RapportenCirculaire economie

Nog nooit verbruikte de mens zoveel grondstoffen: meer dan 100 miljard ton in één jaar

Elektronisch afval op een vuilstortplaats in Accra, Ghana. Beeld Hollandse Hoogte / Ton Toemen

De circulaire economie moet de milieuschade beperken en grondstoffen besparen. Maar dat lukt nog niet zo, blijkt uit verschillende rapporten die de afgelopen dagen het licht zagen.

De wereld wordt niet meer maar minder circulair

Het was al niet best, maar nu is het nog slechter. Het circulaire gehalte van de wereldeconomie is gezakt van 9,1 procent naar 8,6 procent. Voor het eerst verbruikt de wereldeconomie meer dan 100 miljard ton aan materialen in één jaar. En daarvan wordt dus minder gerecycled of opnieuw gebruikt. Die cijfers staan in het rapport World Circularity Gap van de denktank Circle Economy dat vorige week gepubliceerd werd op het World Economic Forum in Davos.

Het rapport brengt in kaart hoever de wereldeconomie af zit van ‘houdbaar’ gebruik van grondstoffen. Dat gebruik is in 2017 – de laatste cijfers die beschikbaar zijn – met 8,4 procent toegenomen vergeleken met twee jaar eerder. Van de 100,6 miljard ton materialen bestaat ongeveer de helft uit zand, klei, steen en cement voor het bouwen van huizen, en mineralen voor kunstmest. Kolen, olie en gas zijn goed voor 15 procent, metalen voor 10 procent. Een kwart bestaat uit planten en bomen voor voedsel en brandstof.

Het grootste deel van de materialen, 40 procent, gaat naar de bouw van huizen, met name in zich ontwikkelende landen. Daarna zijn voedsel, transport, gezondheidszorg, communicatie en consumentenproducten zoals kleding grote verbruikers. Sinds 1970 is het verbruik van grondstoffen verviervoudigd, terwijl de wereldbevolking is verdubbeld.

Beeld Trouw / Sander Soewargana

Verontrustend, stelt Circle Economy – klimaatverandering, natuurschade en ongelijkheid zijn de uitkomsten van de lineaire economie van ‘neem, maak en gooi weg’. Om de werelddoelen van de VN en de klimaatdoelen opgesteld in Parijs te halen, zal de wereld heel ­anders met grondstoffen en materialen om moeten gaan. De problemen hangen ook grotendeels samen, constateert de denktank. Zo is ongeveer de helft van de CO2-uitstoot in de wereld het gevolg van het delven, transporteren en verwerken van grondstoffen, waaronder ook fossiele brandstoffen. Minder uit de grond halen betekent dus winst op allerlei vlakken: leefomgeving, klimaat, voorraden voor de toekomst en vaak ook sociale omstandigheden.

Zo’n omslag naar circulair produceren hoeft economieën niet de kop te kosten, spiegelde Philips-topman Frans van Houten het World Economic Forum afgelopen week voor. Van Houten, ambassadeur van Circle Economy, haalde een onderzoek aan waarin wordt gesteld dat er ook goed geld te verdienen is aan de circulaire economie: 4,5 biljoen dollar in de komende tien jaar. Het meten van de circulaire economie zal de komende jaren verder verfijnd worden, kondigde Van Houten aan, dan is duidelijk waar de wereld op aan koerst en is ook een doel vast te stellen, vergelijkbaar met het doel dat voor de uitstoot van broeikasgassen bestaat.

Nederland doet het beter dan de wereld

Ook voor Nederland is sinds vorige week een cijfer te plakken op het gehalte circulair: 12,1 procent. Meer dan de wereld, hoewel dit getal uit een andere koker komt. De club voor duurzaam ondernemen MVO Nederland presenteerde afgelopen donderdag in de Beurs van Berlage een soort beursindex voor duurzaamheid, de NEx, Nieuwe Economie-index. Die draait om zeven onderwerpen waarvan circulariteit er één is. De index kijkt bijvoorbeeld ook naar inclusief ondernemen, hernieuwbare energie, uitstoot, biodiversiteit en echte prijzen. De index zelf staat op 12,1 in de eerste meting – toevallig hetzelfde percentage als het onderdeel circulaire economie.

Dat het Nederland al beter lukt om met minder grondstoffen en verspilling te produceren, verrast niet, zegt Maria van der Heijden, directeur van MVO Nederland. “In Nederland is er al lang aandacht voor. Met de recycling van papier bijvoorbeeld zijn we heel vroeg begonnen en in het bedrijfsleven groeit het bewustzijn. Maar ook hier is nog veel winst te behalen.” De index helpt daarbij, denkt Van der Heijden. “Meten is weten. Zo kun je een doel stellen: wij streven naar 20 procent in 2025. Dan kom je namelijk op een kantelpunt en kunnen veranderingen veel sneller gaan, zo zegt de transitietheorie. De noeste arbeid is dan gedaan, de grote middengroep kan dan volgen. Daarna gaat het harder.” 

De Nederlandse overheid heeft ambities voor de circulaire economie vastgelegd: 50 procent in 2030 en helemaal in 2050. Het streven van het kabinet is om op dit gebied van duurzaamheid voorop te lopen en andere landen de weg te wijzen.

Maar hindernissen zijn er nog genoeg

Nederland mag dan verder zijn dan veel andere landen met het ontwikkelen van een circulaire economie, er zijn nogal wat barrières te overwinnen, constateert een studie van ING afgelopen week. Een rijk land kan zich investeringen permitteren in productie met minder materialen en systemen voor recycling, maar die rijkdom is ook een valkuil, ziet de bank. Onder consumenten in landen met een hoger bbp per hoofd is het draagvlak om producten te hergebruiken kleiner, is een uitkomst van het onderzoek. Nederland scoort in dit opzicht relatief laag. Iets meer dan 40 procent van de consumenten verwacht in de komende drie jaar vaker producten te repareren in plaats van weg te gooien. In Italië, Spanje en Frankrijk ligt dit boven de 60 procent.

Naarmate mensen rijker zijn, consumeren ze bovendien steeds minder duurzame producten, volgens het onderzoek. Ze eten meer vlees en kopen meer kleding. Daarnaast groeit wereldwijd de vraag naar gemak, zoals kant-en-klaarmaaltijden. Dat betekent meer verpakkingsmateriaal en afval. Dat wereldwijd de economie minder circulair wordt, verbaast de onderzoekers daarom niet.

De snelste winst voor het milieu is te halen in sectoren met veel kopers, producten die vaak aangeschaft worden en van relatief weinig grondstoffen zijn gemaakt, zoals verpakkingen en textiel. Wat daarbij in de weg zit is dat de milieuschade nu nog nauwelijks in de prijzen van spullen is verwerkt en dat hergebruik of recycling arbeidsintensief kan zijn en daardoor duurder. Belastingen, andere normen en verboden zouden circulaire ondernemers kunnen helpen.

Soms leidt het maken van duurzamere producten juist tot meer consumptie. Zo blijkt uit onderzoek dat gerenoveerde tweedehands telefoons niet de aanschaf van nieuwe vervangen, maar meer terechtkomen bij mensen die anders geen mobiele telefoon hadden aangeschaft.

De bank wijst ook naar zichzelf en andere banken. De financiering van circulaire initiatieven komt niet altijd makkelijk tot stand. Neem een bedrijf dat wasmachines wil verhuren in plaats van verkopen. Dat stimuleert reparatie en gaat vroegtijdig afdanken tegen. Maar de inkomsten van het bedrijf hebben een heel ander verloop dan bij verkoop. Dat moeten financiers beter gaan oplossen, constateert de bank.

Circulaire bedrijven bezoeken

Zien hoe een metaalbedrijf gerecycled materiaal verwerkt, een virtuele reis door afval maken of een rondleiding volgen in een circulair gebouwd paviljoen?

Dat kan in de week van de circulaire economie, die van 3 tot en met 7 februari wordt ­gehouden. Lees hier het programma.

Lees ook:

Bouwen met versnipperde windmolens

Over twintig jaar ontstaat een afvalberg van oude windturbines. Onderzoekers in Zwolle mikken op milieuvriendelijke verwerking. Hun idee: verpulver wieken tot vlokken, en maak daar bouwmateriaal van.

Gebouwd mét de natuur

Aan de rand van landgoed De Reehorst in Zeist betrekt Triodos Bank vandaag een nieuw kantoor. Het is demontabel en heeft een materialenpaspoort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden