Duurzame 100

Mensenrechten zijn nog altijd een ondergeschoven kindje

Gemma Crijns stond tot haar verbazing twee keer in de Duurzame 100.Beeld Patrick Post

Hoe kijken mensen terug op hun plek in de Duurzame 100? Gemma Crijns, op de lijst in 2009 en 2010, stond aan de wieg van het begrip ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Het schiet niet erg op, vindt ze. De vijfde en laatste aflevering in een serie in de aanloop naar de Duurzame 100 van dit jaar.

Stomverbaasd was ze, toen ze hoorde dat ze in de Duurzame 100 stond. Op plek 93 kwam Gemma Crijns in 2009 de lijst binnen, het jaar daarna klom ze naar nummer 69 om er daarna weer uit te verdwijnen. Haar verwondering is verklaarbaar. Crijns’ specialiteit is mensenrechten, een taai onderwerp dat naar haar smaak te weinig aan de orde komt als het over duurzaamheid gaat.

Het is tevens een punt van kritiek op de Duurzame 100. “Maar ik was ook blij dat ik erin stond”, vertelt ze in Filmmuseum Eye in Amsterdam-Noord, dichtbij haar huis. “Je bent dan toch iemand die boven het maaiveld uitsteekt. Dat helpt wel.” Crijns was al bijna met pensioen toen ze in de Duurzame 100 terecht kwam. Begonnen als huisarts stapte ze in de jaren tachtig in een andere wereld door bij mensenrechtenorganisatie Amnesty International te gaan werken.

Dialoog

Daar zocht Crijns de dialoog met multinationals. “Zij werkten in de landen waarover wij onze zorgen hadden. Dus ik ging ze schrijven en wilde met onze landenrapporten langskomen.” Dat mocht bij veel bedrijven. “Het waren rare gesprekken. Ik kwam daar niet om te zeggen: jullie doen het niet goed. Daar hadden we helemaal geen informatie over, wij maakten landenrapporten. Maar ik wilde wel weten: wat doen jullie? Hoe gaan jullie om met vakbondsactivisten binnen je bedrijf? Hoe gaan jullie om met de ervaringen van de Nederlandse werknemers in het buitenland? Iemand vertelde dat hij in China een publieke executie had gezien. Wat moet je daarmee?”

Het ging vooral om bewustwording, zegt Crijns, die zich geen illusies maakte. “Onze rapporten zullen wel in het ronde archief beland zijn, maar het ging erom dat bedrijven beseften dat ze invloed konden uitoefenen.” Op het pad van de dialoog ging Crijns verder, ze zette een ronde tafel op met het bedrijfsleven. “Toen was ik de gebeten hond bij onze traditionele achterban: wat is Amnesty aan het doen? Ik wilde kijken wat je tot stand kon brengen.”

Zo werd Crijns een van de grondleggers van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ in Nederland. Ze richtte een platform op waaraan vakbonden en andere maatschappelijke organisaties meededen, om de overheid te overtuigen in beweging te komen. “De overheid stond toen nog buitenspel. Die was zeer terughoudend. Zoeken jullie het maar samen uit, was de houding. Schoorvoetend pakte de overheid de handschoen op.”

Zo is in de jaren negentig het begrip ‘MVO’, maatschappelijk verantwoord ondernemen, ontstaan. Crijns werd directeur van het Instituut voor Bedrijfsethiek aan Nyenrode. “Door mijn contact met bedrijven merkte ik dat het opleiden van toekomstige managers heel belangrijk was. Dat was heel leuk om te doen.”

Jammer genoeg stortte daarna de commercie zich op het begrip ‘duurzaamheid’, constateert Crijns terugkijkend. “Het hele mensenrechtenverhaal, dat verbonden was met maatschappelijk verantwoord ondernemen, raakte daardoor ondergesneeuwd. En nog steeds is het onderbelicht. Er zijn weinig rapporten die het handelen van bedrijven onderzoeken. Het is ook te veel, te ingewikkeld.”

Confrontatie

De zestien ontwikkelingsdoelen die de Verenigde Naties hebben geformuleerd, leiden ook nog eens de aandacht af van het onderwerp mensenrechten, vindt Crijns. “Hoezo is het recht op water een mensenrecht? Het gaat om de lichamelijke integriteit: niet martelen, moorden, onderdrukken. Ik zie de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten dezelfde weg gaan als de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens: ze zullen buiten beeld raken.”

Hoewel ze van de dialoog is, ziet Crijns de noodzaak van actievoeren. “Er is te weinig vooruitgang geboekt. De ngo’s zitten te dicht tegen de bedrijven aan. Daar heb ik zelf aan meegewerkt, ik pleit mezelf niet vrij.” Uiteindelijk komt Crijns tot de conclusie dat de overheid nodig is om bedrijven verantwoord te laten ondernemen. “Wat het beste werkt, is wetgeving. Met het klimaatakkoord zie je dat de overheid eindelijk het initiatief naar zich toe heeft getrokken. Dat zou ook rond andere thema’s moeten gebeuren, zoals de bestrijding van kinderarbeid. Dat zul je met overheden gezamenlijk moeten aanpakken. Maar die hebben nu andere dingen aan hun hoofd.”

Ze is ontevreden over de vooruitgang, maar wel hoopvol, zegt Crijns. De enkele adviesfunctie die ze nog had, heeft ze achter zich gelaten. Ze is nu onder meer vrijwilliger bij de Amsterdamse Nicolaaskerk en mantelzorger voor een vriendin. “Ik geloof in individuen. Ik ben ook kerkwacht. Er komen zoveel mensen de kerk binnen, met allerlei achtergronden. Daar heb je dan een gesprek mee. Dat is mooi.”

Lees ook:

In de glazen bol van de Duurzame 100

Kopstukken uit de Duurzame 100 deden mooie beloftes en tekenden duurzame vergezichten. Wat is daarvan terechtgekomen in de afgelopen jaren?

Alles over de Duurzame 100

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden