Omhoog met nieuw levend veen

Het Ilperveld is een gebied waar de bodem daalt. Het project ‘Omhoog met het Veen’ moet dat tegengaan. Beeld Patrick Post

Landschap Noord-Holland haalde vier jaar geleden de bovenlaag van vier hectare zwaar bemest grasland af en strooide er snippertjes veenmos op. Nu groeien er orchideeën en zonnedauw.

Héél voorzichtig stapt ecoloog Bas van de Riet van onderzoeksbureau B-Ware van de houten vlonder die bezoekers door de rietvelden van het Ilperveld moet leiden. Het pakket veenmos naast de planken is weliswaar stevig genoeg, maar wel helemaal verzadigd met regenwater. Bij iedere stap vormt zich dan ook een poeltje rond zijn net iets te nette schoenen voor deze gelegenheid. Van de Riet is duidelijk niet gekleed op veldwerk, maar op de presentatie die hij straks geeft tijdens de slotbijeenkomst van het project ‘Omhoog met het Veen’. Met een aardappelschilmesje dat hij even bij het bezoekerscentrum van Landschap Noord-Holland heeft geleend, steekt hij zo diep als hij kan in de bovenste plantenlaag. Kijk, zegt hij met een brede grijns, als hij een soort langwerpige spons met halfverteerde plantjes en frisgroen mos uit de grond heeft gewipt: “Hieronder, op een centimeter of acht diep, zit de oude veenlaag. Maar die sponsachtige laag daarboven, dat is allemaal nieuw gevormd in de afgelopen vier jaar!” Van de Riet is trots, zoveel is duidelijk.

Voor het project ‘Omhoog met het Veen’ liet de toenmalige beheerder van Landschap Noord-Holland Niels Hogeweg vier jaar terug de bovenste tien centimeter van een stuk weiland afschrapen. Tot dat moment werd het weiland nog verpacht aan een boer in de buurt. “Die had er kort daarvoor zelfs nog mest opgebracht”, vertelt Hogeweg. “Met die bovenlaag haalden we de graszode en een deel van de meststoffen uit de bodem. We wilden er uiteraard niet te veel van af halen. Om het land te kunnen bewerken wordt de grondwaterstand in veenweidegebieden laag gehouden. Daardoor verdroogt het veen niet alleen, het verdwijnt ook letterlijk als CO2 in de lucht, waardoor de bodem ongeveer een centimeter per jaar daalt.”

Tekst loopt verder onder de foto.

Links de oude situatie, rechts een doorsnede met de veenmosstekjes. Beeld TRBEELD

Vrijwilligers

Uit een rietlandje in de buurt plukte Hogeweg met hulp van een grote groep vrijwilligers een enorme hoeveelheid veenmosplantjes. Die liet hij vervolgens tot snippers hakselen, om ze daarna op het afgeplagde weiland uit te strooien. Met vier jaar later dus een nieuw levend veenmostapijt tot gevolg.

“Dit resultaat is echt boven mijn verwachting”, zegt Van de Riet, die het project wetenschappelijk begeleidde. “Al in het eerste jaar zagen we tussen het mos zonnedauw opkomen; prachtige fragiele plantjes waar een jaar daarvoor nog alleen maar Engels raaigras groeide. Uit een naastgelegen hooiland kwam ook zaad van rietorchissen overwaaien. In een zwaar bemest weiland zouden die nooit zijn aangeslagen, maar hier wel.

“Het succes zit hem voor een belangrijk deel in het waterbeheer”, denkt Van de Riet. “Het Ilperveld wordt normaal gesproken gevoed met water uit het Noordhollandsch Kanaal. Dat is heel hard water, waar het veenmos niet tegen kan. Daarom hadden we vooraf een deel van het terrein gereserveerd als regenwaterreservoir. Daarmee konden we de proefvlakken van relatief schoon en zacht water voorzien.”

Het project Omhoog met het Veen werd vier jaar terug bedacht als natuurherstelmaatregel. Is het überhaupt mogelijk om zwaar bemest veenweidegebied, waar de bodem jaar op jaar verder daalt, weer terug te toveren naar een omhoog groeiend nat en schraal gebied vol orchideeën en blauwborsten? Dat lukt dus.

In Duitsland experimenteert de Nederlandse veenhoogleraar, professor Hans Joosten van de Universiteit van Greifswald met een heel andere toepassing van veenmos: als landbouwgewas. “Die acht centimeter veengroei die hier in het Ilperveld is gerealiseerd is echt een goed resultaat”, zegt hij als ervaringsdeskundige.

“Wij telen veenmos als hernieuwbare grondstof voor potgrond. Nu worden er nog miljoenen kubieke meters oud hoogveen in oostelijk Europa afgegraven, om voor een aanzienlijk deel in Nederlandse potgrond te worden verwerkt. Dat is niet alleen een enorm verlies van natuur. Het brengt ook heel veel koolstof, dat veilig in de bodem lag opgeslagen, terug in de atmosfeer. Door op voormalig grasland veenmos als gewas te telen voorkom je dat verlies van natuur. Dankzij de hoge waterstand op de veenmosakkers voorkom je ook de afbraak van planten met de bijbehorende uitstoot van CO2. Tegelijk leg je zelfs atmosferisch CO2 vast. En het mooie is, het komt ook economisch goed uit.

Potgrond

“Door dit gewas aan de potgrondindustrie te verkopen, kunnen we concurreren met inkomsten van conventionele landbouw, en dan zonder subsidies van de Europese Unie. Sterker nog, de EU-regels zitten ons op dit moment alleen maar dwars. Nu verliest een boer zijn recht op subsidie als hij omschakelt naar een natte teelt, zoals veenmos, omdat dat niet officieel te boek staat als landbouwgewas. Bovendien moet je de natte percelen elders com-penseren met nieuw grasland. De regels zijn dus duidelijk nog niet ingesteld op deze enorme opwaardering van gedraineerde veenweidegebieden.”

Bij het begin van het project bestond de vrees dat het veranderen van droog grasland in een drijfnat veenmoeras weleens een ongewenste bijwerking zou kunnen hebben. Zou het niet een bron van methaan kunnen worden? Daarmee zou het paard achter de wagen worden gespannen, want methaan is een veel sterker broeikasgas dan CO2. Maar die vrees is niet uitgekomen, weet promovenda Eva van den Elzen van de Radboud Universiteit in Nijmegen nu. Met een soort grote kaasstolpen op verschillende delen van de veenmospercelen en ook op graslanden in de directe omgeving, hield zij precies bij hoeveel van welke gassen er uit de bodem kwamen.

“Het grootste verschil tussen het grasland en deze veenmospercelen bleek de uitstoot van CO2”, zegt Van den Elzen. “Doordat in het droge weiland de oude veenbodem flink oxideert, zagen we daar grote hoeveelheden CO2 de lucht in gaan, terwijl er uit de veenmospercelen maar heel weinig vrijkwam. De verschillen in methaanuitstoot waren maar minimaal. Uitgedrukt in eenheden CO2 bespaarde ons proefveldje van vier hectare in de loop van het experiment al met al een uitstoot van tweehonderd ton CO2. Dat is vergelijkbaar met een personenauto die 28 rondjes rond de aarde rijdt.”

Oppervlaktewater

“De achilleshiel van dit project zit in het water”, denkt onderzoeker Van de Riet. “Nu konden we het oplossen met behulp van een bekken vol schoon regenwater. Maar als we grotere gebieden in Waterland op deze manier willen ontwikkelen, dan zal er echt wat aan de kwaliteit van het oppervlaktewater moeten gebeuren.”

Onderweg terug naar het droge, houten pad tussen de veldjes wijst Van de Riet nog op een paar minuscule bruine paddenstoeltjes. “Veenmosklokjes”, weet hij. “Een van de vier Rode Lijst-soorten die hier binnen de kortste keren tussen het mos groeiden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden