Nu met nog minder vlees

Rookworsten van Unox gaan de rookkamers in. Beeld ANP

Unox denkt erover om het vlees in zijn rookworst bij te mengen met plantaardige ingrediënten, zo liet moederbedrijf Unilever van de zomer weten. Dat moet de bewuste vleeseter als muziek in de oren klinken. Hij kan vlees blijven eten, terwijl toch een bijdrage wordt geleverd aan vermindering van de forse milieuschade die vleesproductie met zich meebrengt.

Vlees bijgemengd met plantaardig materiaal - zogenoemd hybride vlees - is al langer verkrijgbaar bij supermarkten als Plus, Jumbo en AH in de vorm van gehakt, worstjes, hamburgers en slavinken. Tussen de 20 en 30 procent van deze producten bestaat uit plantaardige ingrediënten. Het gebeurt nu nog op bescheiden schaal, maar als Unox zijn icoon van vleesetend Nederland op die manier gaat maken wordt echt een flinke stap gezet. Al was het alleen maar om de uitstraling ervan.

Vlees eten staat maatschappelijk onder grote druk. Een groeiende wereldbevolking gekoppeld aan grotere welvaart zal de vraag naar vlees tussen nu en 2050 doen toenemen met 73 procent, zo becijferde onlangs de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Dat legt een enorme druk op land-, water- en ruimtegebruik en vergroot de uitstoot van broeikasgassen. Voor de productie van een kilo vlees is namelijk een veelvoud aan voer nodig. Nou zijn er mensen die een oplossing zien in een nog intensievere veeteelt. Nog meer dieren dus. Anderen zoeken het in geen vlees meer eten, of in ieder geval minder vlees eten.

Rijstebloem en zeewier
Hybride vlees klinkt niet aantrekkelijk, maar is volgens deskundigen wel een goede eerste stap om de vleesconsumptie te beteugelen. Bovendien blijkt uit tests dat het de juiste bite heeft en zeer goed smaakt, soms zelfs beter dan het oorspronkelijke product. "Het bijgemengde plantaardig materiaal oogt als een soort dikke yoghurt en bestaat uit een mengsel van rijstebloem en zeewier", zegt Jos Hugense directeur van Meatless, producent van een van de mengsels. "Maar het kan ook met soja of lupine."

Hugense, zelf afkomstig uit de vleessector, begon zes jaar geleden met Meatless. Hij startte echter te vroeg. "Ik heb de emotie onderschat. Als je iets vervangt in het oorspronkelijke product krijg je uiteindelijk de vraag voorgeschoteld of er iets mis is met dat product." Maar dat betekent niet dat er niets aan de hand is in de vleessector. Langzamerhand wordt duidelijk dat er een groot en blijvend probleem is, zegt Hugense. "Vanaf 2007 zie je de prijzen stijgen. Voer wordt duurder, dieren worden duurder. In Amerika zie je al een verschuiving van rundvlees naar het goedkopere varkens- en kippevlees. De rundveeboeren daar zien verlies op hen afkomen en slachten nu het nog kan hun moederdieren. Dat verergert de zaak alleen maar. Tel daar de droogtes, nu al twee jaar achter elkaar, in de veevoergebieden bij op en je kunt zo uittekenen wat er staat te gebeuren. Op de langere termijn is de groeiende vraag vanuit China en Brazilië niet bij te houden. Kortom, de prijzen, ook van varkens en kippen, gaan alleen maar omhoog en daardoor zal de vraag in de westerse wereld afnemen. De markt zal er zo voor zorgen dat er bij ons minder vlees wordt gegeten. Maar in de snel ontwikkelende economieën als China en Brazilië neemt de groei zodanig toe dat er per saldo wereldwijd elk jaar 2 tot 3 procent meer vlees geproduceerd moet worden."

Hugense ziet zijn product een bijdrage leveren aan die balans op de markt. "Het bijmengen gebeurt uiteraard alleen bij samengestelde vleesproducten als worst en gehakt. Die producten betreffen nu al de helft van de vleesmarkt en dat groeit gestaag door." De stijgende prijzen op de vleesmarkten geven Meatless een groeispurt. Vanuit de hele wereld is er belangstelling.

Balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten
Maar afgezien van zijn commerciële belang is Hugense gaandeweg steeds meer overtuigd geraakt van de milieuwinst van hybride vlees. "Aanvankelijk zat ik op het spoor van gezondheid. Meatless verlaagt het vetgehalte van vlees aanzienlijk. Eenmaal diep in de materie gedoken zag ik aan de cijfers welke milieuschade vleesproductie oplevert. Er is een omslag nodig en ons product kan daaraan bijdragen. Helemaal vleesvrij wordt de wereld niet, maar met Meatless kunnen we voorsorteren op een ander menu waarin een betere balans is bereikt tussen dierlijke en plantaardige eiwitten."

Deskundigen kunnen zich vinden in de visie van Hugense. "Hybride vlees is echt een mooie ontwikkeling", zegt directeur Hans Blonk van het bureau Blonk Milieu Advies. "We hebben de verschillende vleessoorten en Meatless in kaart gebracht. De productie van Meatless levert, in tegenstelling tot rundvlees maar ook het milieuvriendelijker kippevlees, amper milieuschade op en drukt daarmee de ecologische voetafdruk van vleesproducten als hamburgers, worst en gehakt nogal fors. Het onderscheidt zich echter niet alleen op duurzaamheid, ook de smaak is hetzelfde en soms zelfs beter. Culinaire journalisten, onder wie Jeroen Thijssen van Trouw, waren bij een proeverij in februari dit jaar zeer positief. Ook de prijs van de hybride vleesproducten is niet hoger dan die van het oorspronkelijke vlees. Het is dus een zeer nuttige aanvulling, zeker op de korte termijn. Op de langere termijn zullen losse producten de problemen niet oplossen. Dan gaat het echt om een ander eetpatroon."

Flexitariërs laten proeven
Ook Donné van Engelen, projectleider landbouw bij Natuur & Milieu, ziet hybride vlees, naast de traditionele vleesvervangers als sojaburgers, wel zitten. Vooral de uitstekende smaak - altijd een probleem bij vleesvervangers - vindt hij een uniek verkooppunt. "Wij starten dit jaar nog een groot project waarbij we flexitariërs (mensen die minimaal één dag in de week geen vlees eten) willen laten proeven van lekkere, gezonde en duurzame alternatieven voor vlees. Eind 2013 hopen we anderhalf miljoen mensen met proeverijen en gratis producten te hebben bediend. Met de lekkere smaak en het verhaal erachter trekken we hopelijk veel mensen over de streep. We zitten dicht bij een omslagpunt waarop vlees minderen algemeen aanvaard wordt, en hybride producten kunnen daarbij helpen. Ze zijn innovatief, hebben iets avontuurlijks. Voor het milieu kun je net zo goed drie dagen hybride producten eten als één dag een plantaardige vleesvervanger."

Universitair hoofddocent levensmiddelentechnologie Atze Jan van der Goot van de Wageningen Universiteit ziet zeker de rol die plantaardige ingrediënten in vlees kunnen spelen, maar is toch iets terughoudender. "Hybride vlees geeft een snelle besparing van milieuschade. Er hoeft namelijk geen apart verkoopkanaal naar de consument te worden opgebouwd. Het geeft zelfs dubbele winst, op die van gezondheid en milieu, terwijl de prijs gelijk blijft. Maar uiteindelijk blijft hybride vlees wel vlees en dat heeft, hoe je er ook aan knutselt, een ongunstige uitwerking op het milieu."

Wellicht is meer Meatless bijmengen de oplossing. Hugense: "Met de huidige technieken is 30 procent het maximum. Dat kan later wellicht beter, zeg 50 procent. Maar ik vermoed dat dat wel smaak- en bite-verschillen met het oorspronkelijke product oplevert." Voorlopig kan hij niet zitten met die beperking. Op vleesgebied is er veel te winnen. Bovendien is hij bezig met bijmenging van plantaardige ingrediënten bij vis en kaas. "Bij vis kan je al bijmengen tot 50 procent. Een wat slappere bite is bij vis niet zo erg. En dat wordt interessant, want vis wordt steeds schaarser."

De ecologische voetafdruk van een glaasje melk
Een felle discussie barstte maandag los over het pleidooi van Wageningenbaas Aalt Dijkhuizen voor een nog intensievere veeteelt. De efficiëntie van deze landbouwmethode is volgens Dijkhuizen onmisbaar om de groeiende wereldbevolking te voeden. Daarnaast zal ook moeten worden voldaan aan de groeiende vraag naar vlees in opkomende en volkrijke economieën als China en Brazilië. Dat vereist een groeiend arsenaal aan veevoer.

Volgens Dijkhuizen is die intensieve veeteelt niet alleen zeer efficiënt, maar ook nog eens beter voor het milieu dan andere systemen, zoals bijvoorbeeld biologische landbouw. Het blijft lastig dergelijke vergelijkingen te maken. Pas als je van elk product, biologisch of gangbaar, de levenscyclus door de hele keten heen in kaart hebt gebracht is een zinnige vergelijking mogelijk.

Het bureau Blonk Milieu Advies heeft recent een dergelijke levenscyclus analyse (LCA) toegepast op de Nederlandse consumptie van melk- en vleesproducten over de afgelopen 40 jaar. Daaruit blijkt dat de ecologische voetafdruk van een liter melk sinds 1970 is gedaald van 2,3 kilo CO2-equivalenten naar 1,3 kilo CO2-equivalenten. Dat is een afname van bijna 45 procent. Voor een kilo kippevlees berekende Blonk een afname van 43 procent en van varkensvlees 31 procent.

Blonk schrijft dit resultaat met name toe aan het afnemende voergebruik per kilogram product. Veevoer bepaalt voor ongeveer de helft de ecologische voetafdruk van vlees en melk. De totale CO2-uitstoot door vlees- en melkproductie in Nederland daalt. Dit is des te opmerkelijker, stelt Blonk, omdat de consumptie van zowel vlees als melkproducten fors is toegenomen. Tussen 1970 en 1993 steeg de vleesconsumptie van 50 naar 85 kilo per persoon per jaar. Daarna is die stabiel gebleven, met een kleine afname (1,5 procent) vorig jaar. De inname van zuivelproducten nam sinds 1970 met ruim 25 procent toe. Dat is vooral te danken aan een verdubbeling van de kaasconsumptie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden