Jelle’s WeekdierNutteloze soort

Nut of nutteloos bestaan niet in natuur

Afgelopen maandag stond in Trouw een interessant artikel over beestjes in de stad. Gelardeerd met foto’s van vliegen, een krekel, nog wat andere insecten en enkele spinnen werd uitgelegd dat er in onze steden een flinke biodiversiteit aan klein ongewerveld grut leeft. De samenstelling van deze urbane kriebelfauna verschilt nogal van die van het buitengebied, maar dat maakt het alleen maar interessanter. 

Op de voorpagina van het katern stond het artikel aangekondigd met de teaser ‘Stadsinsecten zijn toch vooral erg nutteloos’, en de kop van het stuk zelf luidde ‘nutteloze stedelingen’. Zo werd de lezer wel tweemaal op de vermeende nutteloosheid van stadsinsecten gewezen. In het artikel zelf stond slechts vermeld dat ze weliswaar leuk zijn, maar ‘weinig nut hebben’ voor de faunistische rijkdom van de échte natuurgebieden – ‘échte’ met een nadrukaccent. Het woord nutteloos kwam er gelukkig niet in voor, nutteloos is een begrip dat de natuur niet kent. Nut trouwens ook niet.

Nut is een menselijke notie

Toch is het ’nut’ van dieren een notie die ons vanouds werd ingepeperd. Op school al leerde je dat de bij een nuttig insect is want bijen bestuiven onze fruitbomen. Aaseters zijn nuttig want ze ruimen rommel op, spinnen zijn nuttig omdat ze nare steekmuggen vangen. Toch vertel ik u geen nieuws als ik beweer dat het een bij volslagen worst zal zijn of hij nuttig is wanneer hij een appelaar bestuift, dat mieren echt geen dode vlieg naar het mierennest slepen omdat ze hopen dat wij mensen daar wel blij mee zullen zijn en geen spin denkt bij het vangen van een mug dat hij ons daarmee een dienst bewijst. Nut is een menselijke notie, een begrip dat mensen hanteren om aan te geven of het doen en laten van iemand anders wordt gewaardeerd. Een vuilnisophaler doet nuttig werk, en uw tandarts ook.

In de natuur echter bestaat geen nut. Dieren verrichten bepaalde handelingen om de eenvoudige reden dat ze daar evolutionair op zijn ingesteld. Een bij verzamelt nectar en stuifmeel als voedsel voor zichzelf en het bijenkroost. Dat zij daarbij ook nog stuifmeel verplaatst van de ene bloem naar de andere is in de evolutie van de bloemplanten zo ontstaan, maar de bij zelf heeft er geen enkele vooropgezette bedoeling mee.

Nutteloze hinder

Ook een mier sleept aas naar het nest om de larven mee te voeren en de spin slurpt een prooi leeg om zichzelf te voeden. Met wespen is het net zo. Zij hebben eiwitten nodig voor het opgroeiend wespenkroost en vinden dat in de vorm van prooidieren – of snippertjes blikzalm of gekookte ham van uw zomerse salade. Dat laatste vinden we hinderlijk – een vorm van nutteloze hinder.

Er is geen bij, mier, spin of wesp die denkt ‘wat ben ik vandaag toch weer lekker nuttig’. Evenmin heeft een leeuw scrupules bij het vangen en opeten van een zebra. De natuur heeft geen morele oordelen. Natuur is er gewoon, niet immoreel, maar wel amoreel. Nuttig noch nutteloos. Het zijn begrippen die de natuur niet kent.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden