Monty Don, de beroemdste tuinman van Engeland

Beeld Getty

Gerbrand Bakker reist door Engeland en mijmert over the gardens van de depressieve tv-tuinier Monty Don.

Tegen het einde van juni werd ik in Engeland verwacht, in Norwich, aan de oostkust. Mooi, dacht ik, dan ga ik proberen Monty Don te spreken te krijgen. Niet omdat die ook aan de oostkust woont, maar Engeland is Engeland en de cross-countryreis die ik ervoor zou moeten maken, nam ik bij voorbaat al voor lief. Engelands beroemdste tuinman woont in Herefordshire, tegen de Welshe grens aan. Ik probeerde hem te pakken te krijgen. Dat viel niet mee, tot ik ontdekte dat hij een website heeft en op die website is gewoon een e-mailadres te vinden. Ik mailde of ik hem eens zou kunnen spreken. Met opzet vermeed ik het woord ‘interview’. Dat zou hem alleen maar afschrikken, dacht ik.

Ik wilde hem spreken over tuinieren, natuurlijk, maar vooral ook over zijn depressies en het effect van je handen in de aarde in die duistere periodes. Hoewel in de automatisch gegenereerde mail die ik terugkreeg stond dat een respons tot twee weken op zich kon laten wachten, had ik na vier dagen al antwoord. Van ene Charlotte. Zijn vrouw? Nee, want zijn vrouw heet Sarah. “With many apologies, sadly Monty is already so busy on and around 24 June that sadly he will not be able to meet you. He sends his apologies that he is not able to help this time.” Ik schreef terug dat ik dat al verwacht had, en dat ik dan maar naar Noord-Wales zou gaan om Mount Snowdon te beklimmen. Weer kreeg ik een mail van Charlotte. Dat het zo’n enorm fijn en heerlijk idee was die berg te gaan beklimmen en veel groeten van Monty.

De man is domweg té beroemd geworden. De depressieve tuinier. Of de tuinierende depressieveling. Internationaal bekend van de BBC-tv-serie ‘Gardeners’ World’. Hij was geen briljante leerling, werkte in de bouw en op een varkensboerderij, studeerde halfslachtig Engels in Cambridge, ontmoette zijn vrouw Sarah en samen begonnen ze een bedrijfje in goedkope sieraden, costume jewellery noemen ze dat in Engeland.

Monty Don: niet zo'n grote mond als Stephen Fry. Beeld Getty

Het bedrijf ging failliet en Monty Don begon een tuinprogramma. Hij heeft geen formele opleiding als hovenier of landschapsarchitect, maar hij is met zijn programma zo groot geworden dat je hem, zelfs als je laat vallen dat je een stuk gaat schrijven voor Trouw, niet meer te pakken krijgt.

We hebben elkaar een jaar of vijf geleden eens ontmoet, in Hay-on-Wye, waar elk jaar in juni een literatuurfestival plaatsvindt. Hij kan daar vanuit zijn tuin Longmeadow bijna te voet heen, zó dichtbij is het. Ik zat in de green room naast Stephen Fry, maar die boeide me niet, die had een veel te grote mond. Dat is zo iemand die een wandelende anekdote is geworden, daar valt geen gesprek mee te voeren. Ik keek uitsluitend naar Monty.

Rosa Beeld Colourbox

Via iemand van de organisatie kwam ik tegenover hem te staan. En dat was het wel zo’n beetje. Ik stamelde iets - ineens een vurige fan, die zich dan pas afvraagt wat je eigenlijk kúnt zeggen tegen zo iemand. Hij stamelde iets terug, het was vlak voor zijn optreden met Stephen Fry en Ruby Wax. Misschien was hij zenuwachtig. Dat optreden ging over depressies. Fry en Wax zaten zichzelf te overschreeuwen en Monty zat er heel kalm en bedaard naast, rustig wachtend op een opening in het gesprek.

Voorspelbaarheid

Ik zag mezelf er zitten, ik besefte - door de tegenstelling tussen de twee schreeuwers en de stille Monty Don - dat ik een bedaard iemand was geworden omdat dat de beste remedie was tegen mijn depressie. Ik sloot hem in mijn hart. Het viel zo’n beetje gelijk met het kopen van mijn huis plus grond in de Eifel. Vanaf dat moment stak ik mijn handen in de aarde en dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. Bedaard in je eigen tuin werken. Veel beter kan het niet worden.

Eén van de thema’s van de ‘Chelsea Flower Show’ van afgelopen mei was de helende werking van tuinieren. Zowel fysiek als geestelijk. Ik heb er niets van gezien, de beroemde tuinbeurs waar half tuinierend Engeland op afkomt is aan me voorbijgegaan omdat het in de Eifel onmogelijk is naar de BBC te kijken. Maar ik heb het ook niet gemist, want hoe fijn het ook is allemaal, feitelijk komt het ondanks wisselende thema’s elk jaar op hetzelfde neer. En toch is dat denk ik juist de kracht van tuinprogramma’s op tv, van de jaarlijks terugkerende shows (er zijn er tientallen), de sneeuwklokjesfestivals eind februari, de busreizen naar de beroemde tuinen in Kent en Essex en Sussex, en waarschijnlijk ook van de stortvloed aan tuinboeken. De kracht ligt hem nou juist in de voorspelbaarheid, de fijn saaie vertrouwdheid, die zo zichtbare levenscyclus die jaar in jaar uit zich herhaalt.

Beeld Getty

Het altijd hetzelfde zijn. Monty Don is daar de belichaming van, met zijn ietwat trage motoriek, zijn bedaarde optreden, zijn langzame spreken. En die zo zicht- en soms zelfs tastbare levenscyclus is voor mensen met een zwaar gemoed enorm troostrijk, sleept ze door de wintermaanden heen, want ja: daar komen alweer de winterakonieten en daar is de Galanthus nivalis en dan duurt het niet meer lang voor de narcissen hun kop uit de grond steken, en dan begint de lente echt, en daarna de zomer met zijn bloemenpracht, de herfst met zijn kleurenpracht en knisperende geuren, en nou ja, vooruit, dan komt die vermaledijde winter weer. Maar die gaat voorbij, elk jaar weer!

Een paar weken later zat ik dus niet in Monty’s beroemde Jewel Garden in Herefordshire, maar stond ik op de top van Mount Snowdon. Geen tuin te bekennen, wel opvallend veel zeer luide Aziaten. Nooit eerder had ik het zo warm gehad tijdens de beklimming. Meestal doe je dat klimmen in een wolk, waardoor je niets ziet en je geen idee hebt hoe ver de top nog is. Kou, regen en slecht zicht zijn er de norm.

Ik dacht ondanks het onverstaanbare gekwetter om me heen na over dit artikel. Ik dacht aan beroemde tuinen - Sissinghurst van Vita Sackville-West, Great Dixter van Christopher Lloyd, de vele tuinen ontworpen door tuinarchitecte Gertrude Jekyll, de tuin van de onlangs op 94-jarige leeftijd overleden Beth Chatto - en het viel me in dat het allemaal nogal een upperclass-gebeuren is, dat tuinieren. 

In 2017 bezocht ik Bodnant Gardens in Noord-Wales, aangelegd in opdracht van een Victoriaanse zakenman en scheikundige die het chemische proces uitvond waarmee zeep van donkerbruin wit of zelfs doorzichtig werd. Prachtige tuin, daar niet van, en het was die dag ook nog eens prachtig weer, maar inmiddels in handen van The National Trust, een organisatie die zich inzet voor het behoud van historische gebouwen en tuinen. Zelf zo’n tuin onderhouden is tegenwoordig bijna niet meer te doen, qua kosten.

Alledaagse tuinleven

Weer beneden aangekomen, in Rhyd Ddu, zittend op een bankje voor café Cwellyn Arms met een verfrissende pint ale, zette ik die gedachte voort. Als je met het openbaar vervoer door het Verenigd Koninkrijk reist, en veel te voet doet, valt op dat de ‘gewone man’ niets aan de tuin doet. Wat je ziet zijn uitgedroogde grasveldjes, asfalt waar de auto op geparkeerd staat, waslijnen waaraan de was niet boven vrolijk gekleurde borders waait. Er gaapt een enorme kloof tussen die prachtige, vaak door The National Trust onderhouden en in stand gehouden tuinen en dat wat je op de BBC krijgt te zien, en het alledaagse tuinleven. Dat moet toch te maken hebben met dat vreemde klasse-systeem dat in het Verenigd Koninkrijk heerst? Niet alleen heerst, maar met man en macht in stand gehouden wordt. Ik vroeg er later iemand naar en die zei me: “Mensen kijken graag naar ‘Gardeners’ World’ en proberen dingen uit in hun eigen tuin zodat ze het gevoel hebben dat ze upper middle-class zijn.’

Clematis Beeld Colourbox

Toen trok ik dat idee door, en besefte dat voor koken en mode hetzelfde geldt. De geweldigste kookprogramma’s op tv, die de kijker het idee geven dat je nergens lekkerder te eten krijgt dan in Engeland, en de dagelijkse werkelijkheid. Nu ben ik zelf dol op pubfood, maar culinair kun je het niet noemen.

Londen is één van de modehoofdsteden van de wereld. Kijk om je heen, in de trein, op straat, waar dan ook: slechter geklede mensen zul je in andere Europese landen nauwelijks aantreffen. Een vreemde, gespleten wereld, dat wat er op de tv (vooral de BBC ) te zien is, dat waar mensen zich aan kunnen spiegelen, en het dagelijks leven waarin die mensen het hoofd boven water proberen te houden.

Zijn de, al dan niet beroemde, tuinen van Engeland een mythe die in stand wordt gehouden? De inmiddels over het algemeen onbetaalbaar geworden hobby van de upper-class? Het lijkt er wel op. Monty Don vormt daarop dan een uitzondering. Hij is niet van adel, ik vermoed dat men hem daar in de hogere regionen van middle-class plaatst, ondanks zijn naam (Monty is een koosnaampje voor Montagu) en een voorgeslacht van prominente architecten. Zijn tuin Longmeadow - op zijn website staat met uitroeptekens dat het absoluut verboden is er een voet in te zetten - is een droomtuin voor de al eerder genoemde ‘gewone man’. Het kán. Je hoeft niet rijk of met een gouden lepel in je mond geboren te zijn om zoiets te kunnen bereiken. Monty doet ook erg zijn best gewoon te zijn, zijn uitgesproken sjofele tuinkleding is daar een uiting van. En hij heeft na het faillissement van zijn sieradenbedrijf helemaal aan de grond gezeten. Dat spreekt de Britten ook wel aan. Op Netflix is ‘Big Dreams, Small Spaces’ te zien, waarin Monty niet de gebruikelijke make-over toepast, waarbij met geld gesmeten wordt, maar mensen met een ramp van een tuin zélf aan het werk zet, en daarbij niet zelden best knorrig en kritisch is.

Ik moest weer eens op huis aan. Urenlang in de trein, met overstappen her en der. En in die treinen zag ik een heel ander, ontroerend tuingebeuren. De stationstuinen.

Vrijwilligers doen elk jaar weer hun uiterste best om vooral kleinere stations mooi aan te kleden. Grote bakken met bloeiende planten, in vorm gesnoeide struiken, keurig geschilderde ouderwetse stationsnaamborden, uitbundige hanging baskets. Het is een wereld op zich, die stationstuinen. Los van klasse, los van afkomst en inkomen. Boordevol plezier en trots en gemeenschapszin. Wie heeft dit jaar de perrons het mooist op orde?

De trein reed me veel te snel, ik had te weinig tijd al die prachtige stationstuinen goed te zien. Maar mijn lichte wrevel over het upper class-gehalte van al die beroemde tuinen was tegen de tijd dat ik Londen bereikte vrijwel verdampt. Maar nam helaas weer toe vanaf het moment dat ik, eenmaal terug in de Eifel, Wimbledon begon te kijken. 

Lees meer artikelen uit de Trouw-bijlage Zomertijd in Groot-Brittannië in dit dossier.

Lees ook:

Weelderig tuinfeest in het Singer Laren

Welke bloemen zijn populair in de schilderkunst? Afgaand op de tentoonstelling 'Geschilderde tuinen' in het Singer Museum in Laren scoren de roos en zonnebloem hoog. Maar heel verrassend: rond 1900 was ook de oostindische kers de favoriet van veel schilders. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden