groen

Na 2018 wordt het weer puik voor de boommarter

Vilmar Dijkstra van de Zoogdiervereniging met de ‘oogst’ in het bos. Beeld Herman Engbers

Vilmar Dijkstra telt eikels en beukenootjes en kan zo de grootte van de worp van de boommarters voorspellen. 2018 is een slecht jaar voor de dieren. Op pad met een gepassioneerd onderzoeker.

Er zit een man op zijn knieën in het bos. Voor hem vier latten, samen een vierkante meter omspannend. Hij pakt een groentekrat met gaas als bodem, schraapt met zijn handen de bovenlaag van de grond af en gooit deze in het krat. Dat wordt boven twee uitgespreide vuilniszakken geschud waardoor blad en takken van de rest worden gescheiden. Keurend graait hij door het materiaal op de vuilniszakken en mompelt: “Mmm, dat ziet er niet best uit voor de boommarters. Dat worden aankomend voorjaar kleine en late worpen.” Fronsend richt hij de blik omhoog naar de majestueuze beuken en een glimlach breekt door. “Voor 2019 ziet het er wel goed uit: vroege worpen en veel jongen.”

Hij veegt nog voorzichtig over het eerder afgeschraapte stuk grond en gooit ook dat materiaal in een grote zak om thuis uit te zoeken.

De man staat op, trekt rillend jas, das, muts en broek wat dichter om zich heen, pakt krat, latten en rugzak bij elkaar om deze enkele honderden meters verderop weer uit te stallen. Het tafereel herhaalt zich.

Het is koud, heel koud. Plaats van handeling, de Veluwezoom begin december.

Vilmar Dijkstra werkt bij de Zoogdiervereniging en is in zijn vrije tijd gepassioneerd muis- en marteronderzoeker. “Ik probeer de relatie te achterhalen tussen het aantal beukenootjes en eikels (in jargon: mast) en de voortplanting van de boommarter.”

Tijdrovende klus

Dijkstra zegt het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is; alsof iedereen met deze prangende vraag rondloopt. De zoogdierkenner gaat verder. Het begon allemaal begin jaren negentig toen hij een boommarter zag en – zoals velen – meteen verkocht was. “Een prachtig dier, mysterieus gedrag en een geduchte rover.” Hij begon de dieren te volgen. Een tijdrovende klus.

Boommarters nestelen in holle bomen. Inventarisatie is een kwestie van in de winter holle bomen zoeken (inmiddels 1.700), in het voorjaar gevolgd door eindeloos met een camera op een hengel de bomen met boommartersporen (uitwerpselen en prooiresten) van binnen bekijken. Al snel merkte Dijkstra op dat zowel het tijdstip van de vroegste en gemiddelde geboorte als de worpgrootte sterk fluctueerden. Het ene jaar lag de gemiddelde worpdatum wel twee weken eerder of later dan het andere.

Boommarter.

“In buitenlandse literatuur werd een link gesuggereerd tussen het aantal rosse woelmuizen – een van de belangrijkste prooidieren – en de geboorten. Dat wilde ik zelf wel eens nagaan.” Vanuit het idee dat de overleving en voorjaarsconditie van de muizen gerelateerd zijn aan het voedselaanbod begon Dijkstra in de herfst van 2007 welgemoed beukenootjes en eikels te tellen. Hij hield het twee jaar vol; het kostte wel erg veel tijd. Temeer daar hij inmiddels ook was begonnen jaarlijks in het voorjaar het aantal muizen te tellen, een klus van uitzetten en zes keer controleren van 440 life-traps (muizenvallen)!

Hanta-virus

Toen werd Dijkstra echter benaderd door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De onderzoekers waren geïnteresseerd in het aantal muizen en de relatie met mast. Rosse woelmuizen kunnen namelijk het Hanta-virus bij zich dragen. De dieren worden er niet ziek van, maar kunnen wel mensen besmetten. Een besmetting leidt bij ons tot symptomen variërend van hoofdpijn en misselijkheid tot tijdelijk nierfalen, maar is niet levensbedreigend en gaat vanzelf weer over. “En dus wilden ze betalen voor het mastonderzoek.” Daardoor kon hij een heel klein deel van het veldwerk onder werktijd doen. In 2013 begon hij weer met het tellen van eikels en beukenootjes, zegt Dijkstra terwijl hij weer op de knieën neerzijgt.

De noeste arbeid lijkt niet voor niks. Want hoewel hij nog jaren en jaren wil blijven tellen, bespieden en vangen, wijst alles tot nu toe op een duidelijk verband. Hij veegt alle op deze locatie gevonden beukenootjes bijeen en doet die in een zak – om thuis de volle en lege van elkaar te scheiden. Onderwijl legt hij zijn bevindingen uit.

Rosse woelmuizen

“Hoe meer mast, des te meer rosse woelmuizen. Ook bosmuizen, een ander prooidier van de boommarter, varen hier wel bij. De vrouwtjes zijn bij een ruim voedselaanbod in het voorjaar eerder op het juiste gewicht om aan voortplanten te kunnen beginnen. De muizenworpen zijn groter en talrijker.”

De grotere, maar ook eerdere beschikbaarheid van muizen heeft ook effect op het tijdstip van de geboorte van boommarterjongen. Extreem grote worpen – vijf jongen – zijn er dan ook uitsluitend bij florissante voedselomstandigheden. “Daarmee is het voortplantingsresultaat van de boommarter dus afhankelijk van het aantal beukenootjes en eikels. Fascinerend, vind je niet?”, concludeert Dijkstra glimlachend.

Roerend in een bergje beukenootjes voorspelt hij voor komend voorjaar weinig goeds. Er zijn weinig beukenootjes gevallen en nagenoeg alles is leeg. Ook het aantal eikels – deze worden eerder in de herfst geteld – viel tegen. “Maar 2019 lijkt een puik boommarterjaar te worden”, voorspelt hij, wijzend op een gevallen beukentak.

“De knoppen zijn dik en talrijk. Dat betekent komend voorjaar veel bloemen en dus – mits er geen late vorst of een lange droge periode in de zomer komt – veel beukenootjes in de herfst van 2018. Dus veel en vroeg muizen in 2019.”

Het nut

Inderdaad frappant, maar de vraag dringt zich toch op: ‘wat heeft die wetenschap voor nut?’ Dijkstra reageert bijna verbaasd. “Het nut?”, mompelt hij, starend in de verte. “Ik vind het leuk, maar belangrijker is toch dat zulke gegevens, ook al weet je in het begin niet altijd wat je ermee kunt doen, van wezenlijk belang zijn. Als er iets mis gaat in het systeem, kun je zo makkelijker achterhalen wat er aan de hand is en dus maatregelen nemen. En vergeet het RIVM niet. Door meer te weten over de relatie tussen mast en muizen kunnen ze voorspellingen doen over het besmettingsgevaar met het Hanta-virus. Maar eerlijk is eerlijk; als ik het niet zo ontzettend leuk vond, zou ik er niet twee maanden per jaar aan spenderen.”

De uren verstrijken, de temperatuur daalt langzaam tot 2 graden, de wind brengt een druilerig regen. En de man; hij telt voort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden