null

InterviewVogelonderzoek

Non-stop 7000 kilometer vliegen? De poelsnip blijkt het klaar te spelen

Beeld Ake Lindstrom

Zweedse en Nederlandse onderzoekers hebben ontdekt dat de poelsnip de snelste trekvogel op aarde is. Maar waarom vliegt deze vogel zo extreem hoog?

We dachten dat het een foutje in de gegevens was”, herinnert de Groninger trekvogel-onderzoeker Raymond Klaassen zich, toen hij ontdekte dat poelsnippen op recordsnelheid en non-stop naar Afrika trekken.

Minuscule chip aan de poot

Sinds hij na zijn promotie in 2006 voor vijf jaar aan de universiteit van Lund werkte, gaat Klaassen nog elk voorjaar voor een week veldwerk naar Zweden. ’s Nachts vangt hij daar met Zweedse en Nederlandse collega’s poelsnippen op hun baltsplaats met behulp van een fijnmazig ‘mistnet’. De onderzoekers voorzien de vogels van een minuscule chip aan hun poot, die licht en donker in combinatie met de tijd registreert. Wanneer ze de vogel een volgend jaar opnieuw weten te vangen en de chip weer van de poot halen, kunnen ze uit die gegevens met een nauwkeurigheid van ongeveer 200 km de plek op aarde herleiden waar de vogel van dag tot dag was. De daglengte zegt immers iets over de positie van noord naar zuid, terwijl de tijd dat de zon opkomt en ondergaat iets zegt over de oost-westpositie.

“Poelsnippen zijn echt fantastische vogels”, bezweert Klaassen. “Ze lijken qua uiterlijk op de watersnip die bij ons voorkomt, maar hun gedrag is heel anders. De mannetjes komen ’s nachts bij elkaar op gezamenlijke baltsplaatsen om indruk op de vrouwtjes te maken. De opzwepende balts van de mannetjes, met het flashen van de witte veren aan de buitenkant van hun staart en hun bubbelende sis- en klikgeluiden, is echt een schouwspel.” Maar waar Zweedse poelsnippen overwinterden, dat was nog onbekend. Daar hoopten de biologen met behulp van de chips antwoord op te geven.

In niet meer dan 60 uur vliegt deze vogel van centraal Zweden naar de Sahel. Beeld Johan Backman
In niet meer dan 60 uur vliegt deze vogel van centraal Zweden naar de Sahel.Beeld Johan Backman

Ongelooflijke verrassing

De eerste poelsnip-met-chip die Klaassen en collega’s in 2010 terugvingen, had een ongelooflijke verrassing in petto. “Het is hoe dan ook geweldig wanneer je een vogel terugvangt die een chip van jou aan de poot heeft. Na een lange nacht in het veld kwamen we na twee uur lopen weer op ons veldstation, waar we in dubio stonden of we de chip direct aan de computer zouden hangen, of dat we eerst wat zouden gaan slapen. De eerste chip die we uit nieuwsgierigheid toch maar even uitlazen, suggereerde dat de vogel aan het eind van het broedseizoen in niet meer dan zestig uur van centraal Zweden naar de Sahel zou zijn gevlogen. Dat zou een gigantische prestatie zijn; we konden dat gewoon niet geloven. Maar twee andere vogels met een chip die we hadden teruggevangen lieten precies hetzelfde beeld zien: non-stopvluchten van 4000 tot 7000 duizend kilometer in 60 tot 90 uur. Dat is ongekend voor een trekvogel: een gemiddelde vliegsnelheid van ruim zeventig kilometer per uur. Dat maakt ze de snelste trekvogel op aarde. Van de opwinding kónden we daarna niet eens meer slapen!”

Everest-hoogte

Deze week publiceren Klaassen en collega’s een minstens zo intrigerend vervolg op dit verhaal. In het tijdschrift Current Biology schrijven ze dat de vogels niet alleen extreem rap vliegen, maar ook nog eens extreem hoog. Klaassen: “Na de eerste chips die alleen licht, donker en tijd konden opslaan, werd in Lund een nieuw apparaatje ontwikkeld dat ook de luchtdruk, en daarmee de vlieghoogte registreert. De vogels die we bij ons laatste veldbezoek in 2019, voor de corona-stop, hebben teruggevangen, lieten vlieghoogtes van 6000 tot soms zelfs meer dan 8000 meter zien, in een opvallend jojo-patroon. ’s Nachts vliegen de snippen op een gemiddelde hoogte van 2000 meter en zodra de zon opkomt stijgen ze naar gemiddelde hoogten van 4000 meter, met regelmatig uitschieters naar Everest-hoogte.”

De eerste vogel waarvan bekend werd dat die vrijwillig extreem hoog vliegt, was onze eigen grutto Beeld Jelle De Jong/vogelbescherming Nederland
De eerste vogel waarvan bekend werd dat die vrijwillig extreem hoog vliegt, was onze eigen gruttoBeeld Jelle De Jong/vogelbescherming Nederland

Onze eigen grutto

De eerste vogels waarvan bekend werd dat ze extreem hoog kunnen vliegen, waren Indische ganzen. Op hun trektocht moeten zij daadwerkelijk de Himalaya passeren, dus veel keus hebben die vogels niet. De eerste vogel die ‘vrijwillig’ extreem hoog bleek te trekken, was onze eigen nationale vogel, de grutto. Een eveneens Groningse groep trekvogelonderzoekers ontdekte met behulp van zenders dat de vogels op maximale hoogten van 5000 meter reisden. Eerder deze maand kwam daar in Science het verhaal bij van grote karekieten, kleine trekvogels die onderweg van Europa naar Afrika hoogten bereikten tot 6000 meter. De poelsnippen leggen die lat nu nóg hoger.

Grote vraag is natuurlijk waaróm de vogels zo extreem hoog vliegen als ze niet door een bergrug of ander obstakel daartoe worden gedwongen. Per slot van rekening zit er op zes kilometer hoogte nog maar half zoveel zuurstof in de lucht. Ook moeten de vogels veel harder werken om in de ijle lucht te kunnen vliegen.

Toch ziet Klaassen wel een goede reden voor de vogels om zo hoog te vliegen. “Er is wel gesuggereerd dat vogels door te variëren in hoogte de meest voordelige winden opzoeken. Maar dat verklaart niet waarom ze ’s nachts lager vliegen en alleen overdag zo hoog stijgen. Op deze hoogte is er geen verschil tussen de wind overdag en ’s nachts. Andere onderzoekers veronderstelden dat de vogels overdag niet het risico willen lopen dat ze worden gepakt door een snelle slechtvalk of een andere roofvogel, maar dat risico lijkt voor een behoorlijk grote poelsnip ook niet heel reëel.”

Extreme inspanningen

Blijft over: de temperatuur. Bij hun extreme inspanningen produceren de spieren van trekvogels veel warmte. Als ze die warmte kwijt zouden moeten raken door verdamping, dan verliezen ze te veel vocht onderweg. Overdag worden de vogels bovendien ook nog sterk opgewarmd door straling van de zon. Klaassen: “Die warmte kunnen ze alleen kwijtraken door bij temperaturen beneden min 20 te vliegen; oftewel op extreme hoogten. ’s Nachts is het zonder de directe warmte van de zonnestralen op die hoogte voor de vogels juist weer té koud, dus dan zakken ze een paar kilometer.”

De waardering van Klaassen voor de poelsnippen is door dit onderzoek alleen maar verder toegenomen. “Ik probeer me die poelsnip voor te stellen die urenlang op 8000 meter vloog. Niet echt een relaxte omgeving met die extreme kou en de extreem ijle lucht. Maar dit is iets wat vogels gewoon doen, iedere herfst en ieder voorjaar weer. Wat dat betreft onderschatten we de capaciteit van trekvogels enorm.”

Botsing met een verkeersvliegtuig

Zonder ook maar iets af te doen aan de ongekende prestatie van de poelsnippen, schrijven de onderzoekers in hun stuk dat hun vogels nog geen wereldrecordhouders hoogvliegen zijn geworden. In 2019 bleek een groep wilde zwanen al eens op een kruishoogte van 8200 meter van IJsland naar Schotland te zijn getrokken. De hoogst gemeten individuele vogel was een Rüppells gier die begin jaren zeventig in botsing kwam met een verkeersvliegtuig, op een hoogte van 11.000 meter.

Blijft over: de temperatuur. Bij hun extreme inspanningen produceren de spieren van trekvogels veel warmte. Als ze die warmte kwijt zouden moeten raken door verdamping, dan verliezen ze te veel vocht onderweg. Overdag worden de vogels bovendien ook nog sterk opgewarmd door straling van de zon. Klaassen: “Die warmte kunnen ze alleen kwijtraken door bij temperaturen beneden -20 te vliegen; oftewel op extreme hoogten. ’s Nachts is het zonder de directe warmte van de zonnestralen op die hoogte voor de vogels juist weer té koud, dus dan zakken ze een paar kilometer.”

Geen relaxte omgeving

De waardering van Klaassen voor de poelsnippen is door dit onderzoek alleen maar verder toegenomen. “Ik probeer me die poelsnip voor te stellen die urenlang op 8000 meter vloog. Niet echt een relaxte omgeving met die extreme kou en de extreem ijle lucht. Maar dit is iets dat vogels gewoon doen, iedere herfst en ieder voorjaar weer. Wat dat betreft onderschatten we capaciteit van trekvogels enorm.”

Zonder ook maar iets af te doen aan de ongekende prestatie van de poelsnippen, schrijven de onderzoekers in hun stuk dat hun vogels nog geen wereldrecordhouders hoogvliegen zijn geworden. In 2019 bleek een groep wilde zwanen al eens op een kruishoogte van 8200 meter van IJsland naar Schotland te zijn getrokken. De hoogst gemeten individuele vogel was een Rüppell’s gier die begin jaren zeventig in botsing kwam met een verkeersvliegtuig, op een hoogte van 11.000 meter.

Lees ook:

Waarom trekken vogels van Afrika naar de Noordpool?

Trekvogels die in het hoge noorden broeden, hebben minder last van rovers die hun eieren stelen, zo lijkt het. Doen ze daarom al die moeite om elk half jaar duizenden kilometers heen en terug te vliegen? Biologen breken zich er het hoofd over.

Winterweer nekt de trekvogels die verkeerd gokten en in Nederland bleven

Sommige trekvogels kozen ervoor om níet weg te trekken in de herfst. Vaak pakt die keuze goed uit, maar na een strenge winterweek als deze worden de blijvers zwaar gestraft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden