Jelle's weekdierReuzenkoeskoes

Net ontdekte buideldieren nu al bedreigd

Met een copieus Maghrebijns gerecht van tarwegries heeft dit buideldiertje niets te maken, hoewel je geen verschil hoort tussen koeskoes en couscous. De reuzenkoeskoes die deze week het weekdier is, behoort tot de buideldierfamilie der kleine koeskoezen of Pseudocheiridae – niet te ver­warren met de echte koeskoezen, de Phalange­ridae.

U las het goed: de reuzenkoeskoes behoort tot de kleine koeskoezen. Het kan maar beter onduidelijk zijn. De wetenschappelijke naam van de reuzenkoeskoes luidt Petauroides volans. De uitgang -oides betekent ‘lijkend op’, volans is vliegend. Het dier lijkt dus op Petaurus, ofwel de suikereekhoorn; suikereekhoorns zijn ook buideldieren die zelf weer verdraaid veel lijken op de Aziatische vliegende eekhoorns Eupetaurus en Petaurista.

Hier is sprake van convergente evolutie: de ‘gewone’ placentale zoogdieren Eupetaurus en Petaurista en de buideldieren Petaurus en Petauroides hebben door een identieke leefwijze een identiek uiterlijk gekregen, hoewel ze in de zoogdierstamboom nog verder van elkaar af staan dan u van een cavia.

Ze zeilen als een frisbee

Het gaat bij al deze dieren, of het nu placentale zoogdieren zijn of buideldieren, om beestjes die zijn voorzien van een vlieghuid tussen voor- en achterpoten waarmee ze van boom naar boom kunnen zeilen. Ze fladderen niet, het is meer zoiets als een frisbee. In het Engels worden ze gliders genoemd, zwevers.

Tot nu toe was er één soort reuzenkoeskoes, die voorkomt in bossen langs ongeveer de gehele oostkust van Australië. De soort staat als kwetsbaar, op de Rode Lijst van natuurbeschermingsorganisatie IUCN. Maar sinds deze week zijn er ineens drie soorten. Behalve volans, zijn er nu ook soorten die luisteren naar de namen minor en armillatus. Die namen bestonden al een tijdje, maar dan als ondersoorten van volans. Een artikel dat deze week verscheen in het tijdschrift Scientific Reports toonde aan dat er niet sprake is van één, maar van drie soorten die zowel genetisch als qua vorm van elkaar verschillen.

Ze verschillen vooral een beetje in afmeting, de noordelijke dieren (die terecht minor heten) zijn het kleinst, de zuidelijke (volans) het grootst; de middelste soort, armillatus, zit er qua maat tussenin.

De wet van Bergmann

Dat komt overeen met de verwachting die de biologische wet van Bergmann oproept; deze wetmatigheid houdt in dat dieren die in koudere streken voorkomen gemiddeld iets groter zijn dan dieren die in warmere streken voorkomen. In Australië is het kouder naarmate je zuidelijker komt.

Het lijkt klein bier dat er nu drie reuzenkoeskoezen zijn, een onbeduidend feitje tussen alle nieuws over onthoofdingen, presidentsverkiezingen en burgeroorlogen. Maar voor de natuur­bescherming heeft het wel degelijk ­gevolgen: waar eerst sprake was van één soort die als kwetsbaar op de Rode Lijst staat, is nu sprake van drie soorten, waarvan ik zomaar kan inschatten dat een of twee niet als kwetsbaar, maar als bedreigd moeten worden ingeboekt.

De fraaie zwevers, die zich voeden met eucalyptusbladeren, hebben er allemaal geen weet van. Dat is altijd een interessante paradox in de natuurbescherming: wij mensen winden ons op over het voortbestaan van soorten, die zelf totaal geen benul hebben van hun Rode Lijst-status.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden