Energietransitie

Nu klimaatdoelen behaald moeten worden blijkt de liberalisering van de energiemarkt achteraf toch niet zo handig

Nuon-CEO Oystein Loseth (R) en zijn collega Lars G. Josefsson van Vattenfall steken hun duimen op ter goedkeuring van de overname.  (epa) Beeld
Nuon-CEO Oystein Loseth (R) en zijn collega Lars G. Josefsson van Vattenfall steken hun duimen op ter goedkeuring van de overname. (epa)

Overheden hebben hun energiebedrijven, ooit een nutsfunctie, gesplitst en verkocht. Nu zoeken ze juist regie, om de klimaatdoelen te halen. Was de liberalisering wel zo slim?

Als het Rijk niet als de wiedeweerga ­ingrijpt, komen Nederlandse huizen niet van het aardgas af. Die waarschuwing kwam recent van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Gemeenten slagen er nog nauwelijks in om cv-ketels in wijken te vervangen door een collectief warmtenet of elektrische warmtepompen. En dan te bedenken dat het Rijk die taak juist bij gemeenten over de schutting heeft gegooid, omdat die dicht bij de burgers staan en lokaal aan de knoppen zitten.

Diezelfde worsteling, een gepingpong met klimaattaken, voltrekt zich bij de uitvoering van andere pijlers van het Klimaatakkoord. Windmolens plaatsen, daken vullen met zonnepanelen, huizen isoleren. Overheden missen regie. Met subsidiepotten en wetgeving proberen ze de energietransitie de goede kant op te sturen. Hadden ze zélf een energiebedrijf gehad, dan konden ze direct meebeslissen over groene energieprojecten.

Maar precies de overheden die nu sturing willen geven aan het behalen van de klimaatdoelen, gemeenten en provincies, kwamen in de geliberaliseerde energiemarkt aan de zijlijn te staan. Sterker: daar kozen ze zelf voor. Het losknippen en verkopen van energiebedrijven Nuon, Essent, Delta en Eneco, gold de afgelopen tien jaar als slotstuk van de liberalisering, die toenmalig minister Wijers (economische zaken) in 1995 inzette. De overheden ontvingen miljarden euro’s, voor de verkoop van aandelen aan buitenlandse bedrijven (respectievelijk Zweeds, Duits, Zweeds en Japans). Daarmee verdampte hun zeggenschap over energieproductie en -levering. De overheid gaat ­alleen nog over stroomkabels en gaspijpen, de energie-infrastructuur bleef over als nutsvoorziening.

Wegvloeien

Met de verkoop van de energiebedrijven zagen de overheden klimaatexpertise wegvloeien, stelt onafhankelijk energiedeskundige Jan-Paul van Soest. “Die hebben ze, nu het menens wordt met de energietransitie, juist hard nodig.” Vandaar dat gemeenten druk zijn om weer experts in huis te halen, die de ins en outs kennen van duurzame technieken. Ook voor het begeleiden van bedrijven en burgers, die aan de slag moeten met milieuvriendelijke maatregelen, zoeken gemeenten medewerkers.

Van Soest, die de liberalisering als gepasseerd station accepteert, verzette zich tegen de uitverkoop van de Nederlandse energiesector. Niet alleen omdat de overheid grip zou verliezen, maar ook omdat aandelen naar het buitenland verdwenen. Provincies en gemeenten beloofden de opbrengst van hun aandelen Nuon en Essent, vaak wel te besteden aan duurzaamheid. Maar in de praktijk vloeide het geld ook naar wegenbouw of onderhoud. Uitzonderingen zijn er wel, zegt Van Soest. Als commissaris van het Energiefonds Overijssel zag hij dat de provincie 250 miljoen euro inzette voor energiebesparing en duurzame energie. Dat fonds werd zo opgetuigd dat de baten van groene energie de pot weer aanvulden.

Zo leverde elke euro tenminste optimaal milieuwinst op.

Volgens Bram Cool, voorzitter van de duurzame VVD-stroming Liberaal Groen, is het te makkelijk om gebrek aan groene daadkracht bij gemeenten te wijten aan de vrije energiemarkt. Sterker, hij stelt dat voortgang soms te danken is aan de liberalisering. “Kijk eens naar de bereikte successen bij de ontwikkeling van windmolens op zee”, zegt hij. “Dat is grotendeels te danken aan innovatie dankzij marktwerking. In grote tenders die het Rijk uitschreef wilden energiebedrijven allemaal het beste jongetje van de klas wilden zijn. Zo slaagde de sector erin om schaal te vergoten en kosten te verlagen. Met als geweldig resultaat dat windmolens op zee zonder subsidie konden.”

Zonnepanelen in Abu Dhabi

Ook voor waterstof, batterijen of grote zonneparken biedt de vrije, internationale energiemarkt kansen op succes. Enthousiast zegt Coolen dat dankzij de internationale concurrentie tussen energiebedrijven een woestijngebied van 20 vierkante kilometer in Abu Dhabi wordt gevuld met zonnepanelen. “Geweldig, want het klimaatprobleem stopt niet bij de grens.” In de hele energiemarkt, in Europa en erbuiten, staat vrijhandel centraal.

Kan zo zijn, maar laat Nederland toch vooral primair de eigen duurzame energievoorziening op orde brengen, zegt hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans van de Erasmus Universiteit. Ook hij waarschuwde tegen de verkoop van Nederlandse energiebedrijven aan het buitenland. Vooral toen Eneco, dat vanwege de windmolens en zonnepanelen bekend stond als duurzaam kroonjuweel van Nederland, in de etalage werd gezet. “De energietransitie begint ­lokaal, van onderop, in de wijken. Daar moet je de touwtjes niet uit handen geven”, zegt Rotmans. Hij zou het een goede zaak vinden als lokale overheden weer actiever gaan deelnemen in de energiesector. “De ­regio’s hebben de toekomst, en daarbinnen de lokale gemeenschappen.”

Dat steeds meer burgers zélf, met de ­buren of de omgeving, een eigen energiebedrijfje oprichten spreekt volgens zowel Rotmans als Van Soest boekdelen. Bijna 100.000 burgers doen in Nederland mee aan een lokaal energieproject, waarbij ze zelf groene stroom produceren met eigen windmolens en zonnepanelen. “Dat kun je wel zien als een contrabeweging bij alle marktwerking in de energiesector”, zegt Van Soest. Bewoners willen zeggenschap hebben over hun eigen energieproject, en niet overgeleverd zijn aan eventuele grillen van multinationals. De beweging ‘van onderop’ is weliswaar klein, in megawatten bezien, maar is volgens Van Soest een poging om van energie weer een nutsvoorziening te maken. Er gaat een hang vanuit naar de tijd van de Gemeentelijke Energiebedrijven. “Maar zie de trend van burgercoöperaties niet als terug naar vroeger”, zegt Rotmans. “De trend is: terug naar de basis.”

Subsidiepot

Grootschalige zonneparken die op landbouwgrond verrijzen, bewijzen in de ogen van Rotmans dat de marktwerking in de energiesector is doorgeslagen. “Omdat de overheid een grote subsidiepot heeft geopend, storten de commerciële energiebedrijven zich op de zonneparken. Voor een groot deel zijn het buitenlandse investeerders, die de lucratieve zonneweiden aanleggen. Daarmee ontstaat niet alleen een ­afhankelijkheid van keuzes die worden ­gemaakt in buitenlandse hoofdkantoren, er blijven ook veel daken vrij van zonnepanelen.” De grote zonnevelden leveren in één klap veel groene energie op, erkent Rotmans, maar niet op de duurzame manier. “Ik pleit voor een snelle verduurzaming, maar we moeten het ook slim doen.” Het volleggen van akkers en weiden met zonnepanelen gebeurt volgens hem te gehaast en zonder oog voor andere milieueffecten, waardoor strijdigheid ontstaat met de doelen voor biodiversiteit en circulariteit.

“Verduurzaam de energievoorziening ­liever ietsje trager, in plaats van het grootkapitaal in alles vrij baan te geven.” Dat geldt volgens Rotmans ook voor de aanleg van warmtenetten, die woningen aardgasvrij kunnen maken. Energiebedrijven halen de energie voor die warmtenetten vaker uit grote schoorstenen, van vuilverbranders of industrie, dan uit natuurlijke bronnen zoals de bodem. Ze stellen schaal en winst boven de klimaatwinst, zo waarschuwde de wetenschappelijke koepel Het Groene Brein ­onlangs ook in deze krant. Rotmans: “Lokale spelers, die kleinschalige warmtenetten met duurzame bronnen willen exploiteren, raken zo in de verdrukking.”

Dat doet niets af aan de voordelen die het ‘vermarkten’ van de ­energie opleverde voor duurzaamheid. In de vrije markt mag elke klant zelf kiezen van welk energiebedrijf hij of zij energie wil ­betrekken. En: welke energie dat moet zijn. Windenergie, atoomstroom of energie uit waterkracht? De consument bepaalt. Aanbieders riskeren een leegloop van klanten als ze niet kunnen ­voldoen in de behoefte. Hoewel de meeste klanten tevreden zijn met een lage prijs, blijkt uit onderzoek dat steeds meer huishoudens aan het klimaat denken bij het ­afsluiten van een energiecontract. Een ­aanbieder die blijft steken in steenkolen en aardgas, riskeert die energie straks aan de straatstenen niet meer kwijt te kunnen.

Stranded assets, heet het, wanneer belangen in fossiele energie in de duurzame economie als een zeepbel uit elkaar dreigen te spatten. Hoe meer groene energie-aanbieders er opstaan, hoe groter de druk op fossiele aanbieders is om ook aan duurzaamheid te gaan doen. Het klinkt ­paradoxaal, maar marktwerking geeft Jan met de pet ook macht. Trekken consumenten collectief hun neus op voor energie uit omstreden biomassaverbranding? Dan heeft de energiesector daarnaar te luisteren. Treffend voorbeeld is het stoppen van Atoomstroom, een energieleverancier die zich specifiek toelegde op de levering van nucleaire stroom. Na de kernramp in Fukushima in 2011 viel de aanwas van het klantenbestand stil.

De vrije energiemarkt, waarin rendement en risico de koers dicteert, heeft voor nucleaire energie belemmerende gevolgen. Terwijl de VVD, dé partij van marktwerking, graag nieuwe kerncentrales in Nederland ziet verschijnen, leidt de marktwerking ­ertoe dat dit niet gebeurt. Energiebedrijven zien geen businesscase voor de bouw van een nucleaire centrale.

Kostenoverschrijdingen

Recente voorbeelden van kostenoverschrijdingen en vertragingen bij de bouw van buitenlandse kerncentrales, in Engeland en Finland, maken het er niet aantrekkelijker op. Alleen wanneer de overheid zou ­besluiten om garant te staan, kan het financieel aantrekkelijk zijn. Diverse gemeenten hoopten in de Regionale Energie Strategie (RES), die ze uiterlijk in juli samen moeten opstellen om het Klimaatakkoord te halen, een kerncentrale in te tekenen. Dat kunnen ze wel vergeten, dus ze moeten echt plekken gaan aanwijzen waar windturbines of zonneweiden mogen komen.

Vervolgens moeten ze hopen dat er energiebedrijven zijn die zich melden om de plannen uit te voeren. De tijd van meedenken en -beslissen in de bestuurskamers is echt voorbij sinds ze geen mede-eigenaar meer zijn. Gemeenten en provincies berusten in die rol. Via regiofondsen kopen ze soms aandelen in groene, innovatieve bedrijfjes, maar zodra die op poten zijn gezet, trekken ze hun handen er snel vanaf. Zo ging dat ook met de plaatsing van laad­palen voor elektrische auto’s. Toen geen ­enkel bedrijf daar nog brood in zag, investeerden gemeentelijke netbedrijven samen in de stopcontacten bij parkeerplaatsen. Nu elektrisch rijden terrein wint – en er dus wat te verdienen valt – zijn de laadpalen in een commercieel bedrijf ondergebracht. Want als de overheid te lang blijft kleven in duurzame bedrijvigheid, dan heet dat ‘marktverstoring’. Voor het halen van de ­klimaatdoelen moeten Rijk, provincies en gemeenten blijven jongleren met subsidies en regelgeving.

Lees ook:

Eneco definitief verkocht aan Mitsubishi

Energiebedrijf Eneco is in maart 2020 definitief in handen gekomen van de Japanse bedrijven Mitsubishi en Chubu Electric Power. Alle 44 gemeenten die aandelen hadden in het energiebedrijf, hebben ingestemd met de overname. Ook de benodigde vergunningen van toezichthouders zijn verleend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden