Nederland grootste investeerder in Duitse Energiewende

Windmolens voor de kust bij Egmond aan Zee Beeld ANP
Windmolens voor de kust bij Egmond aan ZeeBeeld ANP

Vanaf tweeduizend voet ogen Noord-Duitsland en Noord- Nederland totaal verschillend. Oké, net als Friesland en Groningen is Noord-Duitsland ook vlak en dunbevolkt, en maken lapjes landbouwgrond een gezellige stoplap van de bodem. Maar op die Duitse stoplap staat het veel voller met witte luciferhoutjes dan op de Nederlandse. Wie beter kijkt, ziet dat die luciferhoutjes joekels van windmolens zijn. Binnenkort moet het daar ook op het Duitse deel van de Noordzee van wemelen.

Duitsland loopt in Europa voorop als het gaat om duurzame energie. Een kwart van de Duitse elektriciteitsbehoefte wordt inmiddels gevoed door onder meer de zon, wind en biomassa. Windmolens nemen met 9,2 procent het leeuwendeel van de productie op zich. Ironisch genoeg gaf de ramp met de kerncentrale in het Japanse Fukushima een extra stimulans aan de Duitse groene ijver. Na de ramp besloot de regering-Merkel dat het Schluss was met kernenergie. Begin dit jaar zijn de acht oudste centrales gesloten, de negen resterende gaan de komende tien jaar gefaseerd dicht. Duurzame energie moet de plaats innemen van kernenergie.

In één keer op slot
Deze Atomausstieg viel de beheerders van het toch al op zijn tandvlees lopende Duitse elektriciteitsnetwerk rauw op hun dak. "Dat de regering-Merkel meer op groene energie wilde inzetten wisten we, maar acht kerncentrales in één keer op slot was een enorme verrassing. En dat midden in een strenge winter", zegt Mel Kroon, algemeen directeur van Tennet, het bedrijf dat het Nederlandse en het noordoostelijke deel van het Duitse hoogspanningsnetwerk beheert. "Dat gat is niet zomaar even opgevuld met wind- en zonne-energie."

In februari, toen het een paar dagen stevig vroor en de kerncentrales net afgesloten waren, spande het er volgens Kroon om. "Normaal gesproken importeren we bij een grote energievraag Franse stroom, maar ook in Frankrijk vroor het flink, waardoor we weinig stroom konden inkopen. Het is toen wel even nijpend geweest." Tegelijkertijd kwam het die maand voor dat er zoveel wind stond dat de hoogspanningsnetwerken alle stroom die op zee werd geproduceerd niet aankonden en dat de windparken van het net werden afgekoppeld.

En dat belooft wat, want het gat dat de kerncentrales achterlaten, zal vooral moeten worden opgevuld door windparken op zee. De komende jaren wil de regering 13.000 megawatt aan stroom op zee gaan oogsten. 11.000 megawatt moet van Noordzeewind komen. "Dat is ongeveer vergelijkbaar met de capaciteit van elf kerncentrales", zegt Kroon. Daarvoor moeten zo'n 1500 tot 2200 windmolens worden gebouwd. Aan Tennet de schone taak om de stroom van die molens aan land te brengen en vervolgens via hoogspanningskabels naar Duitse huishoudens en de industrie te brengen of op te slaan.

Gelijkstroom
Onlangs ging dan ook op de werf van de Heerema Fabrication Group in Zwijndrecht de snijbrander in het staal van een nieuw te bouwen transformatorstation op zee, het HelWin bèta-station. Deze kolos van 98 bij 42 meter, en een hoogte van 27 meter, moet de wisselstroom die door de windmolens op zee wordt geproduceerd omzetten in gelijkstroom. Gelijkstroom kan makkelijker en met het minste stroomverlies de tocht van het windpark via bijna honderd kilometer zeekabel naar land maken. Op het land wordt de gelijkstroom weer omgezet in wisselstroom.

Het HelWin-station kan 690 megawatt schone energie aan land brengen. Het is het derde stopcontact op zee dat Heerema bouwt voor Tennet, in samenwerking met Siemens, dat de benodigde elektrotechniek levert. Het tweede stopcontact, het DolWin-alpha-station staat op de werf in Zwijndrecht al bijna klaar. Straks vervoert het grote Thialf-kraanschip het station over zee en hijst het op een 66 meter hoog platform. Vanaf het dak van de reusachtige gele doos die in de Noordzee komt te staan, is nu de Rotterdamse skyline nog mooi te zien.

"Voor de bouw van het nieuwe platform zijn zo'n 450 mensen in Zwijndrecht en Vlissingen nodig en daarnaast ook nog flink wat ingenieurs en bouwkundigen", zegt Tino Vinkesteijn, commercieel directeur van Heerema. Zo krijgt de Nederlandse maakindustrie nog een duwtje in de rug van de Duitse Energiewende.

Stopcontact op zee
Maar weinig offshorebedrijven hebben de kennis in huis om op ruwe zee dergelijke grote constructies te installeren. Naast Heerema zijn er wereldwijd nog twee andere producenten die zo'n groot stopcontact op zee kunnen realiseren. De zeven overige transformatorstations die Tennet nodig denkt te hebben om de windenergie aan land te brengen, zijn dan ook niet zomaar even uit de grond gestampt.

Lex Hartman, directeur corporate development van Tennet en belast met de dagelijkse leiding over de uitbreiding van het Duitse net, heeft de Duitse regering al gewaarschuwd dat het bedrijf geen ijzer met handen kan breken. Daarnaast zijn de wachttijden voor onderdelen van de zeekabels en de transformatorstations lang; ook elders worden de windparken immers voortvarend in de wereldzeeën geplant. Dat belooft nog wat voor Nederland, als het kabinet-Rutte II het aandeel duurzame energie de komende acht jaar inderdaad van 4 procent naar 16 procent wil opkrikken.

De totale kosten van het HelWin-station zijn zo'n 1 tot 1,3 miljard euro, schat Tennet. In totaal heeft het bedrijf tien van dergelijke stopcontacten op zee nodig. Voor de miljarden die hiervoor nodig zijn, is het bedrijf continu op zoek naar investeerders. Het Japanse Mitsubishi heeft al toegehapt. Nu de Duitse overheid een regeling heeft beloofd voor de aansprakelijkheid voor verstoringen en vertragingen bij de aanleg van het netwerk, hoopt het bedrijf dat nog meer investeerders het aandurven hun geld in de uitbreiding van het Duitse net te steken.

Bruinvissen
Ook op andere terreinen hoopt het Nederlandse bedrijf dat de Duitse overheid wat soepeler zal worden. Om de gevoelige sonar van de bruinvissen te ontzien, mag bijvoorbeeld van de Duitse wet in de periode van mei tot en met augustus niet worden geheid in de zeebodem. "Als je al die transformatorstations op zee wilt aanleggen, is dat eigenlijk niet te doen", zegt Hartman. "Ook de bouwers van al die honderden windmolens die nodig zijn, zullen hiermee te maken krijgen." Om de tachtig meter diepe fundering van het nieuwe HelWin-platform in de zeebodem te verankeren, gaat het bedrijf daarom speciale heibuizen gebruiken die het aantal decibels drastisch moet beperken. Hartman: "Wetenschappers gaan dit monitoren, en als het geluid daadwerkelijk binnen de perken blijft, worden de regels hopelijk versoepeld."

En zo zijn er wel meer regels uit het tijdperk van voor de windenergie waar Tennet tegenaan loopt. "Om de kabel van het transformatorstation naar het vasteland te leggen, zal het scheepvaartverkeer naar Bremen een dag stilgelegd moeten worden. Maar dat mag niet. En dan?" zegt Hartman.

Uiteindelijk zal het bedrijf er met de Duitse overheid wel uitkomen. De Nederlanders behoren immers tot de grootste investeerders in de Energiewende. Het bedrijf berekent die investeringskosten natuurlijk ook gewoon door aan zijn klanten.

Stroomproducenten en uiteindelijk de Duitse huishoudens zal het dus ook geld gaan kosten. Dat is onontkoombaar volgens Hartman. "De omschakeling naar groene energie is onvermijdelijk, de maatschappij zal daar de kosten voor moeten dragen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden