‘Met pindaslingers, een vetbol en nestkastjes gaan we de natuur echt niet redden’

Peter Bulsing fotografeerde jarenlang stadsinsecten, en zag hun aantallen onder zijn ogen afnemen. Beeld Peter Busling

Als de nieuwe president van Brazilië een versnelde ontbossing van het Amazonegebied aankondigt, is de wereld te klein. Maar over het razendsnelle verlies van natuur in de achtertuin, lijken weinigen zich echt druk te maken. Dat moet veranderen, vindt natuurbeschermer Peter Bulsing.

Het gaat zo sluipend, hè. Je hebt het niet in de gaten.” Peter Bulsing uit Haarlem publiceerde vorig jaar een boek over een bewustere manier van tuinieren, met oog voor alle organismen in het groen, ook de kleinste, de haast onzichtbare. In zijn boek staan tientallen foto’s van insecten, opnamen die hij zelf maakte door de jaren heen. Toen hij drie jaar terug aan dat boek begon, kon hij veel van de soorten die hij eerder fotografeerde niet meer terugvinden. “De dramatische afname van het aantal insecten is onder mijn ogen gebeurd”, zegt hij nu.

Bulsing is kortgeleden afgezwaaid als gemeenteambtenaar in Haarlem, hij werkte bijna twintig jaar in de natuur- en milieueducatie. “Ik heb de kwaliteit van de natuur in de stad terug zien lopen.”

Het groenbeheer van plaatselijke overheden deugt niet, vindt hij. Niet alleen in Haarlem, ook in veel andere Nederlandse steden. Samen met twee stadgenoten pleit hij voor een veel dier- en plantbewuster groenbeleid. In Haarlem lijkt hun eerste succes al bereikt: de gemeenteraad debatteerde gisteravond over de aanstelling van een stadsecoloog. De vorige nam zes jaar geleden afscheid en werd niet opgevolgd.

Met pindaslingers, vetbolletjes, nestkastjes, bijenhotels en geveltuintjes zullen we de afname van soorten niet op tijd remmen, zeggen Bulsing en zijn medestrijders Frank Zoontjes (tuinadviseur) en Roland Brakel (ecologisch hovenier). Er is veel meer nodig. De drie hebben de adviesgroep Ecologisch Toch opgericht, om gemeenten op een groener spoor te zetten. Het fanatiek maaien van bermen en gazons volgens vaste schema’s en het ongebreideld snoeien en verwijderen van struweel moet stoppen, vinden ze.

Eenzijdig

In het onderhoudscontract dat de Haarlemse groenbeheerder Spaarnelanden met de gemeente sloot staat dat het groenbeheer gericht moet zijn op ‘een goede beeldkwaliteit’. Ofwel het stadsgroen moet er goed verzorgd uitzien. Dat is geen beleid waarmee de biodiversiteit in de stad wordt bewaard, vinden de drie campagnevoerende Haarlemmers.

Ze willen dat plaatselijke overheden ecologen aanstellen om te zorgen voor groenbeheer waarbij vooral insecten weer een kans krijgen. “Zoals het nu gaat, gaat het fout. Hier moet snel verandering in komen”, aldus Zoontjes.

Overheden zijn best duurzaam bezig, maar ze richten hun aandacht volgens Bulsing eenzijdig op de energietransitie, op zonnepanelen en woningisolatie. De natuur komt er in het stedelijke gebied bekaaid af. “Het gaat veel over klimaatverandering en veel minder over de organismen waarmee we ons ecosysteem delen”, zegt hij. “Wij kunnen niet zonder de natuur, maar we zien dat dit systeem instort. En dat is niet iets van de afgelopen jaren, het is al heel lang gaande. Wij zijn de planeet gaan misbruiken. Er is altijd al wel invloed van de mens geweest op het landschap, maar wat er nu gebeurt is echt extreem.”

Maaien na de bloei

Bulsing hekelt de gangbare praktijk, in veel gemeenten, van het maaien na de bloei. Dit gaat, zegt hij, ten koste gaat van eieren en larven van insecten. “Je richt een enorme slachting aan onder insecten, terwijl het juist die dieren zijn die beter beschermd moeten worden. Die insecten zijn belangrijk in de voedselketen, want als die basislaag vernietigd wordt, stort het systeem in.”

Er zijn wetenschappelijke aanwijzingen dat insecten meer naar de stad trekken, omdat het agrarisch gebied ze nauwelijks nog levenskansen biedt. “Wij moeten die insecten met open armen ontvangen. Dan moet je dus anders met je groen omgaan. Dan moet je niet om de paar weken gaan maaien. Schoon en netjes gaan hier ten koste van de biodiversiteit.” Volgens Bulsing moet er in Nederlandse dorpen en steden een groene infrastructuur komen van soortenrijk inheems groen: kruiden, heesters en bomen. “Niet langer dat onzinnige gezaag en gesnoei in de houtgewassen.”

Bont blaaskaakje. Beeld Peter Bulsing

Zoontjes: “Wij willen de hakken in het zand zetten. We hebben passie voor de natuur. Met onderzoek en lobby willen we draagvlak vinden voor ander groenbeleid in het stedelijk gebied.” 

De drie hebben de Wageningse emeritus hoogleraar ecologie Frank Berendse aan hun zijde. Ook hij ziet dat nogal veel steden bij voorkeur een cosmetisch groenbeheer nastreven: het moet er allemaal netjes een aangeharkt uitzien in de stad.

Grachtenmuren

Berendse: “Het verschilt erg per stad. Er zijn ook goede uitzonderingen. Toevallig weet ik dat in Amersfoort veel aandacht is voor natuur in de stad. Daar doen ze veel aan het vergroten van de biodiversiteit, met vlinderplanten in hofjes en begroeiing van grachtenmuren. Met simpele aanpassingen kunnen gemeenten ruimte maken voor vlinders en wilde bijen. Ik denk dat er in steden als Haarlem veel winst valt te boeken, al was het maar door de verstening van de openbare ruimte terug te dringen.”

Bulsing hoopt dat het publiek insecten wat minder snel zal zien als plaagdiertjes die bestreden moeten worden. “We maken ons – en terecht – druk over plastic in zee, over de kwaliteit van lucht en bodem, dat is goed. We doen er alles aan om die vervuiling te bestrijden. Maar in feite zijn we bezig de kooi schoon te maken, terwijl we vergeten de dieren eten te geven.”

Graslanglijfje. Beeld Peter Bulsing

Bij de gemeente Haarlem valt het pleidooi van de drie in goede aarde. In Haarlem is, zoals in veel gemeenten, de uitvoering van het groenbeleid buiten de ambtelijke organisatie geplaatst. “Wij zijn het niet oneens”, zegt Margo Slot, beleidsmedewerker openbaar groen bij de gemeente. “Ook wij praten al langer over het ecologische groenbeheer en wat er anders zou moeten, zoals verbetering van de ecologische verbindingen tussen groene gebieden. Het klopt dat in beheersovereenkomsten nog vaak het accent ligt op beeldkwaliteit. Het uitgangspunt behoort ecologische kwaliteit te zijn.”

Maar kiezen voor ecologische kwaliteit kan niet overal, zegt Slot ook. “Er zijn groengebieden die we met het oog op de recreatie anders moeten beheren. Het heeft ook met de beleving van inwoners te maken. Communicatie is belangrijk. Als gemeente wil je ook niet dat burgers je gaan bellen met de vraag: waarom zijn jullie ons plantsoen aan het verwaarlozen?”

Peter Bulsing: De (be)leefbare tuin, Uitgeverij Loutje, 416 pagina’s, 29,95

Lees ook: 

De stad is een bruisend laboratorium voor plant en dier

Steden herbergen een rijk scala aan dieren en planten. De mens speelt een belangrijke rol in de evolutie ervan. Menno Schilthuizen schreef er een boek over.

Minister maakt zich zorgen over insectensterfte

Minister Carola Schouten (Landbouw) wil onderzoek naar de toestand van de insecten in het agrarisch gebied. Ze maakt zich zorgen over studies die aantonen dat het aantal hard afneemt.

Samenleving komt zelf in actie om dieren en planten te redden

Negentien maatschappelijke organisaties presenteerden een alomvattend plan om te voorkomen dat dier- en plantsoorten verdwijnen. Het eerste actiepunt: voorlichting. Als mensen eerst maar weten hoe erg het gesteld is, komen ze wel in actie. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden