Jelle's weekdier Zwarte veldmuis

Net tijdens de zwartenpietendiscussie duikt er een zeldzame zwarte veldmuis op

In deze getroebleerde tijden van hoogoplopend zwartepietgedoe en racistische kraaigeluiden vanaf de Bossche voetbaltribune is de kleur van huid en haar een nogal heikel onderwerp. Bij mensen is de huidskleur een normale aanpassing aan de in de natuurlijke omgeving beschikbare hoeveelheid zonneschijn: in streken waar de zon uitbundig schijnt, is de gemiddelde huidskleur donkerder dan in noordelijker contreien waar wolken en grauwe mistflarden de laagstaande zon gedurig verduisteren. Juist nu deed Moeder Natuur een duit in het zakje door een zwarte veldmuis ten tonele te voeren.

De vondst van een zwarte veldmuis is een grote zeldzaamheid; het feit verscheen daarom als belangwekkend nieuwtje op de website naturetoday.com. Het muisje werd door onderzoekers aangetroffen in een life-trap langs een kanaal in Friesland. Het is een voorbeeld van melanisme. Melanisme is een genetische kleurafwijking als gevolg waarvan dieren zwart zijn. Ze hebben te veel melanine, een huidpigment. Het tegenovergestelde is het bekendere albinisme, ook een kleurafwijking met een genetische achtergrond. Bij albinisme is het dier (of de mens, dat komt ook voor) wit doordat er geen melanine wordt gevormd.

Natuurlijke verzekeringspolis

Melanine kleurt onze huid en haren. Het is ook het pigment dat zorgt dat we ’s zomers bruiner zijn dan ’s winters. Feitelijk levert het een bescherming tegen potentieel gevaarlijke uv-straling; na een strandbezoek of een kuurtje in de zonnebank maakt de huid melanine aan om de schade zoveel mogelijk te beperken. Het is een natuurlijke verzekeringspolis tegen verbranding en huidkanker. Soms gaat het genetisch een beetje mis en wordt er te veel melanine gevormd.

Bij mensen vertaalt deze mutatie zich vooral in donkere moedervlekken en dikwijls ook in zwarte vlekjes in het oogwit. Bij andere zoogdieren zien we vooral simpelweg zwarte exemplaren; het bekendste voorbeeld is de zwarte panter. Soms heeft zo’n kleur een evolutionair voordeel, we spreken dan van adaptief melanisme. Zoiets kan voorkomen bij dieren die vooral ’s nachts jagen, zoals die zwarte panter; de donkere kleur helpt dan om onzichtbaar te blijven voor prooidieren.

Het omgekeerde kan ook: een bekend voorbeeld uit de middelbare-school-biologie is de melanistische berkenmot, een lichtgekleurde nachtvlinder die voor vogels slecht te zien is op de lichte stammen van berkenbomen. De melanistische vorm die ten tijde van de industriële revolutie ontstond, maakte de mot slecht zichtbaar op de vele met fabrieksroet vervuilde stammen – ze werden daardoor minder snel opgegeten en hadden zo een grotere voortplantingskans. Recente verbeteringen in de roet-emissie (de bomen worden daardoor weer lichter) leidt nu tot een relatieve afname van de donkere motten.

Die Friese zwarte veldmuis is echt zeldzaam, het is het eerste exemplaar dat ooit in ons land is aan­getroffen. In hetzelfde gebied is in 2016 al eens een melanistische dwergmuis gevangen. Dat zal wel toeval zijn en gezien de zeldzaamheid van de vondsten is het ook geen adaptief melanisme – dan zou het wel vaker voorkomen. Een aanpassing aan de brandende Friese zon zal het ook niet zijn. Gewoon een speling van de natuur dus.

Blijft de vraag over of er deze week boven het Friese weiland ook kraaigeluiden hebben geklonken.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden