Milieusatelliet moet luchtkwaliteit onderzoeken, maar is zelf grote vervuiler

null Beeld esa
Beeld esa

Tropomi is het nieuwe paradepaardje van het Nederlandse ruimteonderzoek. De milieusatelliet kostte honderd miljoen en het duurde tien jaar het om hem in elkaar te knutselen. Over twee weken gaat hij eindelijk omhoog. Maar er zweeft een vuiltje in zijn kielzog: de satelliet wordt omhoog geschoten met giftige brandstof.

Joop Bouma

Meteorologen, ruimte-experts, milieuwetenschappers over de hele wereld kunnen niet wachten op het moment dat milieusatelliet Tropomi de eerste data gaat leveren, 824 kilometer boven de aarde. De hoeveelheid gegevens zal overstelpend zijn.

Als alles werkt naar behoren, wordt Tropomi de overtreffende trap van het hedendaagse milieu-onderzoek in de ruimte. Tropomi's belangrijkste opdracht is klimaatonderzoek en het meten van de luchtkwaliteit op aarde.

Op 13 oktober stuwt een oude Russische raket het geavanceerde (Nederlandse) meetinstrument vanaf Plesetsk Cosmodrome, een basis 800 kilometer noordelijk van Moskou, door de dampkring. Count down. Nog twee weken.

Koude Oorlog-raket

Tropomi maakt de reis in een SS19-raket - in de koude oorlog door de Russen gebouwd om in geval van nood kernkoppen richting het Westen te sturen. Tegenwoordig worden ze gebruikt voor lanceringen van meet-instrumenten zoals Tropomi. Het zijn opdrachten die harde westerse valuta opleveren. Het Europese ruimte-agentschap Esa, opdrachtgever van de lancering, is een goede klant van Eurockot, een firma in het Duitse Bremen die Russische ruimtetransporten verkoopt.

Vergeleken met de huidige weer- en milieusatellieten, waarvan er sommige al jaren boven de dampkring zweven, is Tropomi het neusje van de zalm. Het instrument zal straks rondjes van anderhalf uur maken om de aarde. In één etmaal kan Tropomi het volledige aardoppervlak scannen. De resolutie van de waarnemingen zal aanzienlijk beter zijn dan die van de oudere milieusatellieten.

Tropomi kan een strook aardoppervlak van 2600 kilometer lang in één keer scannen, waarbij vlakjes van zeven bij zeven kilometer nog scherp zullen worden afgebeeld. De satelliet levert straks beelden tot op het wijkniveau van steden. Voor dit meetinstrument hebben wetenschappers van TNO een zeer speciale visoog-lens ontwikkeld.

Maar nu dreigt een eigenwijze Canadese wetenschapper het feestje van de lancering te bederven. Michael Byers, professor internationaal recht aan de Universiteit van British Columbia, publiceert vandaag in een wetenschappelijk tijdschrift kritische kanttekeningen bij de lancering.

Van Byers geen kwaad woord over Tropomi zelf, alleen de manier waarop het instrument in de ruimte wordt gebracht, zint hem niet. De Russische raket die Tropomi straks omhoog brengt wordt voortgestuwd met de uiterst giftige brandstof UDMH (voor de liefhebber: asymmetrisch dimethylhydrazine), waarvan, zegt Byers, resten op de aarde terecht kunnen komen. Hij wil dat de lanceringen vanuit Rusland worden stilgelegd. Volgend jaar al staat er een nieuwe Esa-lancering gepland, ditmaal van een satelliet die door de Fransen is betaald.

Er is veel UDMH nodig voor een ruimtevlucht, ruim 82 ton. Van de 29 meter lengte die een SS19-raket telt, wordt ruim 21 meter ingenomen door brandstoftanks. Twee trappen worden onderweg afgeworpen op vooraf bepaalde hoogten. Byers zocht uit dat er bij het afwerpen van de trappen gemiddeld 5 tot 10 procent reservebrandstof in die tanks zit, bij elkaar zo'n 8 ton. De afgelopen 15 jaar zijn er zeker tien van lanceringen geweest met UDMH als brandstof.

Vrijwel alle raketfirma's in de VS, Europa en Japan zijn allang overgeschakeld op niet-giftige brandstoffen, maar de Russen (en de Chinezen) blijven het omstreden UDMH gebruiken. Met die brandstof zijn, zo meldt Byers, ongelukken gebeurd in Rusland en Kazachstan. Iedereen weet dat het toxische troep is, al zijn er nog geen studies naar de effecten van UDMH op oceanen. Werken met de brandstof is gevaarlijk: uit een onderzoek in 1999 in het Westen bleek een verhoogde sterfte aan kanker bij werknemers in de ruimtevaartindustrie die met UDMH hadden gewerkt.

Pijnlijk

Byers' kritiek zal vast niet leiden tot afgelasting van de lancering. Maar het feit dat er milieu-bedenkingen zijn bij het lanceren van een door Nederland ontwikkeld instrument dat nou net voor milieu-doeleinden is gemaakt, ligt niet lekker bij Nederlandse wetenschappers die zo lang en intensief aan Tropomi hebben gewerkt.

"Het is wel pijnlijk als er milieuschade zou ontstaan bij het in de ruimte brengen van een instrument dat milieu-data moet gaan verzamelen'', aldus Rens Waters, wetenschappelijk directeur van SRON, het Nederlands Instituut voor Ruimteonderzoek en hoogleraar in de natuurkunde van de kosmos. De astrofysicus leidde deze week een symposium van de academie van wetenschappen KNAW met als titel 'Tropomi, het Nederlandse vlaggenschip voor aardobservatie'. Waters wist op dat moment nog niet van het artikel.

Niemand van de aanwezigen kende nog het document van Byers. Op het symposium in Amsterdam raakten wetenschappers niet uitgepraat over de eindeloze mogelijkheden van Tropomi, die met zijn superlens onder meer ozon, koolmonoxide, zwaveldioxide, formaldehyde en methaan gaat monitoren, stoffen die bijdragen aan de klimaatverandering. Tropomi gaat de wetenschap, waaronder het Nederlandse KNMI, helpen bij het maken van betere weersverwachtingen, bij het voorspellen van veranderingen in de luchtkwaliteit en bij het voorspellen van zonkracht. Het grote belang van Tropomi staat buiten kijf.

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Filmpje

Boven het artikel dat Byers vandaag publiceert in Polar Record, een uitgave van de Universiteit van Cambridge, staat niet alleen zijn naam, maar ook die van zijn 17-jarige zoon Cameron, leerling aan de middelbare school van Salt Spring Island, Canada. "Cameron is erg geïnteresseerd in ruimte en raketwetenschap. Hij was het die mij attendeerde op een YouTube-filmpje dat in februari 2016 werd gemaakt op Groenland van het neerkomen van een brandstoftrap van een Russische raket. Hij alarmeerde mij ook over de giftigheid van de brandstof in die raketten. Ik heb zelf het onderzoek gedaan en het artikel geschreven."

Op dat YouTube-filmpje is met wat moeite te zien dat een afgeworpen tweede trap van een Russische raket die vanuit Rusland een satelliet voor het Europese ruimtevaartprogramma van Esa lanceerde, bij het binnendringen van de atmosfeer uiteen viel in twee delen. Die gebeurtenis werd gefilmd door een militair op Groenland, vanaf de Amerikaanse basis Thule Air Base. Wat opviel was dat één flink deel van de rakettrap die de dampkring binnenkwam, bleef hangen in de lucht en vervolgens verdween. Het andere deel (mogelijk de rakettrap zelf) viel richting aarde.

Volgens Byers kan dit er op wijzen dat de inhoud van de rakettrap, de overgebleven brandstof UDMH boven het aardoppervlak is vrijgekomen en zich verspreidde over het gebied. Hij vermoedt dat de wolk brandstof destijds is weggedreven richting Groenland en Canada.

Inuit

Volgens woordvoerder Pal Hvistendahl van Esa is dit onmogelijk: "De tweede trap verbrandt volledig bij het binnendringen van de atmosfeer. Ook de brandstof die er dan mogelijk nog in zit." Maar dat ligt mogelijk anders met de eerste trap van de raket die snel na de lancering wordt afgestoten en binnen de dampkring - dus zonder te verbranden - in de Barentszzee ten noorden van Noorwegen valt.

Hvistendahl van Esa: "Ik wil niet verhullen dat ook wij ons zorgen maken over de milieuaspecten van de lanceringen binnen ons Copernicus ruimteprogramma. Daar zijn we ook mee bezig. Daarom ook zullen we na de twee nog geplande lanceringen in Rusland, de volgende lanceringen doen vanaf Frans Guyana. Daar worden andere brandstoffen gebruikt. Maar we weten zeker dat er bij de lanceringen vanuit Rusland geen residu van de brandstof, waarvan we weten hoe giftig die is, op aarde terugkomen." Peter Freeborn, ceo van Eurockot, de firma die de lanceringen uitvoert, zegt dat ook: "Er blijft niks over van die brandstof".

Esa meldt dat de twee resterende lanceringen van de Nederlandse en Franse satellieten gewoon vanuit Rusland zullen worden uitgevoerd. Je schroeft bovendien niet zomaar een satelliet even op een andere raket, aldus de woordvoerder. Maar, de lancering van de Franse satelliet onder vlag van Esa in 2018, zal vrijwel zeker de laatste zijn vanuit Rusland, meldt het Europese agentschap. Omdat de satellieten almaar kleiner worden, zullen volgende lanceringen vanuit Frans Guyana worden gedaan, op niet-giftige brandstof.

Michael Byers vindt dat het Europese ruimtevaartagentschap Esa als opdrachtgever moet stoppen met het lanceren vanuit Plesetsk, zolang de Russen voor hun raketten UDMH gebruiken. Hij wil dat er eerst gezondheidsonderzoek wordt gedaan onder de vele Noorse vissers die hun werk doen in de Barentszzee en onder de Inuit, de inwoners van Groenland en Canada, die in het gebied leven. Ook het zeewater in de gebieden zou moeten worden onderzocht, vindt Byers. En Esa moet de Russen ervan doordringen dat ze snel moeten overstappen op andere brandstoffen, aldus de hoogleraar. Hij vindt dat de twee resterende lanceringen in Plesetsk pas kunnen doorgaan als onomstotelijk is vastgesteld dat de resten UDMH die in de poolgebieden neerkomen onschadelijk zijn voor mens en milieu.

De Canadese jurist zegt dat Nederland en ook de andere lidstaten van de Esa mogelijk het internationaal recht schenden door de lanceringen met brandstoffen die mens en milieu bedreigen. "Nederland, Frankrijk en andere lidstaten kunnen aansprakelijk worden gesteld voor de schade."

Schone ruimtevaart

André Nollkaemper, decaan en hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit van Amsterdam, vindt Byers' stelling dat Nederland, samen met andere betrokken landen, maatregelen moet nemen om schade te voorkomen, verdedigbaar. Nollkaemper deed onderzoek naar gedeelde verantwoordelijkheid van staten, onder meer bij mensenrechtenschendingen. Sinds 2011 is hij extern adviseur op het gebied van volkenrecht bij het ministerie van buitenlandse zaken. Als milieuschade door UDMH is aangetoond, dan is er volgens hem waarschijnlijk ook een gedeelde aansprakelijkheid bij landen die opdracht geven voor lanceringen. Nollkaemper wijst er op dat er ook nog veel onzekerheden zijn over de daadwerkelijke milieueffecten.

Het Nederlandse ministerie van infrastructuur & milieu, mede-financier van de Tropomi-missie, verwijst voor vragen over aansprakelijkheid naar Noorwegen. "De Noren gaan over eventuele milieuschade." En verder: "Niet Nederland maar de Esa heeft gekozen voor lancering vanuit Rusland". Ook het Nederlandse ruimtevaartagentschap NSO wijst naar de Esa: "Dit is een Europese missie. Esa geeft opdracht. Maar als één van de 22 Esa-lidstaten vinden we het belangrijk dat ruimtevaart schoon gebeurt met zo min mogelijk consequenties voor mens en milieu. Daarom steunen we ook het programma van Esa, dat tot doel heeft ruimtevaartactiviteiten van lancering tot einde van de missie zo schoon mogelijk uit te voeren", aldus woordvoerder Jasper Wamsteker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden