alle activiteiten op zee een zogeheten Good Environmental Status, dus een goede staat van het zeemilieu moeten handhaven. Wat de precieze invloed is van onderwatergeluiden op die staat van het milieu, daar weten we nog heel weinig van. Dat zullen we dus moeten onderzoeken, willen we ons aan de wet kunnen houden.”

Dat we als mensen, bewust dan wel per ongeluk, heel veel geluid maken onder het wateroppervlak, dat is overigens wel duidelijk. De begeleider van het kabeljauwenonderzoek, de Leidse Universitair Docent Hans Slabbekoorn, schreef ook mee aan een groot overzichtsartikel dat vorige week in het tijdschrift Science werd gepubliceerd. “Niet alleen via dit soort seismisch onderzoek, maar ook met sonar van de marine, of van vissersboten die scholen vis opzoeken, maken mensen lawaai onder water. En dan is er ook nog heel veel ‘per-ongeluk-lawaai’, van scheepsschroeven, hei-installaties die windmolens komen plaatsen of oude bommen die op zee onschadelijk worden gemaakt.”

Garnalen en kwallen

Voor de effecten van lawaai onder water op zeezoogdieren is inmiddels gelukkig wel aandacht, weet Slabbekoorn. “Maar het onderzoek met de kabeljauwen laat zien dat er veel meer effecten zijn dan alleen op walvissen en dolfijnen. Bijna iedereen kent het prachtige zingen van bultruggen.”

“Andere walvissen communiceren met elkaar via lagere geluiden, die op honderden kilometers afstand te horen zijn. Veel vissen groeperen zich, roepend als een koor, om bijvoorbeeld gezamenlijk te paaien. Sommige soorten garnalen maken óók gebruik van geluid, bijvoorbeeld om een prooi te verdoven. Vrij recent is ontdekt dat zelfs kwallen geluiden kunnen waarnemen.”

Een relatief voordeel van geluidsvervuiling, zegt Slabbekoorn, is dat het in principe simpel is weg te nemen. “Vervuiling van de oceanen met plastic kost onvoorstelbaar veel moeite om op te ruimen. Om vervuiling met geluid weg te nemen hoef je ‘alleen maar’ de geluidsbron uit te zetten of af te schermen.

Bij het heien van de fundering van windmolens wordt bijvoorbeeld al gewerkt met bellenschermen die de knallen dempen, of met boren of trillen in plaats van heien. Voor seismisch onderzoek zou je kunnen denken aan het gebruik van geluidsfrequenties waar het onderwaterleven minder last van heeft. Maar ja, dan zal je eerst moeten weten welke frequenties dat precies zijn.

Bovendien verandert het akoestisch landschap onder het zeeoppervlak ook door het veranderende klimaat. Het verdwijnen van de ijskap in de Noordelijke IJszee heeft grote invloed op geluiden. Er kunnen daar steeds vaker schepen varen die herrie maken en ook het voortplanten van geluid gaat onder ijs anders dan in open water.

De toename van zoetwaterstromen uit rivieren in de zee heeft ook invloed. Die kunnen als een soort tunnels werken voor het voortplanten van geluid. Echt, we hebben nog nauwelijks door hoe we de zeeën en oceanen precies vervuilen met onze geluiden. Laat staan welke maatregelen we kunnen nemen.”

Lees ook: 

Vluchtende vissen en dove dolfijnen

De stilte van de zee? Vergeet het maar. Allerlei geluiden - oude bommen, seismische proeven, schepen - beïnvloeden de dieren die erin leven. Promovendi in Leiden wierpen zich op de negatieve effecten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden