null

InterviewZangvogels

Natuurliefhebber Dick de Vos schreef een ode aan de nachtegaal. ‘Hun volume is ongekend’

Beeld Getty Images/iStockphoto

Literatuurwetenschapper en natuurliefhebber Dick de Vos schreef een ode aan de nachtegaal. Niet zozeer om zijn uiterlijk als wel om zijn zang. ‘Een nachtegalenman kan in het pikkedonker een vrouw uit de lucht zingen!’

Eind april, begin mei is het beste moment”, bezweert nachtegalenliefhebber Dick de Vos. “De meeste mannen zijn dan al terug uit Afrika; de vrouwen volgen wat later. Zeker in het duingebied hoor je dan overal nachtegalen zingen. Rollers, trillers, keiharde fluittonen… hun volume en vooral hun variatie is ongekend. Een kenmerkende strofe is een langerekt ‘ieeet-ieeet-ieeet’. Steeds iets harder en meestal ook telkens een klein tikkie hoger. Nachtegalenonderzoekers hebben aangetoond dat de mannetjes daarmee letterlijk de overtrekkende vrouwen uit de lucht zingen.”

Het echte hoogtepunt van de zang mag dan inmiddels voorbij zijn, toch valt er ook op dit moment nog meer dan genoeg te genieten in het duin, vertelt De Vos. “Er blijven altijd mannen over die geen vrouw hebben kunnen binden. Die vrijgezellen zitten nu nog steeds om het hardst te zingen. Voor hen in feite een beetje sneu, maar voor ons natuurlijk heerlijk. Vooral de trillers in de zang zijn een puur teken van kracht. Die kun je zien als heel snel, heel hard in je handen klappen. Als je het hard wilt doen, dan gaat het niet meer snel en als je het snel wilt doen lukt het niet meer zo hard. Een nachtegaal kan dat wél met zijn syrinx, de vogelversie van de stemband.”

De Vos is bepaald niet de eerste die een Ode aan de nachtegaal schreef. Acht eeuwen voor Christus gingen grootheden als Homerus en Ovidius hem al voor. “Vreemd genoeg herkenden de Grieken en Romeinen een klaagzang in het lied van de nachtegaal”, vertelt De Vos, die in de algemene literatuurwetenschappen afstudeerde maar de natuur altijd als liefde ernaast had. “In zijn Odyssee verwijst Homerus naar een mythe waarin de zang van de nachtegaal met het gejammer van Philomela wordt vergeleken. Met dat ‘ieeet-ieeet-ieeet’ van de nachtegaal zou zij treuren om haar zoon Itys, die ze per ongeluk zelf heeft gedood. Als straf werd ze daarom veranderd in een nachtegaal, die eeuwig de naam van haar zoontje roept.”

Hoe meer damherten, hoe minder broedgebied voor nachtegalen

Het kan ook alleen maar de zang zijn die een eindeloze stoet dichters, schrijvers en componisten in vervoering bracht. De vogel zelf ziet er tamelijk saai uit, erkent De Vos. “Toch is de ecologie van de vogel wel hartstikke interessant. Ze vertellen bijvoorbeeld het verhaal van de verdroging en verruiging van Nederland. Vroeger hoorde je nachtegalen door het hele land. Nu trekken ze zich vooral terug in de duinstreek en de vochtige loofbossen. En ook daar hebben ze het niet overal makkelijk. In de Amsterdamse Waterleidingduinen bijvoorbeeld is een omgekeerd verband aangetoond tussen de hoeveelheid damherten en nachtegalen. Hoe meer groepen damherten daar de boel kort grazen en door de struiken trekken, hoe minder bloemen en daarmee insecten, en ook hoe minder broedgebied er overblijft voor nachtegalen.”

Naast die ecologische informatie, stort De Vos zich in zijn boek toch vooral op de sporen die de zang van de nachtegaal heeft achtergelaten in de cultuur. En ook in zijn eigen leven.

“Ik ben door mijn moeder al jong meegenomen naar buiten. Zij was niet zozeer van ‘alles een naam geven’, maar wel van het genieten van de natuur. Wandelen in de duinen, bramen plukken in augustus, dat soort werk. Tijdens mijn studietijd dook ik een aantal jaren vooral in de boeken en daarna kreeg ik een drukke baan. De omslag kwam weer toen mijn vrouw en ik jaren terug ons te vroeg geboren zoontje David verloren, dat maar drie dagen in de couveuse had geleefd. Toen ontdekten we weer hoeveel troost je kunt vinden in de schijnbare onsterfelijkheid van de natuur.”

Al eeuwen een verbinder

De Engelse dichter John Keats was begin negentiende eeuw vermoedelijk de eerste die in zijn Ode to a Nightingale die onsterfelijkheid specifiek op de nachtegaal plakte, schrijft De Vos. Verschillende dichters en schrijvers, waaronder de Nederlander J.C. Bloem, deden hem dat vervolgens na. “De beste in ons taalgebied vind ik Guido Gezelle. Hij weeft zelfs de zang van vogel in zijn taal. Waar zit hij? Neen, ’k en vind hem niet, maar ’k hoore, ’k hoore, ’k hoore een lied.’ Dat ’k hoore, ’k hoore, ’k hoore, dat is een imitatie van dezelfde serie fluittonen waarover ook Homerus al schreef en die je nu nog steeds in de duinen hoort. Zo verbindt de nachtegaal de eeuwen.”

Beluister hieronder de zang van de nachtegaal, zoals opgenomen in het muziekstuk De Dennen van Rome - of tenminste, negen van de tien keer bleken het tóch kanaries te zijn.

Bij het speuren naar nachtegalen in de cultuur stuitte De Vos ook op iets vreemds. Waar een dichter zich nog in allerlei bochten moet wringen om de zang van een vogel in zijn metrum te vangen, zou het voor een musicus toch een stukje eenvoudiger moeten zijn. Voor zijn stuk Pini di Roma, de dennen van Rome (1924), had de componist Ottorino Respighi in de partituur zelfs een specifieke opname gezet van een nachtegaal, die tegen het eind van het stuk door de muziek gemengd moest worden.

Maar toen De Vos verschillende opnames van oude uitvoeringen van de Pini di Roma beluisterde, hoorde hij wel heel vreemde nachtegalen langskomen.

Kanaries die nachtegalen nadoen

“Het bleken negen van de tien keer kanaries te zijn, die door de Duitse kanariekweker Karl Reich begin vorige eeuw waren getraind om nachtegalen na te doen. Mensen betaalden toen grof geld voor zo’n kooivogeltje en Reich won ook verschillende prijzen met zijn ‘nachtegaal-kanaries’. Alles om maar zo’n mooie zanger in huis te hebben.”

Toch stuitte De Vos bij zijn speurwerk ook nog wel op wat incidentele nachtegalenhaters.

“Uit de elfde eeuw is een anti-nachtegalenlied bekend dat de spot drijft met al die dichters die ‘dit overgewaardeerd vogeltje, dat met zijn onophoudelijke, zeurende stem voor overlast zorgt’ zo ophemelen. En de Amsterdamse vogelaar en historicus Ruud Vlek wees mij op plakkaten uit de zeventiende en achttiende eeuw, waarmee het inwoners van Utrecht en Amsterdam wordt verboden om nachtegalen te schieten of te verjagen. Waarschijnlijk hielden die de burgers uit de slaap. Moet je nagaan. Ik denk dat er nu heel wat Amsterdammers, Utrechters en andere stedelingen zouden zijn die maar wat graag een nachtegaal in hun stadsparkje zouden hebben.”

Dick de Vos
Ode aan de nachtegaal
KNNV Uitgeverij
€ 22,50, 176 blz.

Lees ook:

De Spaanse nachtegaal daagt Darwin uit

Natuurlijke selectie zou de beste eigenschappen in het dier naar boven moeten halen.Bij nachtegalen in Spanje gebeurt het omgekeerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden