'Mijn angst is: slaan wij niet door?'

null Beeld

De regels zijn te soepel: Tata Steel in IJmuiden houdt emissierechten over, meldde Natuur en Milieu onlangs. Het staalconcern is het zat en geeft weerwoord. 'Je moet reëel zijn.'

INTERVIEW | Janne Chaudron

Tegen een helblauwe lucht kringelen de rookwolken omhoog. Ze zijn afkomstig van de twee hoogovens op het terrein van Tata Steel in IJmuiden. Die zijn via een buizenconstructie die dwars over het terrein loopt, verbonden met tientallen staalfabrieken.

Op dit terrein van het Indiase Tata Steel, wordt ieder jaar zeven miljoen ton staal geproduceerd. Er staan 17 fabrieken, er werken ruim 9.000 mensen en het is in omvang net zo groot als de gemeente Bussum.

Het terrein en de staalsector zijn omstreden. Dat is niet terecht, meent Evert Castelein, hoofd Energie bij Tata Steel in IJmuiden. "Als jullie een negatief verhaal over milieu en industrie willen neerzetten, pakken jullie automatisch een foto van ons. Maar wij doen ontzettend veel dingen heel goed." Castelein noemt als voorbeeld de doekfilters die het bedrijf installeerde op haar fabrieken in IJmuiden na een uitzending van 'Zembla' in 2009. Die zond een documentaire uit over het aantal gevallen van longkanker in de omgeving dat hoger lag dan het landelijk gemiddelde.

Een ander heikel thema betreft de CO2-uitstoot. De staalsector wordt regelmatig op de vingers getikt door milieugroeperingen. De kritiek: de industrie is zeer vervuilend, en wordt gematst door Europese overheden. Die zouden volgens de milieugroeperingen stelselmatig te veel emissierechten toebedelen aan de industrie. Die rechten hebben staalbedrijven in Europa sinds 2005 nodig om broeikasgassen uit te stoten. Deze maken onderdeel uit van het European Trading Scheme (ETS), een handelssysteem waarmee de Europese Unie de CO2-uitstoot binnen Europa aan banden probeert te leggen.

Maar, zo luidt het argument van milieugroeperingen, het systeem genereert een verkeerde prikkel. Er zijn momenteel zoveel CO2-rechten van zo'n 17 euro per stuk in omloop dat de vervuilende industrie een overschot heeft. Sterker nog: de vieze bedrijven zoals olie- en staalconcerns verkopen de rechten door en worden er zelfs stinkend rijk van.

Een verkapte subsidie, zo luidt het commentaar van Natuur en Milieu. In een rapport zette de milieuorganisatie nog eens op een rijtje welke Nederlandse bedrijven de meeste emissierechten overhouden. Conclusie? Tata Steel zou vorig jaar 44 procent meer rechten hebben ontvangen dan het heeft uitgestoten. Daarmee is het staalconcern koploper in de lijst die Natuur en Milieu opstelde.

De maat is nu vol, zo dachten ze bij Tata Steel in IJmuiden. Het bedrijf heeft genoeg van de imagobeschadiging door ngo's zoals Natuur en Milieu en andere maatschappelijke groeperingen. Nadat de meeste media, ook deze krant, het bericht van Natuur en Milieu hadden overgenomen, hing een boze voorlichter de volgende dag aan de telefoon: de cijfers zijn onjuist.

Inmiddels heeft Natuur en Milieu de cijfers gerectificeerd en de fout deels toegegeven. Tata Steel staat in de lijst van de milieuorganisatie nu op plaats vier. Castelein legt op het kantoor in IJmuiden uit wat er mis is gegaan en waarom de staalsector in zijn ogen onterecht met kritiek wordt overladen.

"Het heeft te maken met de toewijzing van de emissierechten. Dat werkt als volgt. Bij het reduceren van ijzererts, dat nodig is om het ijzer te maken, komen naast CO2 ook zogenoemde restgassen vrij. Die zou je kunnen gebruiken om een oven mee te stoken, maar je kunt er ook elektriciteit mee opwekken. Dat doet Nuon voor ons. Toen het emissiehandelssysteem in 2005 werd ingevoerd was keer op keer de discussie: wat doen we met die restgassen? De uitkomst van die discussie is dat wij alle rechten toebedeeld krijgen, ook die voor het restgas.

"Maar Nuon rapporteert over de emissies die vrijkomen bij het verbruiken van dit gas. Je ziet dan in de statistieken dat Nuon meer uitstoot dan de rechten die ze krijgen en bij ons treedt het omgekeerde effect op. Maar dat levert een vertekenend beeld op. Wij hebben het namelijk met de overheid zo geregeld dat Nuon een deel van de rechten van ons ontvangt, zo'n vier miljoen rechten, omdat zij het restgas gebruiken. Natuur en Milieu heeft bij haar berekening niet met alle Nuon-installaties rekening gehouden. En dan zie je een enorm overschot aan rechten bij ons."

Natuur en Milieu houdt vol dat deze zogenoemde deal vertrouwelijk is en niet te controleren. Uiteindelijk meldt zij in het rapport dat Tata Steel in 2010 tien miljoen euro aan rechten heeft overgehouden. Maar ze is er nog steeds van overtuigd dat het bedrag in werkelijkheid hoger ligt, omdat Natuur en Milieu denkt dat jullie veel meer rechten aan Nuon geven dan je zou verwachten op basis van de emissies die vrijkomen bij de verbranding van afvalgassen.

"Ik heb moeite met het woord vertrouwelijk. Het is deels een commerciële deal die we met Nuon hebben gesloten. We hebben inderdaad een verschil van mening over het aantal rechten dat Tata Steel overhoudt. Wij zeggen 624 en Natuur en Milieu zegt 950. Besef dat we deze rechten overhouden omdat we, vanwege de financiële crisis, minder geproduceerd hebben dan de bedoeling was. Begrijp me goed: ik had liever geproduceerd."

Toch is de kritiek van Natuur en Milieu niet nieuw. De staalsector zou te veel rechten toebedeeld krijgen van nationale regeringen, hij zou tot 2023 genoeg over hebben om straffeloos CO2 te blijven uitstoten. Het wordt op die manier niet geprikkeld om te verduurzamen.

"Wij hebben inderdaad rechten overgehouden. Ik denk genoeg voor een half jaar. Die bewaren we voor begin 2013. In dat jaar wordt het systeem door de EU aangescherpt. Dan komen we ieder jaar, let wel, twee miljoen rechten tekort. Omdat de rechten schaarser worden, zal de prijs stijgen. Sommige mensen beweren dat die wel kan oplopen tot 50 euro per recht. Dat kost ons zo'n honderd miljoen euro per jaar. Zonde. Want dat geld kan ik niet investeren in de ontwikkeling van nieuwe, duurzame technologie."

Tata Steel ziet de aanscherping van het Europese handelssysteem met angst en beven tegemoet. Volgens Castelein kan dit de staalsector binnen Europa behoorlijke schade toebrengen. Hij is van mening dat de productie nog meer zal verschuiven naar landen als China en India. Daar waar het productieproces van staal pas echt veel CO2-uitstoot met zich meebrengt. Hij laat een plaatje zien waaruit af te lezen is dat Tata Steel in IJmuiden relatief weinig CO2 uitstoot (1,75 ton per ton geproduceerd staal) en bij de top in de staalsector hoort. Volgens Castelein betekent het nieuwe systeem het einde van de staalindustrie in Europa en dan lijkt een economie met minder broeikasgassen ineens heel ver weg.

Bedrijven wijzen altijd op hun concurrentiepositie. Want de Chinezen en de Indiërs produceren goedkoper en hebben geen last van heffingen op CO2-uitstoot. Is dat niet een beetje kinderachtig? Moet je niet als Europa zeggen: wij gaan het doen?

"Je moet duurzame innovatie stimuleren, maar je moet het niet zover doordrukken dat er voor bedrijven geen toekomst meer is in Europa. Het gaat niet om minder CO2 produceren in Europa, het gaat erom dat je een duurzame economie wereldwijd krijgt. Als ik hier niet kan groeien, waarom zou ik hier dan investeren? En als ik hier niet kan investeren, heb ik hier geen toekomst meer."

In China, Australië, de Verenigde Staten; in alle grote industrielanden wordt gepraat over een soortgelijk systeem.

"Gepraat, ja. Zelfs in Australië, daar waar de plannen het verst gevorderd waren, is het niet gelukt om het systeem in te voeren. Ook in de VS staan de plannen voorlopig in de ijskast. Waarom moet Europa dan zover vooruit lopen? Wat voor schade brengt dat toe aan de industrie? Mijn angst is: gaan we niet doorslaan? Daarom onderzoeken we samen met de staalbedrijven in Europa of we de nieuwe regels voor de staalindustrie juridisch kunnen aanvechten bij het Europese Hof."

Wat is uw oplossing?

"Je moet wereldwijde afspraken maken. Dat hebben we geprobeerd. We wilden met elkaar een norm afspreken. De grens lag bij twee ton CO2-uitstoot per ton staal. Maar die afspraken zijn mislukt. China wilde niet. Zij zeggen: jullie hebben jarenlang van deze planeet geprofiteerd. Nu komen wij kijken, en nu mogen wij groeien. Daar kom je niet uit."

Dan lijkt het logisch dat de Europese politiek het oppakt. Kennelijk lukt het niet op wereldniveau.

"Nee, dat moet je anders zien. Stel dat ik morgen de capaciteit kan verdubbelen waardoor drie slechte fabrieken in de wereld kunnen sluiten. De totale CO2-uitstoot kan dan met tien miljoen ton naar beneden, maar de uitstoot in Nederland gaat omhoog. Dan moet je dat doen. Dan moet hier geen ngo komen met het verhaal: je stookt te veel CO2."

Maar dat is geen antwoord op de vraag: hoe moet het dan wel?

"Een voor de hand liggend alternatief voor het emissiehandelssysteem was de CO2 -belasting. Die is er uiteindelijk niet gekomen omdat het onmogelijk bleek die in te voeren. Maar wij vonden dat een leukere. Dan leg je het niet neer bij de producent, maar bij de consument die de vraag beïnvloedt. We willen namelijk allemaal een auto, een espressoapparaat, een huis en ga zo maar door. Die moeten duurzaam geproduceerd zijn, maar mogen niet te veel kosten. In Nederland loopt iedereen te hoop tegen de grote industrie. Maar je moet reëel zijn. Het is namelijk niet zo dat als we alles van kunststof gaan maken, er minder broeikasgassen de lucht worden ingeblazen."


Proef voor duurzame staalproductie

In IJmuiden wordt geëxperimenteerd met een meer duurzame productie van staal. In 2009 startte op het terrein van Tata Steel een proefproject Hisarna genaamd, dat in totaal zo'n 20 miljoen euro kost. Uiteindelijk kan er 20 tot 80 procent CO2 gereduceerd worden met deze techniek.

Hoe werkt het? Om het smeltproces bij de reguliere ijzerproductie mogelijk te maken moeten de kolen, een belangrijke grondstof voor de productie van staal, in een speciale fabriek verwerkt worden tot zogenoemde cokes. Hetzelfde geldt voor het ijzererts. Dat wordt bewerkt tot sinters - grote brokken gebakken ijzer. De twee componenten worden heel heet gebakken (1800 tot 2000 graden Celsius) waaruit zuiver ijzer wordt geproduceerd.

Bij de nieuwe techniek worden de twee stappen met de cokes en de sinters overgeslagen. Vooral bij de cokesproductie komen veel afvalgassen en CO2 vrij. Daar valt dus veel te besparen. In de Hisarnafabriek wordt gebruikt gemaakt van kolen die van tevoren worden verhit. Het ijzererts wordt fijn gemalen tot een soort poeder. Het ijzererts wordt gereduceerd in een cycloon. Het zuivere ijzer wordt vervolgens gescheiden. Voordeel van de nieuwe techniek is dat er zuiver CO2 vrijkomt, zonder restgassen. Dat is gemakkelijker op te slaan en milieuvriendelijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden