Nynke Zijlstra en Frits Doornenbal van Fruit Yn Frylân in hun boomgaard met oude appelrassen.

ReportageSint Nicolaasga

Nynke (40) en Frits (78) verzamelen oude appelrassen. ‘De lekkerste appels liggen niet in de supermarkt’

Nynke Zijlstra en Frits Doornenbal van Fruit Yn Frylân in hun boomgaard met oude appelrassen.Beeld Herman Engbers

Appels en peren kan je niet vergelijken. Maar wat ze gemeen hebben, is dat er vroeger veel meer soorten gangbaar waren. In Friesland bevindt zich de grootste verzameling oude appelrassen.

Op het eerste oog lijkt de appelboomgaard van de stichting Fruit yn Fryslân in Sint Nicolaasga niets bijzonders. Een ongemaaid weiland net buiten het dorp, met daarop een stel jonge fruitbomen, meer is het niet. Als je erlangs rijdt, valt je blik vermoedelijk eerder op het tegenover gelegen historische landgoed, Huize Boschoord. Voor je het weet, heb je dan iets unieks gemist.

Want het is niet zomaar een boomgaard die voorzitter Nynke Zijlstra (40) en secretaris Frits Doornendal (78) van Fruit yn Fryslân daar acht jaar geleden hebben aangeplant. Onder de rook van Joure bevindt zich namelijk de grootste verzameling oude appelrassen van Nederland. 240 verschillende vergaarden Zijlstra en Doornenbal er tot nu toe. Van elk ras staat in de Friese boomgaard één exemplaar. Die zijn allemaal geënt op dezelfde onderstammen, en hopelijk groeien ze uit tot krachtige (hoogstam)appelbomen van zo’n acht meter hoog en acht meter breed. Die moeten wel tweehonderd jaar kunnen worden, en zo helpen om de historische rassen met poëtische namen als Herfstgoud en Dubbele Bellefleur in stand te houden.

Voor uitsterven behoeden

Het begon allemaal in 2004, toen Frits Doornenbal Fruit yn Fryslân oprichtte met als doel oude fruitrassen (ook peren en pruimen) in kaart te brengen en te vermeerderen, om ze zo voor uitsterven te behoeden. De huidige voorzitter Zijlstra, dochter van een Friese groente- en fruithandelaar, kwam er in 2008 bij. Samen besloten ze zoveel mogelijk oude Nederlandse appelrassen te verzamelen.

Aan de hand van allerlei historische documenten kwamen ze tot een lijst van meer dan vijfhonderd rassen. “Tot op heden hebben we er daar bijna de helft van gevonden”, vertelt Doornenbal in de boomgaard. “Nadat ik oproepen had gedaan in ons netwerk en in de media, kregen we veel takjes opgestuurd. Uit Nederland en daarbuiten. Die takjes hebben we geënt op onderstammen en hier geplant. Ieder jaar komen er nog nieuwe rassen bij. Onlangs hebben bijvoorbeeld nog Frans Hals, Best Rood, Reinette de Thorn en Reinette de Breda kunnen toevoegen.”

null Beeld Herman Engbers
Beeld Herman Engbers

Gevraagd naar de allerlekkerste Nederlandse appel hoeft Doornenbal niet lang na te denken. Dat is volgens hem de Karmijn de Sonnaville, een zoete en aromatische kruising van de Cox en de Jonathan, die in 1971 op de markt werd gebracht. “Hij geeft een ware smaakexplosie in je mond. Maar omdat hij klein van stuk is en wat roest langs de steel heeft, vinden mensen hem niet aantrekkelijk. Nederlandse consumenten willen gladde appels met een rode kleur waarvan er zes in een kilo gaan, zocht Albert Heijn eens uit. Vandaar dat je nog maar weinig verschillende rassen in de winkel ziet. Zo zonde. Want de lekkerste appels liggen niet in de supermarkt.”

Doornenbal en Zijlstra (hij is met pensioen, zij werkt voltijds in de kinderopvang) zijn gemiddeld een dag per week in de boomgaard te vinden. Dan snoeien ze, zagen ze zieke takdelen weg, planten ze nieuwe bomen en plegen ze ander onderhoud. Daarnaast gaat er tussen juli en november veel tijd op aan het zorgvuldig documenteren van de vruchten die plukrijp zijn.

Pomologie

De leer van fruit en fruitsoorten (pomologie) kent haar oorsprong in de 17e eeuw in Duitsland en Frankrijk. Aanvankelijk hielden pomologen zich vooral bezig met het beschrijven en indelen van soorten en variëteiten. Later bekwaamden zij zich ook in het cultiveren en veredelen daarvan.

Een van de eerste pomologen in Nederland was Johann Hermann Knoop. In 1731 haalde prinses Maria Louise van Hessen-Kassel, moeder van Stadhouder Willem IV, deze hovenier vanuit Duitsland naar Leeuwarden. Bij de Mariënburg aldaar moest hij voor haar een lusthof aanleggen met onder andere bijzondere fruitbomen. Als eerste ter wereld legde Knoop die in 1758 vast in een boek met gedetailleerde illustraties, Pomologia, ingekleurd door de dochters van zijn uitgever. Zijn beschrijvingen en tekeningen bevatten een schat aan informatie en worden nog altijd wereldwijd gebruikt.

Entcursussen

“Onze collectie is zo bijzonder, dat die inmiddels een officiële genenbank vormt”, zegt Zijlstra. “Daar hoort ook gedetailleerde verslaglegging bij. Verder geven we op meerdere plekken in Friesland entcursussen en vind je ons bijvoorbeeld regelmatig op symposia en fruitshows. Bij zo’n show kunnen bezoekers onbekende rassen uit hun eigen tuin meenemen en door ons laten determineren.”

Eén favoriet ras kiezen is voor Zijlstra onmogelijk; elke oogstmaand staat er een andere lieveling bovenaan haar lijst. “De ene keer is dat de Ceres, de andere keer de Citrine of de Muskaatreinette.” Een appel die een speciale plek in haar hart heeft, is de Doeke Martens. Dat Friese ras met een vettige schil en vrij zacht, zoetzuur vruchtvlees, stond al beschreven in het beroemde naslagwerk Pomologia van Johann Hermann Knoop uit 1758 (zie kader). “Hij is waarschijnlijk vernoemd naar de zestiende-eeuwse Doeke Martena, een afstammeling van een oud Fries geslacht. Hun gerestaureerde stamhuis, Martenastate, staat ten noorden van Leeuwarden. Deze appel is als het ware het boegbeeld van onze stichting.”

null Beeld Herman Engbers
Beeld Herman Engbers

Hoewel Zijlstra en Doornenbal heel trots zijn op de hoeveelheid oude rassen die ze tot nu toe hebben verzameld, is hun zoektocht nog lang niet voltooid. “Tegenwoordig zie je vooral nog laagstamappelbomen”, aldus Doornenbal. “Heel praktisch en commercieel aantrekkelijk, maar ze hebben ervoor gezorgd dat veel goede, lekkere appelrassen zijn verdwenen. We hopen van sommige toch nog een exemplaar te vinden, zodat we er nieuwe bomen van kunnen maken.”

Onbekend maakt onbemind. Dus doen Zijlstra en Doornenbal er alles aan om de historische rassen breed onder de aandacht te brengen en te verspreiden. “Als mensen graag een van onze bomen willen enten, kunnen contact met ons opnemen”, besluit Zijlstra. “Want hoe meer enthousiastelingen deze bijzondere Nederlandse appelrassen blijven kweken, hoe beter.”

Appelbomen gezocht

Nynke Zijlstra en Frits Doornenbal zijn nog op zoek naar tal van oude appelrassen, die ze aan hun genenbank willen toevoegen. Heeft u één van onderstaande rassen in uw tuin, of weet u zo’n ras te staan? Neem dan contact met hen op via fruitynfryslan.nl.

Prinses Maria
Iephofs Pippin
Soie de Fauquemont
Van der Laans Goudreinette
Reinette van Beeck
Reinette Middelburg
Reinette Duchesse de Brabant
Der Grüner Brabanter

Lees ook:

Eigen boom en struik eerst

Het hout van wilde appelbomen is zwak, de vruchten zuur. Maar autochtone boomsoorten zijn beter bestand tegen ziektes en belangrijk voor de biodiversiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden