Republiek Congo

Nederlandse natuurbeschermer filmt verdwenen rode franjeaap, ‘de heilige graal’

Van de Bouviers rode franjeaap werd lang gedacht dat die uitgestorven was. De Nederlandse natuurbeschermer Jaap van der Waarde wist een groep van deze dieren in het oerwoud van Congo te lokaliseren en te filmen. Beeld Jaap van der Waarde/WFF
Van de Bouviers rode franjeaap werd lang gedacht dat die uitgestorven was. De Nederlandse natuurbeschermer Jaap van der Waarde wist een groep van deze dieren in het oerwoud van Congo te lokaliseren en te filmen.Beeld Jaap van der Waarde/WFF

Tijdens een expeditie in het oerwoud van Congo ging voor natuurbeschermer Jaap van der Waarde een lang gekoesterde wens in vervulling: hij slaagde erin beelden te maken van rode franjeapen, waarvan werd aangenomen dat ze uitgestorven waren. Nu ze nog blijken te bestaan, is er alle reden voor meer onderzoek.

Van boven ziet het eruit als een eindeloos veld broccoli van wel 450.000 hectare groot: het Ntokou-Pikoundapark in de Republiek Congo, ook wel Congo-Brazzaville genoemd.

Onder dat immens groene bladerdak is het zelfs in het droge seizoen een zompig moerasgebied. Er is nauwelijks een doorkomen aan. Toch ging Jaap van der Waarde van het Wereld Natuur Fonds al drie keer op expeditie in het ontoegankelijke oerwoud, op zoek naar een van de meest geheimzinnige apensoorten: de Bouviers red colobus, de rode franjeaap. Twee pogingen om het aapje te lokaliseren mislukten, maar de derde keer wist hij na een barre tocht een aantal exemplaren op video en foto vast te leggen.

De Bouviers rode franjeaap heeft een bruinrode vacht, met een witte buik, een witte kin en witte bakkebaarden, zwart omrande ogen en dikke zwarte doorlopende wenkbrauwen. Het diertje leeft in groepen. Het werd in 1887 ontdekt en geschoten. Opgezette exemplaren verdwenen in Europese depots. Na 1970 zijn er geen Bouviers meer gezien. In 2000 stond het aapje te boek als uitgestorven. Tot de Vlaming Lieven Devreese in 2015 een foto van het aapje maakte. Dat was wereldnieuws.

Jaap van der Waarde, de expeditieleider van het Wereld Natuurfonds (WNF) die een groep Bouviers red colubus franjeapen filmde in het oerwoud in de Republiek Congo. Beeld WFF
Jaap van der Waarde, de expeditieleider van het Wereld Natuurfonds (WNF) die een groep Bouviers red colubus franjeapen filmde in het oerwoud in de Republiek Congo.Beeld WFF

De Nederlander Jaap van der Waarde leidt vanuit Kameroen een natuurbeschermingsprogramma tussen de buurlanden Gabon, Kameroen en de Republiek Congo voor een oerbos van achttien miljoen hectare groot, ongeveer vier keer Nederland. Er wonen nauwelijks mensen. Onderdeel ervan is het Ntokou-Pikoundapark in Congo. Zo af en toe bezoekt Van der Waarde zijn team daar. Steevast maakt hij uitstapjes het oerwoud in, om te proberen de endemische franjeaap te lokaliseren. “Ik wilde het aapje filmen”, zegt hij. “Er bestaat geen bewegend beeld van.”

Malaria

Vlak voor het vertrek dit jaar kreeg hij malaria. “Veertig graden koorts en koude rillingen. Na drie dagen ben ik toch met het team vertrokken. Met uitgeholde boomstammen als boot gingen we de rivier op.”

Parkwachters hadden eerder een verkenning gedaan en wisten daardoor op welke plek in het woud groepjes van deze apensoort zich normaal gesproken ophouden. Van der Waarde: “Het is heel moeilijk om daar te lopen. Overal zijn lianen waar je in verstrikt raakt, er groeit rotan met nare weerhaakjes waar je achter blijft steken en het gebied staat onder water.”

Toen Van der Waarde na drie dagen in de buurt kwam van waar de rangers de franjeapen eerder hadden gehoord, haalden zij een trucje uit om de dieren te lokaliseren. “Ze deden het geluid na van een kroonarend, die op kleinere apen jaagt. Onmiddellijk hoorden we alarmkreten van diverse apensoorten, waaronder die van franjeapen. De parkwachters kunnen de diverse geluiden onderscheiden, en toen wisten we waar onze apen zaten.”

Maar het filmen van de dieren bleek niet zo eenvoudig. “Zodra ze ons zagen, vluchtten ze al springend door boomkruinen weg. Wij moesten door dat moerasgebied achter ze aan ploeteren. Elke keer als ik mijn statief neerzette en mijn lens scherpstelde gingen ze, voordat ik kon filmen, er alweer vandoor. Maar na een tijdje zagen de apen ons minder als een directe bedreiging en probeerden ze ons met geschreeuw te verjagen. Toen kon ik ze filmen. Maar op het kleine schermpje van de camera zie je niet goed wat je doet: is het scherp, goed belicht, geen tegenlicht? Maar toen we de videobeelden later bekeken bleken er diverse franjeapen haarscherp op te staan. Iedereen in het team was dolblij.”

Op de beelden is te zien hoe de franjeapen door het bladerdak springen, in bomen hangen en de mensen beneden bestuderen. Af en toe schreeuwen ze naar die wezens op de grond. ‘Miauwen’, noemt Van der Waarde het.

Zijn missie is eindelijk geslaagd. Maar nu? “Nu ga ik bij een universiteit op zoek naar een promovendus die onderzoek wil doen naar de Bouviers red colobus, want we weten bijna niets van deze soort. Niet wat het aapje eet, hoe de groepsstructuur is en hoe de onderlinge verhoudingen zijn. We weten niet precies wat het leefgebied is en ook niet wat de bedreigingen zijn. Wel weten we dat het beestje niet erg smaakvol is. Lokale mensen lusten het vlees niet.” Waarschijnlijk is dat een van de factoren waardoor de soort toch niet uitgestorven is. Bushmeat, waaronder apenvlees, is zeer gewild voedsel in Afrika.

Minder fortuinlijk

Een andere ondersoort van de colobus uit Ghana en Ivoorkust is waarschijnlijk minder fortuinlijk geweest. De Miss Waldron red colobus is in 1978 voor het laatst gezien. Sinds 2000 wordt aangenomen dat de soort is uitgestorven. Toch zijn er aanhoudende geruchten dat deze apensoort nog ergens in Ivoorkust zou leven, maar bewijs is er niet.

Herontdekking van deze apensoort geldt als de heilige graal voor natuuronderzoekers. Jaap van der Waarde: “Als Miss Waldron nog ergens in leven zou zijn, dan zou dat een grote triomf zijn voor de natuur. Het zou een hoopvolle boodschap zijn in een wereld waar steeds meer natuur kapotgaat.”

Zelf gaat hij niet op zoek naar de Miss Waldron. Zijn werkgebied is het Ntokou-Pikoundapark, een van de longen van de aarde. Van der Waarde hoopt er grootschalige houtkap en het aanleggen van palmolieplantages te voorkomen. “Wij stimuleren duurzame houtkap onder het FSC-merk, dan weet je dat er geen bos verloren gaat en dat lokale mensen er wel aan verdienen. We moedigen ook de teelt van cacaobonen aan, die plant groeit prima in de schaduw onder hoge bomen bij dorpen en langs de weg.”

Sinds 2000 stond de Bouviers red colobus te boek als uitgestorven, tot de Vlaming Lieven Devreese in 2015 een foto van het aapje wist te maken. Nu is er dus ook bewegend beeld van de rode franjeaap. Beeld Jaap van der Waarde/WWF
Sinds 2000 stond de Bouviers red colobus te boek als uitgestorven, tot de Vlaming Lieven Devreese in 2015 een foto van het aapje wist te maken. Nu is er dus ook bewegend beeld van de rode franjeaap.Beeld Jaap van der Waarde/WWF

Van der Waarde hoopt dat landen met veel uitstoot van broeikasgassen, zoals Nederland, een klimaatfonds zullen vullen waarmee landen als Congo, Gabon en Kameroen betaald kunnen worden om de oerwouden intact te laten.

Een andere zorg is het voorbestaan van de bosolifant. “Vorige maand is vastgesteld dat de bosolifant een aparte soort is, anders dan de savanneolifant. Er zijn er nog hooguit 40.000 van over. In Ntokou-Pikounda waren er bij de vorige telling zo’n duizend, maar gelet op de stroperij schat ik dat het er nu nog maar 700 zijn.” Het werkgebied van Van der Waarde vormt een verbinding met het nog veel grotere leefgebied van de bosolifanten in dit deel van Afrika.

Lege handen

“Ik ben nu drie keer in Ntokou geweest, maar heb ze nooit gezien, wel verse uitwerpselen van bosolifanten. Ze komen er alleen in het droge seizoen, om te eten van bomen met vruchten. We weten niet waar ze zitten, het is zo’n uitgestrekt gebied. Een nieuwe telling moet duidelijkheid geven.”

De aandacht van Van der Waarde gaat uit naar de bescherming van bosolifanten. Hij probeert vooral de lokale bewoners enthousiast te maken en hun medewerking te krijgen. “Zonder hulp van dorpelingen kunnen stropers geen olifanten doden om hun ivoor. Meegaan met stropers levert de dorpelingen 20 dollar op, maar op de lange termijn staan ze met lege handen. Want zonder wilde dieren komen er ook geen toeristen.”

De hoofdparkwachter, vertelt Van der Waarde, was ooit een berucht stroper. “Hij kent het park op zijn duimpje. Nu is hij superenthousiast en verdient aan het beschermen van bosolifanten, gorilla’s en chimpansees. Zo hopen we lokale bewoners ook mee te krijgen, dan hebben stropers geen kans meer.”

Lees ook:

Goed nieuws: de olifantsspitsmuis, het dwerghertje én de reuzenbij zijn niet meer vermist.

Decennia vermist, maar teruggevonden: de olifantsspitsmuis, het dwerghertje en de reuzenbij. Een natuurorganisatie vindt in drie jaar tijd vijf verdwenen soorten terug.

Deze wetenschappers zoeken naar onontdekt leven op aarde

Hoeveel nieuwe soorten op aarde zijn nog te verwachten? Wetenschappers startten een zoektocht naar leven, waarvan het einde voorlopig nog niet in zicht is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden