Op stadsexpeditie met Menno Schilthuizen in stadstuin Slatuinen, in de Amsterdamse Baarsjes.

ReportageStadsexpeditie

Met inwoners op zoek naar wat bloeit, kruipt, vliegt en zwemt in een Amsterdamse natuurtuin

Op stadsexpeditie met Menno Schilthuizen in stadstuin Slatuinen, in de Amsterdamse Baarsjes.Beeld Patrick Post

Na de vondst van twee nieuwe soorten in het Vondelpark, licht insectenkenner Menno Schilthuizen nu verschillende urban jungles in Amsterdam door.

Monica Wesseling

Amsterdam is oorver­dovend en onrustig als altijd. Trams tingelen, automobilisten toeteren ongeduldig, scooters scheuren en een gettoblaster staat op standje gehoorschade.

Maar dan is daar die groene poort met dat bordje ‘Natuurtuin’ als mooie, impliciete belofte. De poort door. De wereld valt stil. Niets dan wat zacht gemompel. Gemurmel van sluipende lieden, van vrouwen met een netje, van mannen starend in een minivijver en serieus kijkende heren op leeftijd achter een microscoop. En tussen al die sluipers, staarders en kijkers loopt een man aanwijzingen te geven. “Daar is nog een potval op te graven. Lukt dat?” En ja hoor. “Die kever kun je opzuigen. Bekijken we straks onder de ­microscoop wel beter.”

Menno Schilthuizen, hoogleraar kenmerkevolutie en biodiversiteit aan de Universiteit Leiden, heeft het kriskras door de kleine tuin lopend knap druk. Voor de vierde dag op rij helpt hij een groepje vrijwilligers om in een kleine week ongewervelden te verzamelen in de tuin. Doel is zoveel mogelijk soorten springstaarten, pissebedden, miljoen- en duizendpoten, aardvlooien, regenwormen, kevers, mijten, wantsen en wat dies meer zij te determineren en zo een indruk te krijgen van de biodiversiteit van de 5000 vierkante ­meter grote natuurtuin.

Menno Schilthuizen in stadstuin Slatuinen. Beeld Patrick Post
Menno Schilthuizen in stadstuin Slatuinen.Beeld Patrick Post

Een indruk, want niet alleen zijn de ongewervelden slechts een onderdeel van de ­totale natuurlijke rijkdom (wel een groot onderdeel), de deelnemers zijn vrijwel allemaal leken. Schilthuizen: “Als we hier met kenners zouden zoeken, zouden we vermoedelijk tot zo’n duizend soorten komen. De teller staat nu op dik 180 soorten. Geen gek resultaat, lijkt me.”

De concentratie en inspanning zijn er ook naar, in elk geval op dit moment. De koppen koffie en thee staan onaangeroerd op een tuintafel koud te worden, de kaas tussen een paar boterhammen wordt almaar zachter en je mag blij zijn dat niemand voor hagelslag koos.

Natuurlijke rijkdom ook dicht bij huis te vinden

Schilthuizen vertelt ‘hoe het zo gekomen is’. Als eigenaar van het­ bedrijfje Taxon Expeditions organiseert hij expedities naar verre oorden als Borneo. Tijdens die reizen gaan leken met hem op zoek naar ongewervelden in de hoop nieuwe soorten te ontdekken. Om duidelijk te maken dat natuurlijke rijkdom ook dicht bij huis te vinden is, organiseerde hij verleden jaar bij wijze van stunt een expeditie in het Amsterdamse Vondelpark. De hoogleraar en vooral ook entomoloog Schilthuizen: “En ja hoor, we vonden twee voor de wetenschap nieuwe soorten. Een sluipwesp (Aphaereta vondelparkensis) en een kever (Ptomaphagus thebeatles).

De expeditie viel in de smaak bij de gemeente. Stadsecoloog Geert Timmermans: “We voeren in Amsterdam een ecologisch groenbeheer en proberen inwoners te bewegen tot de aanleg van meer (klein) groen. De vraag is natuurlijk wat voor effect dat heeft op de biodiversiteit. En dus hebben we Taxon Expeditions gevraagd een aantal stedelijke parken en kleinschalige, door bewoners beheerde, urban jungles samen met inwoners te inventariseren.”

Groene krabspin Beeld Peter Koomen/Taxon Expeditions
Groene krabspinBeeld Peter Koomen/Taxon Expeditions

Begin dit jaar is de Wilmkebreekpolder al gedaan – ook daar bleek de Aphaereta vondelparkensis rond te vliegen –, het Diemerpark staat in de planning. Uiteindelijk wil de gemeente negentien groengebieden in kaart laten brengen. Ter lering van de stadsecologen én om de burgers meer groenbewust en groenlievend te maken.

Zeldzaamheden zijn nog niet gevonden hier, in de natuurtuin aan de Slatuinen, een naam die herinnert aan lang geleden, toen dit deel van Amsterdam nog onbebouwd en in gebruik als moestuin was. Al is de vondst van de satijnlichtmot wel verheugend en zegt de gevonden groene krabspin – bewoner van loofhout – wel iets over de kwaliteit van het ‘bos’, waaruit de natuurtuin grotendeels bestaat.

Haastig komt een jongetje aangelopen. Trots toont hij zijn schepnetje met erin zo te zien een waterkever. Schilthuizen prijst hem en het kind holt terug naar een klein poeltje.

Op stadsexpeditie in stadstuin Slatuinen. Beeld Patrick Post
Op stadsexpeditie in stadstuin Slatuinen.Beeld Patrick Post

Terwijl de zomer nog steeds victorie kraait, blijft in het tuinhuis een man onverstoorbaar door een microscoop turen naar een glazen schaaltje vol dode insecten. Enkele dagen ervoor hebben de deelnemers samen met Schilthuizen potvallen ingegraven; vallen waar insecten, gelokt door kaas of vlees, in tuimelen en door de aanwezige conserveervloeistof het loodje leggen. Vanmorgen zijn de vallen geleegd om de ongewervelden te determineren. Gevraagd of hij enig idee heeft waar hij naar kijkt, antwoordt hij ietwat beschroomd: “Nee, eigenlijk niet. Kan inmiddels wel een springstaart van een duizendpoot onderscheiden, maar veel verder kom ik nog niet. Maar ach, het is sowieso leuk om al die beestjes onder de microscoop te bekijken.”

Natuurtuin Slatuinen

De natuurtuin aan de Slatuinen is jaren geleden door bewoners ingericht. Het 5000 vierkante meter omvattende terrein is van de gemeente. Omdat de stad dit soort initiatieven toejuicht, ging ze akkoord met overname van het beheer.

Dat werk valt nogal mee. Een groepje vrijwilligers (niet alleen uit de buurt) houdt de paden vrij, snoeit om te sterke bosvorming te voorkomen en onderhoudt het tuinhuisje. Een voor twee dagen per week betaalde beheerder houdt zich bezig met een educatief programma voor scholieren.

De tuin is elke zondag van 11 tot 16 uur en tot en met ­september op donderdag van 9 tot 17 uur te bezoeken. De ingang is naast Slatuinenweg 45 in Amsterdam.

Voorzien van een mondkapje komt een kenner de enthousiasteling verder onderwijzen. Afgezien van Schilthuizen zijn er meer echte specialisten ingevlogen, en langzaam maar zeker wordt de ‘kudde’ insecten in het petrischaaltje onderverdeeld in kevers, springstaarten, duizendpoten, mijten, pissebedden, miljoenpoten en spinnen. Specialisten zullen later die dag de dieren op naam brengen.

Verscholen tussen het groen staat een vrouw wild en duidelijk als een beginneling met een netje in de lucht te meppen. Steeds opnieuw kijkt ze er hoopvol in. Niets. Ze zwaait en zwaait; door de planten, boven de vegetatie, in de lucht en het wilde weg. Niets niets niets. ­Onder een blad zitten vier wantsen op een kluitje. Als ik wants was, zou ik het wel weten. Gniffelen en genieten...

Lees ook:

Op zoek naar krioelende beestjes in het Vondelpark

In het drukste stadspark van Nederland zoeken onderzoekers en vrijwilligers naar nieuwe insectensoorten.

Iedereen kan Darwin zijn, bewijst de ontdekking van zes nieuwe kevers

Gewone burgers mogen met wetenschappers mee op expeditie op zoek naar nieuwe planten en dieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden