Leendert Jan Onnes, met sproeiwagen in zijn veld wintertarwe.

Minder landbouwgif? Dat is voorlopig niet aan de orde

Leendert Jan Onnes, met sproeiwagen in zijn veld wintertarwe. Beeld Reyer Boxem

Het gaat niet lekker met het kabinetsbeleid om de land- en tuinbouw milieuvriendelijker te maken. Uit onderzoek blijkt dat op vrijwel alle punten de situatie niet of nauwelijks is verbeterd.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), onafhankelijk adviesorgaan van de regering, zoekt vandaag in een analyse van het Nederlandse bestrijdingsmiddelenbeleid dapper naar de lichtpuntjes: “Op veel terreinen is de trend positief, maar de meeste tussendoelen zijn niet gehaald”. Ambtenarenjargon voor: de bedoeling is goed, maar het resultaat valt vies tegen.

Het PBL analyseerde het beleid van het kabinet-Rutte om de land- en tuinbouw groener te maken. In 2023 wil Nederland voldoen aan internationale eisen voor milieu en water, voedselveiligheid, gezondheid en arbeidsomstandigheden.

Er is een fikse achterstand in te halen. De soortenrijkdom in het agrarische gebied staat onder druk. Op tal van punten moet het beleid veranderen: overschrijdingen van resten van landbouwgif in drinkwaterbronnen en in sloten, vaarten, rivieren en meren moeten worden teruggedrongen, land- en tuinbouwers moeten veel meer inzetten op alternatieve methoden voor bescherming van hun gewassen, ze moeten meer kruidenrijke akkerranden aanleggen om insecten en weidevogels te beschermen. 

Pleidooi voor dwangmiddelen

Maar het gaat niet vlot. Deels omdat veel maatregelen die boeren moeten nemen, uitgaan van vrijwilligheid. Het PBL pleit voor dwangmiddelen: zoals het stellen van maxima op het gebruik van chemische middelen.

Het kabinet-Rutte II besloot in 2013 dat in tien jaar de land- en tuinbouw een forse inhaalslag moet hebben gemaakt. Na vijf jaar maken het PBL en nog elf andere onderzoeksinstituten (zoals de Wageningen Universiteit, de Nederlande Voedsel- en Warenautoriteit, universiteiten in Leiden en Krakow en het Rijksinstituut voor volksgezondheid en Milieu) een tussenbalans op.

In kilo’s gerekend is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de vijf jaar sinds 2013 niet afgenomen. Maar kilo’s zeggen niet alles. In kilo’s worden maar weinig insectendodende middelen gespoten in Nederland, maar door hun giftigheid leveren ze de meeste risico’s op voor het milieu.

Beeld Trouw

Daar komt bij dat het Nederlandse toelatingsbeleid van chemische bestrijdingsmiddelen rammelt. De voorwaarden van toezichthouder Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) én het beleid voor waterkwaliteit zijn in Nederland niet op elkaar afgestemd, aldus PBL. Het Ctgb laat middelen op individuele basis toe, zonder er rekening mee te houden dat een goedgekeurd middel vaak tegelijk met andere middelen wordt toegepast, waardoor er een stapeling optreedt van milieueffecten.

Nederland houdt bij het toelaten van middelen verder geen rekening met het afvloeien van resten van chemische middelen via drainagesystemen onder boerenland naar sloten. En evenmin speelt de drift van landbouwgif tijdens het spuiten een rol bij de beoordeling. Vooral het door de wind verspreiden van chemische stoffen is een groot risico en leidt mede tot overschrijdingen in oppervlaktewater, omdat het landbouwgif onverdund verwaait. Bij uitlekken via drainage is er doorgaans wel sprake van verdunning, door regenwater.

Spuitdrift beteugelen

Het herhaaldelijk bespuiten van gewassen in de open bloembollenteelt leidt juist daarom tot ongerustheid onder omwonenden. In die teelt worden, naast de akkerbouw, de grootste hoeveelheden bestrijdingsmiddelen toegepast. Volgens het PBL zijn vergaande maatregelen nodig om de spuitdrift te beteugelen, boeren werken al volop met technieken om de drift te verminderen. Te denken valt aan het verbreden van de stroken landbouwgrond waarop niet mag worden gespoten, vindt het PBL. Die ligt nu voor veel gewassen op 1,5 meter, maar zou beter naar 3 meter kunnen.

Volgens de projectleider van de analyse, Aaldrik Tiktak van het PBL, moeten systemische, breed werkende bestrijdingsmiddelen van de markt worden gehaald. De Europese Commissie heeft in 2013 al beperkingen opgelegd op het gebruik van het ‘bijengif’ neonicotinoïden. De middelen zitten vaak in een dun laagje om de zaadjes van land- en tuinbouwgewassen. De hele plant wordt daardoor giftig voor insecten die aan het gewas vreten. Dit breed toegepaste bestrijdingsmiddel is omstreden omdat wordt vermoed dat het bijdraagt aan de insectensterfte en het oriëntatievermogen van bijen aantast.

Het PBL pleit voor het invoeren van heffingen op chemische bestrijdingsmiddelen, omdat stevige prijsprikkels op langere termijn innovatie kunnen bevorderen. Om een effect te bereiken, moeten die heffingen hoog zijn, wat weer nadelig is voor de concurrentiepositie van de land- en tuinbouw.

Akkerbouwer Leendert Jan Onnes: ‘Kom maar kijken in mijn schuur’

Leendert Jan Onnes, jonge boer uit het Groninger Finsterwolde, wil best over bestrijdingsmiddelen op zijn akkerbouwbedrijf praten. Graag zelfs, hij heeft niks te verbergen.

Maar het woord bestrijdingsmiddelen neemt hij niet in de mond. Onnes heeft het over gewasbescherming. “Ik spuit niet om het spuiten, ik spuit om mijn gewas te beschermen. En gewasbescherming is bovendien veel meer dan alleen spuiten, dat is ook je grond op een andere manier bewerken. We zijn nu bij de bieten onkruid aan het schoffelen, meachnisch en ook met de hand. We doen aan wisseling van teelten op onze akkerbouwgrond. We spuiten ook voedingsstoffen op gewassen, dat zijn geen chemische middelen.”

Hij is 32, en gaat – na een studie en een loopbaan in het bedrijfsleven – definitief het akkerbouwbedrijf van zijn ouders overnemen: 120 hectare bouwland met wintertarwe, suikerbieten, koolzaad en nog wat kruidenrijke akkerranden. Fraai en rustig gelegen in de uitgestrekte Reiderwolderpolder, net boven het Groninger Finsterwolde, op het noordelijkste randje van Nederland. Zijn familie boert al elf generaties in het Groninger Oldambt. Hier in de polder, pal onder de Dollard, is Leendert Jan Onnes de zesde generatie. 

Hij heeft twee zusjes, die het boerenbedrijf machtig mooi vinden, maar een andere weg kiezen. “Ze weten wat de kleur is van onze tractors, meer ook niet.” Leendert Jan Onnes heeft één zoon en hij hoopt dat die op termijn hem weer zal opvolgen, al zal hij hem volledig vrij laten in zijn keuze, net als zijn ouders bij hem deden. Maar geduld, zijn kind is net een jaar geworden.

Chemische middelen

Sinds februari is Onnes bestuurslid akkerbouw bij het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt. Hij overlegt met collega’s over het landbouwbeleid, de bedrijfsvoering, het milieu. Gewasbescherming is de kern van het akkerbouwbedrijf. Juist in de akkerbouw worden op grote schaal chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt om insecten en schimmels die de gewassen belagen, te bestrijden. Hij draait er niet omheen. “We hebben die middelen nodig. Een biologische boer doet zonder, maar als je een gangbaar bedrijf hebt, kan dat met de huidige prijzen niet.”

Boer met sproeiwagen in zijn tarweveld bij Finsterwolde. Beeld Reyer Boxem

Onnes wil voor de foto best zijn zware tractor met de langarmige spuitinstallatie uit de schuur rijden en in het graan zetten. “Maar ik ga er de installatie niet aanzetten nu, want ik vind dat je dan het verkeerde beeld oproept van een boer die alleen maar spuit.” Er is veel onkunde onder het algemene publiek, zegt hij. “Ik kan dat niemand kwalijk nemen, want wie komt er nou tegenwoordig nog in aanraking met boeren? Vroeger had iedereen wel een boer in de familie. Het zijn er steeds minder geworden, met steeds grotere bedrijven en grotere landbouwmachines. Dat schept een afstand.”

Druppels per plant

Afgelopen week heeft de jonge boer nog gespoten met een schimmelmiddel in de tarwe. “Vaak wordt gedacht dat we vaten vol op het land pompen. Dat is niet zo. Ik gebruik ongeveer een liter per hectare, dan heb je het over één of twee druppels per vierkante meter. We doen dat heel precies. Ik heb een computerprogramma dat mij adviseert wanneer ik het beste kan spuiten: als er geen of bijna geen wind is. We spuiten alleen maar bij optimale omstandigheden. Als het advies is dat ik om elf uur ’s avonds moet gaan spuiten, dan doe ik dat. Ik spuit echt niet als het niet nodig is.”

Akkerbouwer Onnes kent het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) niet, dat verschijnt vrijdag. Maar over de hoofdlijnen is hij niet verbaasd. Er zou, aldus het PBL, meer moeten worden ingezet op resistente rassen, gewassen die minder gevoelig zijn voor insecten en schimmels. “Ik zou dolgraag  in de teelt van tarwe gewassen hebben die resistent zijn tegen schimmelziekten. Ik zou er ook best meer voor willen betalen. Maar die rassen zijn er domweg niet. Weerbare gewassen, dat wil iedere boer.”

Onzekerheid is een probleem

Zijn pakket aan middelen voor chemische gewasbescherming ziet Onnes ondertussen wel elk jaar kleiner worden. “De onzekerheid is een probleem. De middelen worden periodiek herbeoordeeld en ik weet nu nog niet welke middelen volgend jaar niet meer zijn toegestaan. Ik wil graag de natuur ontzien, dus ik vind het prima als middelen om milieuredenen van de markt worden gehaald. Maar ik wil graag tijdig duidelijkheid, zodat ik mijn bedrijfsvoering kan bijstellen.”

Onnes heeft ook suikerbieten en in die teelt is het gebruik van neonicotinoïden aan banden gelegd, omdat dit zenuwgif het oriëntatievermogen van bijen aantast. Gevolg is dat in de bietenteelt voor de gewasbescherming wordt teruggevallen op bestrijdingsmiddelen die op het gewas moeten worden gespoten. “Ik ben op de bieten weer insecticiden gaan spuiten. Dat hebben we jaren niet hoeven doen. Dat is niet goed, want ik dood daarmee ook de natuurlijke vijanden van de plaagdieren die mijn bieten aantasten. Die wil je juist houden. Het milieu is hiermee veel slechter af. Mijn opbrengst van de bieten zal dit jaar veel minder zijn.” 

Dat doet pijn, temeer daar Onnes net twee jaar geleden samen met een buurman zo’n 50.000 euro investeerde in een bietenzaaimachine. “Die wil je natuurlijk wel graag terugverdienen.”

Hij is, uit oogpunt van bedrijfszekerheid, niet tegen een dwingend opleggen van maxima op het gebruik van landbouwgif, zoals het PBL suggereert. “Ik heb liever een limiet op gewasbeschermingsmiddelen dan al die verboden. Want dan weet ik ten minste waar ik aan toe ben.”

Lees ook:

Lees ook:

Mest barst van de chemicaliën en dat is slecht nieuws voor weidevogels

Nieuw onderzoek legt een verband tussen de afname van het aantal weidevogels en bestrijdingsmiddelen in mest, ook die van dieren op biologische boerderijen

Bayer belooft beterschap bij bestrijdingsmiddel

Het Duitse concern Bayer gaat na veel kritiek op zoek naar alternatieven voor het bestrijdingsmiddel glyfosaat

Boeren willen hun gif terug nu suikerbietplanten vol zitten met luizen

Akkerbouwers luiden de noodklok: nu neonicotinoïden verboden zijn, grijpt ongedierte zijn kans in de suikerbieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden