Meer vogels verdwijnen uit de stadsnatuur

Een slechtvalk. Beeld anp

Cijfers van Sovon en het CBS laten zien dat het aantal stadsvogels de afgelopen 27 jaar is gehalveerd.

Vanaf 1990 zijn steeds meer vogelsoorten uit het stadsbeeld verdwenen, blijkt uit cijfers van het CBS en Sovon, een non-profitorganisatie die de ontwikkeling van Nederlandse vogelsoorten bijhoudt. Dertien van de twintig voor de stad kenmerkende vogelsoorten komen minder voor dan vroeger. De soorten zijn afhankelijk van de stad: huizen, kerken en andere gebouwen vormen voor hen een rotslandschap waarin ze zich kunnen verschuilen en waar ze broeden. Het gaat bijvoorbeeld om soorten als de huismus, spreeuw en gierzwaluw.

De oorzaak van het verdwijnen van de vogels verschilt per soort, vertelt Marc Scheurkogel van de Vogelbescherming. “De kern van het probleem is het verdwijnen van groen door onder andere de verstening van tuinen en het verdwijnen van holtes en gaten als schuil- en broedplaats.” In de afgelopen 27 jaar is het aantal stadsvogels hierdoor met de helft afgenomen. De kuifleeuwerik is zelfs helemaal verdwenen uit Nederland.

Arjan Dwarshuis, wereldrecordhouder meeste vogelsoorten zien in één jaar, stelt dat sommige soorten inderdaad verdwijnen uit de stad, “maar daarvoor in de plaats krijgen we ook soorten terug.” Dwarshuis noemt de ijsvogel, blauwe reiger en slechtvalk als voorbeelden van soorten die zich steeds meer aanpassen aan het stadse bestaan. Met de slechtvalk ging het dertig jaar geleden nog erg slecht in Nederland. Tegenwoordig vindt de valk zijn prooi in de stad, waar hij vooral op duiven jaagt, en broedt hij in het rotsachtige landschap van kantoorgebouwen van bijvoorbeeld de Amsterdamse Zuidas. “En de ijsvogel komt steeds vaker voor in de stad door de verbeterde waterkwaliteit,” vertelt Dwarshuis. Hoewel die soort weer klappen kreeg door de afgelopen stevige winter. Ook het aantal huiszwaluwen steeg sinds 1990.

Het een sluit het ander niet uit, waarschuwt Scheurkogel. Hoewel sommige vogels zich kunnen aanpassen, moeten we er volgens hem ook voor zorgen dat de ‘oude’ stadsvogels hun plek in de stedelijke natuur behouden. “Dit kan alleen maar als we onze tuinen vogelvriendelijker maken. Ook zou natuur een onderdeel moeten zijn van nieuwbouwwijken, bijvoorbeeld via vogelvides (nestelplekken onder de onderste laag dakpannen, red.) en groen tussen tegels. Daardoor hebben de stadsvogels weer voedsel en een broedplaats.”

De cijfers van Sovon en het CBS wijzen uit dat vogels zich over het algemeen beter ontwikkelen buiten de steden. Dat geldt ook voor sommige van de klassieke ‘stadssoorten’. De stad legt het als broedplek af tegen het buitengebied.

Lees ook

Vogels spotten in het donker: je ziet ze niet maar je hoort ze wel

Een groeiende groep nachtvogelaars ontdekt met geluidsopnamen wat er zich in het donker afspeelt in ons luchtruim. 

Katten killen honderd miljoen vogels

De 3.500.000 huiskatten in Nederland doden met zijn allen ieder jaar naar schatting 100.000.000 vogels

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden