Jelle's weekdier De zeeschildpad

Na zanderig geploeter verdwijnt de zeeschildpad jarenlang uit zicht

Reptielen leggen eieren. Althans, dat is gebruikelijk. Krokodillen, slangen, hagedissen en schildpadden leggen eieren met een zachte, leerachtige schaal (een harde eischaal is iets voor vogels). Maar in de biologie is het net als bij de vervoegingsregels van Franse werkwoorden: er zijn altijd uitzonderingen. Er zijn dus ook levendbarende reptielen, waaronder de toepasselijk zo geheten levendbarende hagedis die op de zandgronden in ons land voorkomt. Levendbarende schildpadden bestaan bij mijn weten niet. Dat levert meestal geen probleem op, maar voor zeeschildpadden is het wel problematisch. Reptieleneieren moeten in tegenstelling tot visse-eitjes en kikkerdril op land worden gelegd en een zeeschildpad met legdrang moet dus aan land komen. Onhandig: het zou in zee veel handiger zijn om levende jongen te baren. Dat doen walvissen tenslotte ook, en de uitgestorven ichtyosaurussen en plesiosaurussen en dergelijke waren ook levendbarend – en dat waren reptielen.

Zanderig geploeter

Er leven tegenwoordig nog zeven soorten zeeschildpadden, inclusief de grote lederschildpad die tot een andere familie behoort dan de overige zes. Alle zeven leggen ze eieren en daartoe moeten ze dus de zee uit en het land op. Iedereen kent wel de beelden van zeeschildpadden die met hun onhandige flippertjes het logge lijf moeizaam het strand op tijgeren om een hoopje eieren in een zelfgegraven kuil te deponeren. En van de babyschildpadjes die na uitkomen als de wiedeweerga naar het water moeten kruipen, maar hun vege lijf meestal zien eindigen als meeuwenvoer. Een levendbarende zeeschildpad zou kunnen volstaan met jaarlijks een aantal jongen baren in plaats van al dat zanderige geploeter. Maar er is niet zoiets als een intelligent ontwerp in de natuur. De arme dieren moeten het er maar mee doen. Het levert soms bizarre taferelen op, zoals dat tientallen schildpadjes plotseling en vrijwel gelijktijdig uit hun ei kruipen terwijl het strand vol ligt met argeloze badgasten die onder hun uitgespreide handdoekjes ineens allemaal gewriemel voelen. Maar ook ellende, wanneer legstranden worden vernietigd ten behoeve van de toeristenindustrie of havenaanleg.

The lost years

Nadat de babypadjes de zee hebben bereikt, verdwijnen ze jarenlang uit zicht. Pas wanneer ze wat ouder worden, wagen ze zich dichter bij de kust om te foerageren. Biologen vroegen zich altijd af waar de dieren in de tussentijd bleven. Ze leken wel verdwenen en daarom wordt die periode ook wel the lost years genoemd, verloren jaren. Onderzoekers van instituten in de Verenigde Staten, Mexico en Frankrijk zijn nu een onderzoeksprogramma gestart om erachter te komen waar de schildpadjes blijven. Men bouwde een model waar allerlei factoren in zijn gestopt, zoals legselgrootte, sterftekans, zeestromingen, orkanen en strandingsgegevens van dode schildpadjes. Voor Kemps zeeschildpad, de soepschildpad en de onechte karetschildpad is nu een hypothese gemaakt over de verloren jaren. De beestjes zitten tot ver op de oceaan en vertoeven vermoedelijk bij voorkeur in drijvende wiervelden.

Het zou waarschijnlijk het handigst zijn om een paar duizend net uitgekomen babyschildpadjes te voorzien van een klein zendertje dat dagelijks gps-coördinaten doorgeeft en de dieren zo jarenlang te volgen, maar dat zal wel op praktische bezwaren stuiten. En het lijkt me ook wel een beetje zielig.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden