HuisdierWandelende tak

Met een wandelende tak heb je een half biologieboek in een oud aquarium zitten

Wie heeft er niet ooit een wandelende tak als huisdier gehad? Van alle diersoorten die men in huis kan houden, is de wandelende tak wellicht het eenvoudigst te verzorgen. Een kind kan de tak doen. Veel kinderen doen dat dan ook – zelf was ik ooit ook zo’n kind en hield ik een aantal takken in een tot takkenterrarium gepromoveerd afgedankt aquarium. 

Een afmeting van 40x25x25 voldoet al als huisvesting voor de meest gehouden soort, de gewone of Indische wandelende tak, Carausius morosus. Het zijn strikte vegetariërs, ze eten blad. Met verse takken liguster, braam of klimop – vooral dat laatste is het hele jaar overal te vinden – zijn ze prima in leven te houden. Rommel maken ze niet, wat droge keuteltjes ter grootte van een speldenknop en af en toe een vervelletje, meer is het niet.

Het leukste van wandelende takken is dat je er een aantal basale biologische begrippen aan kunt waarnemen, zoals het bestaan als nachtdier, het fenomeen mimicry, en de parthenogenese. Je hebt dus meteen een half biologieboek in een oud aquarium zitten.

Overdag zit er weinig pit in

Dat ze nachtdieren zijn, betekent dat er overdag weinig pit in zit; ze hangen loom aan de blaadjes of aan het gaasdeksel waarmee hun detentiecentrum is afgedicht. Wie ze actief wil zien, moet er ’s nachts even uit; dan lopen ze wat heen en weer en knagen aan hun bladeren. Soms, ook overdag, kunnen ze elegant heen en weer wiebelen. Naar verluidt is dat om de suggestie te wekken dat ze een takje zijn dat in de wind heen en weer wiegt.

 Het is deel van hun camouflagetactiek, die natuurlijk vooral tot uiting komt in hun lichaamsvorm. Mimicry heet dat, wanneer dieren een uiterlijk bezitten dat doet denken aan een tak, een boomblad, een doorn of een vogelpoepje. Ze gaan op in hun omgeving en zijn veilig voor hongerige vogels en andere roofdieren. De insectenorde der Phasmatodea, waar de takken toe behoren, heeft zich hier in gespecialiseerd; behalve de wandelende takken behoren ook de wandelende bladeren tot deze orde. Die mimicry werkt prima, ik herinner me dat ik soms lang moest zoeken voor ik al mijn stilzittende takken tussen de klimop had gespot.

En het zijn allemaal vrouwtjes. De wandelende tak heeft het seksleven afgeschaft, de dieren leggen eitjes zonder dat daar een bevruchting aan te pas komt. Het zijn dus eigenlijk allemaal klonen van elkaar. Maagdelijke voortplanting heet dat, ofwel parthenogenese. De eitjes zijn iets groter dan een maanzaadje en kunnen er maanden over doen voor ze uitkomen. Maar dan heb je ineens minuscule ieniemienietakjes in je terrarium.

In 2008 werd op Borneo een nieuwe wandelendetakkensoort gevonden; Phobaeticus chani mat 56,7 centimeter met gestrekte poten (zonder die poten was het lijfje nog altijd bijna 35,7 centimeter lang). Het beestje gold toen als het langste insect ter wereld, maar dat record werd in 2016 overtroffen door een Chinese wandelende tak die 64 centimeter lag was. Deze Phryganistria chinensis is nu dus recordhouder. Voor een gemiddeld Nederlands kinderkamerterrarium is dat wel wat aan de lange kant.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt, tijdens de coronacrisis schrijft hij over huisdieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden