Interview

'Natuurmonumenten moet mede-eigenaarschap herintroduceren'

Marc van den Tweel: 'Onze Oerrr-campagne, om kinderen de natuur te laten ontdekken, zou je volksverheffing kunnen noemen.' Beeld Maartje Geels

Directeur Marc van den Tweel moet als moderne manager zijn Vereniging Natuurmonumenten klaarmaken voor de toekomst, maar raakte juist geïnspireerd door het verleden.

Op de burelen van Natuurmonumenten in 's-Graveland wordt de laatste hand gelegd aan de voorbereidingen van het Voorjaarsforum, de jaarlijkse ontmoeting tussen bestuur, werknemers en genodigden die vandaag in Amersfoort wordt gehouden. Van den Tweel (1964) past de laatste woorden van zijn speech aan. Had hij het vorig jaar tijdens zijn maidenspeech vooral over de inefficiëntie van de natuurorganisaties omdat zij te weinig samenwerken, dit jaar wil de als zakelijk bekendstaande algemeen directeur inspireren, door de contouren te schetsen van Natuurmonumenten van deze tijd.

De grootste particuliere natuurorganisatie van Nederland, met 735.000 leden, is gebouwd op het fundament dat Jac. P. Thijsse en Eli Heimans, samen met Pieter van Tienhoven begin vorige eeuw legden. De onderwijzers Thijsse en Heimans waren vooral natuurliefhebbers, die hun verwondering wilden overbrengen op een groot publiek. Vanuit die liefde voor natuur zijn ze op het beschermen uitgekomen, toen het Naardermeer werd bedreigd.

Daarop ontstond Natuurmonumenten. De zakelijke Van Tienhoven trad toe tot het bestuur. Hij kwam uit de verzekeringswereld, en legde het accent op de financiën. Hij bouwde aan de organisatie, kocht gebieden op en vond ook dat die 'benut' mochten worden. Onder zijn initiatief ontstonden de eerste recreatiegebieden.

Als de vorige directeur van Natuurmonumenten Jan Jaap de Graeff een moderne Jac. P. Thijsse was, is Marc van den Tweel dan de Van Tienhoven van deze tijd?
Een hard gelach vult de kamer. "Hahaha. Kijk eens om en zie wie er boven mijn bureau hangt. Dat is toch echt een portret van Thijsse! Ik vind dat die vergelijking mank gaat. Tussen Jan Jaap de Graeff en mij bestaan slechts accentverschillen. Hij was sterk verbonden aan de inhoud, en aan de mensen die voor Natuurmonumenten in het veld actief zijn. Hij was een klassieke bestuurder, afkomstig uit de polder, de waterschappen... die context.

"Ik heb dezelfde interesse voor de natuur en de verbondenheid met de mensen die daarin werken, maar ben meer gericht op de samenleving waaruit de behoefte aan natuurbescherming zou moeten voortkomen. Dat is het verschil tussen ons. Ik heb grote waardering voor Van Tienhoven. Hij was de man van de idealen tussen droom en daad. En dat pragmatisme is toch wel verrekte belangrijk als je iets voor elkaar wil krijgen. Maar dat ik een Van Tienhoven zou zijn? Nou, nee."

 
Ik heb dezelfde interesse voor de natuur, maar ik ben meer gericht op de samenleving waaruit de behoefte aan natuurbescherming zou moeten voortkomen

U werd directeur in een andere tijd dan uw voorganger, toen Natuurmonumenten via subsidies sterk aan de overheid was verbonden. Hoe kijkt u naar dat verleden?
"Ik las laatst over een wetenschappelijke studie die is gedaan naar het tijdperk van staatssecretaris Henk Bleker. Hoe kon het dat hij in korte tijd zo'n ommezwaai in het natuurbeleid kon bewerkstelligen? De conclusie was dat hij is meegesurft met een grote onderstroom die niet is opgemerkt. Ik denk dat Natuurmonumenten destijds wel heeft geluisterd naar mensen die het natuurbeheer te technocratisch vonden, maar de muziek gewoon niet heeft begrepen. Onze organisatie was gericht op de overheid en het werken met die overheid. Bleker was de verpersoonlijking van het verzet daartegen."

U profileert zich als een directeur die van Natuurmonumenten weer een echte vereniging wil maken, in de 'engste' zin van het woord. Een organisatie van de mensen.
"Ik heb mijn vak gemaakt van het mobiliseren van mensen. De bezuinigingen op natuur kunnen die natuur weer bij de mensen terugbrengen. Voorheen was gratis heide en bos vanzelfsprekend, maar met een terugtrekkende overheid is dat niet langer het geval. Nu komen ruiters en fietsers opeens klagen dat hun paden niet langer worden onderhouden. Dat is niet per definitie slecht. Natuurbescherming wordt zo weer iets van de samenleving."

Maar hoe brengt u de natuur naar mensen?
"Juist door veel over het werk van Thijsse, Heimans en Van Tienhoven te lezen, ben ik uitgekomen op een term van toen die we moeten herintroduceren: mede-eigenaarschap. Een vrijblijvende donatie of een iets meer betrokken lidmaatschap is ook prima, maar we moeten terug naar de erfenis van de natuurbeschermers van het eerste uur. Toen staken burgers de handen ineen en kochten samen stukjes natuur. Dat geeft een totaal ander gevoel, en een sterkere betrokkenheid.

"Ik voorzie dat Natuurmonumenten de komende jaren zulke vormen van mede-eigenaarschap gaat realiseren. We moeten wel als we het natuurareaal willen uitbreiden. In coöperaties of via beleggingsconstructies kunnen particulieren of bedrijven aandelen of obligaties kopen, zodat zij echt mede-eigenaar worden. Deze beweging kan ook vanuit de samenleving komen. Als de mensen zich bezorgd maken over verdwijnende natuur in hun streek, kunnen wij hen helpen deze zelf aan te kopen. Pas dan krijg je schaalgrootte in Nederland. Die werkwijze klinkt revolutionair, maar feitelijk gaan we zo terug naar de praktijk uit 1905, naar waar we vandaan komen. De geschiedenis is fascinerend, maar blijkt ook inspirerend. Bij het CDA noemen ze dit terugkijken naar de oorsprong 'herbronnen'. Prachtig woord."

Afgelopen jaar is Natuurmonumenten ook een soort actiegroep geworden, die strijdt tegen de Blankenburgtunnel en de uitbreiding van vliegveld Twente.
"Af en toe moet je als maatschappelijke organisatie op de trom slaan. Het zou toch gek zijn als de grootste natuurclub van Nederland zich níet zou laten horen over de enorme bomenkap die in Twente is gepland. Ik zie ook duidelijke parallellen tussen ons protest nu, en het verzet van Thijsse tegen het volstorten van het Naardermeer. Soms moet je een verzetsorganisatie zijn, en samen optrekken met de mensen in het land. Dat wil overigens niet zeggen dat we tegen veranderingen en vooruitgang zijn. De ontwikkeling van de nieuwe Markerwadden en de zandplaat in de Oosterschelde laten ook ons vooruitgangsgeloof zien. Met louter beschermen gaan we het niet redden."

 
Ik denk dat Natuurmonumenten destijds wel heeft geluisterd naar mensen die het natuurbeheer te technocratisch vonden, maar de muziek gewoon niet heeft begrepen

Natuurmonumenten investeert nogal in grote publiekscampagnes. Maken die wel deel uit van de taak van de organisatie: natuurbescherming?
"Zeker wel. Via onze 'wild-enquête' hebben we de Nederlanders gevraagd hoe zij denken over het voorkomen van wild en wildbeheer in Nederland. Dat beleid werd veelal bepaald door deskundigen. Uit het onderzoek blijkt dat de bevolking juist meer wild in de natuur wil zien, terwijl de overheid terughoudend is. Buiten de Veluwe en de Meinweg in Limburg geldt er voor zwijnen een 0-stand. Zodra ze in een gebied komen, worden ze afgeschoten. Maar waarom eigenlijk? Typisch aan het bureau bedacht beleid. Nu wij de mening van de bevolking kennen, proberen we de politiek op andere gedachten te brengen. Aankomend jaar houden we hetzelfde onderzoek, maar dat gaat dan over recreatie."

In kader van jullie Oerrr-campagne konden 4 miljoen huishoudens met kinderen gratis lid worden. Dat kost alleen maar geld.
"Voorlopig wel, ja. Maar er hebben zich al 165.000 kinderen aangemeld, die nu periodiek kaarten met informatie en opdrachten krijgen toegestuurd. Terwijl hun ouders van de beschermende, risicomijdende generatie zijn, die bomenklimmen en moddergooien verbiedt, gaan hun kinderen naar buiten. Natuursport, noemde Thijsse dit. Als ik kinderen zie die wormen over hun handen laten kruipen, weet ik dat dit een opdracht op een van ónze kaartjes is. Maar nog sterker: de nieuwe aanwas van Natuurmonumenten bestaat op dit moment voor het grootste deel uit de ouders van deze kinderen, die via hen enthousiast zijn geworden voor natuur, en voor het werk wat wij daarin doen."

Je zou het volksverheffing kunnen noemen, zegt Van den Tweel met een glimlach. "Een mooier doel bestaat niet. En het is al heel oud."

Jac. P. Thijsse noemde Naardermeer het ideale natuurmonument
Bij het 25-jarig bestaan van Natuurmonumenten in 1930 keek oprichter Jac. P. Thijsse terug op de aankoop van het Naardermeer. Hij noemde dit 'het ideale natuurmonument' dat in zijn ogen voldeed aan vijf criteria. Vooral de volgorde van deze kenmerken is opmerkelijk.

1: het dekt zijn eigen kosten,
2: het levert - laat ons dit fluisteren - zelfs winst op,
3: het geeft de gelegenheid tot ongestoorde groei en ontwikkeling aan planten en dieren,
4: het verschaft aan duizenden mensen een gerieflijke en aangename gelegenheid om te genieten van een der mooiste landschappen ter wereld en kennis te maken met zijn bewoners,
5: het levert de wetenschap een onuitputtelijk voorwerp van studie en zelfs gelegenheid tot experimenteren.

 
De nieuwe aanwas van Natuurmonumenten bestaat op dit moment voor het grootste deel uit de ouders van deze kinderen, die via hen enthousiast zijn geworden voor natuur
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden