Interview

Louise Vet: 'Nog meer melk uit de koe halen is niet the way to go'

Louise Vet. Beeld Ringel Goslinga

Ecologe Louise Vet kreeg als eerste alle partijen om de tafel bij een overleg over het herstel van biodiversiteit in Nederland: van Albert Heijn tot de boeren en de Rabobank. In Groot-Brittannië staat ze nu op één lijn met Sir David Attenborough.

Het doet echt pijn, verlies van natuur. Als ecologe Louise Vet denkt aan vroeger, zo’n veertig jaar geleden, wordt ze even somber. “Tijdens mijn studie heb ik de planten leren kennen in Zuid-Limburg. Als ik nu zie hoe dat veranderd is, al die maïsvelden. Dat vind ik zo frustrerend. De biodiversiteit die daar verdwenen is, zie ik letterlijk voor mijn ogen. Ik kom daar niet graag meer.”

Het is een zwaarmoedig moment, in haar lichte werkkamer in Wageningen. Maar het duurt niet lang. Vet, directeur van het Nederlands instituut voor ecologie NIOO-KNAW, heeft een optimistische aard. Direct begint ze over een ander gebied. “Hier om de hoek is het Renkums beekdal. Dat was een industriegebied en is nu een soort verbinding tussen de uiterwaarden en de Veluwe. Fantastisch om te zien hoe de natuur zich weer kan herstellen.”

Dat aanpassingsvermogen van de natuur, de wonderbaarlijke oplossingen die planten, dieren en organismen vinden om te overleven en het systeem dat ze samen vormen, dat wil Vet overal uitdragen. Als gezaghebbend wetenschapper met haar baanbrekende sluipwespenonderzoek, als bestuurslid van allerhande organisaties, als directeur en begeleider van promovendi, maar ook in het publieke debat. Vet schrijft regelmatig opiniestukken, gaat in gesprek met Kamerleden en komt zo nodig in actie.

En actie is nodig. De berichtenstroom afgelopen jaar was bepaald niet om vrolijk van te worden. De toestand van de weidevogels blijft ronduit beroerd. De bodem verarmt, de waterhuishouding kampt met bestrijdingsmiddelen die nog steeds niet verboden zijn. Er waren onthullingen over mestfraude. Daar bovenop kwam ‘de insectenstudie’. Driekwart van de insectenpopulatie is er niet meer, meldde Duits onderzoek. Weg. 

Dat leidde, ook bij Vet, tot grappige bespiegelingen over tijden dat er nog ‘grote bloedspetters op de autoruit’ te zien waren na een vakantieritje en of auto’s soms aerodynamischer zijn geworden. Maar zo grappig is het niet. Daarom vond Vet het tijd voor ecologen, die doorgaans niet het podium opzoeken, om luider van zich te laten horen.

“De opmars van ecologen, ja zo zou je het wel kunnen noemen”, zegt Vet. Het is een complexe wetenschap, erkent ze, die de wisselwerking tussen organismen en hun leefomgeving bestudeert. De boodschap van ecologen - verlies en aantasting van soorten heeft grote gevolgen voor het hele ecosysteem - is lang overvleugeld door de eenduidiger roep van klimaatwetenschappers dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag moet. Maar Vet ziet dat de aandacht voor soortenrijkdom, biodiversiteit, toeneemt. Ze is één van de belangrijke trekkers van de eerste ‘biodiversiteitstop’ in de Nederlandse geschiedenis, die onlangs plaatsvond.

Alarmbrief

Het bestuur van het Nederlandse Ecologennetwerk (Nern), waar Vet voorzitter van is, nam deze zomer het besluit om, samen met de natuurorganisaties, een alarmbrief te sturen aan het nieuwe kabinet in wording. “Maar toen dacht ik: dit heeft geen zin. We moeten de hele keten van landgebruikers aan tafel zetten, van boeren tot supermarkten. In de landbouwsector zit zoveel pijn als het om verlies van biodiversiteit gaat. 60 procent van het land in Nederland is landbouwgrond. Maar niet alleen op het boerenland is de variatie verdwenen, ook op landschapsniveau, de verbinding naar de steden en de steden zelf. Je kunt de problemen alleen oplossen als je het samen doet. Dus ook LTO, Albert Heijn, de Rabobank moeten aan tafel.”

Het lukte Vet en haar medebestuursleden ze, hier en daar schoorvoetend, bij elkaar te krijgen. Het gezelschap gaf vorige maand de ‘Verklaring van Driebergen’ uit. Een niet eerder vertoond gezamenlijk statement met de belofte een Deltaplan te maken voor herstel van de biodiversiteit in Nederland. Ze kwamen samen op de eerste biodiversiteitstop, waar ze zonder pottenkijkers aan elkaar hebben gesnuffeld. Vlak na de kerstvakantie zal het er serieuzer aan toegaan. Dan wordt een begin gemaakt met het Deltaplan dat voor de zomer klaar moet zijn.

Prestigieuze onderscheiding

Haar bemoeienis met het publieke debat is één van de redenen waarom Vet eerder deze maand een prestigieuze Britse onderscheiding kreeg. Ze is tot erelid benoemd van de British Ecological Society, de heilige graal in de ecologenwereld. Ze is de tweede Nederlander die deze eer te beurt valt en staat nu in een rijtje met mensen als Sir David Attenborough. “Ik denk dan gelijk: waarom niet die, of die? Maar ik ben er heel erg blij mee. Juist omdat ik naast mijn wetenschappelijke carrière altijd de ecologie de wereld in wil brengen.”

Wat meer zelfbewustzijn onder collega’s kan geen kwaad vindt ze, dat heeft ze haar vakgenoten ook voorgehouden bij het jaarlijkse congres van de Britse vereniging. “Naar mijn idee hebben we het belangrijkste beroep van de wereld.” Ze lacht. Dit klinkt wat minder bescheiden. “Ja, dat is gewoon zo. We wonen met z’n allen op dit bolletje. We planten ons voort, maken rotzooi en gaan een eindje verderop zitten. Dat kan dus niet meer. Hoe moet je het dan wel doen? Dan denken mensen: circulaire economie. Dat is dus een ecologisch concept. Duurzame energie: ook een ecologisch concept. Dat roep ik dan. En dan krijg ik terug: hé, jullie bestuderen toch gewoon vogeltjes? Zo worden we nog gezien: mannen met baarden die vogels onderzoeken. Nou ik ben geen man, ik heb geen baard en bestudeer geen vogels, maar ik heb wel een idee hoe de economie er uit zou moeten zien.”

Ze maakt in de lucht een streep en een cirkel. “Kijk dit is de lineaire economie, die wil je circulair maken. Dan denken mensen dat je dat lijntje rondtrekt en een cirkel hebt en dat dat het dan is. Maar één knip erin, een toeleverancier valt weg, en het werkt niet meer, je bent van elkaar afhankelijk. In de natuur gaat het niet zo. Dan heb je een web, een ecosysteem, met bijvoorbeeld zes manieren om aan voedsel of water te komen. Er zijn een heleboel kleine verbindingen. We weten dat er een aantal weg kan vallen en dat het dan nog steeds een robuust systeem is. Zo moet de economie zijn.

“Ecologie en economie zijn natuurlijk ontzettend met elkaar verbonden. Onze economie moet passen in die van de planeet anders gaat het helemaal niet lukken met die tien miljard mensen. Dus we moeten kijken naar die natuur, hoe die al 3,8 miljard jaar functioneert, zonder ons. De economie van de natuur is gebaseerd op diversiteit want dat is een verzekeringsstrategie, risicospreiding. Wat doen wij? We kleden alle variatie uit. Van een goede bodem heb je op de lange termijn veel profijt. De preventie van ziekten gaat beter, koolstofopslag, de waterhuishouding. Ecologie is allesomvattend, het gaat om het gehele functioneren van het systeem. Ecologische concepten zie je overal opkomen: in de bankenwereld, de psychologie. Iedereen gebruikt het woord ‘ecosysteem’.”

Aapje

Haar enthousiasme over de reikwijdte van de ecologie is niet te stuiten. Activist wil ze zichzelf toch niet noemen. Ze is en blijft in de eerste plaats een wetenschapper. Maar wel middenin de samenleving. “Wij kunnen iets leuks ecologisch bedenken, maar als je noch de bedrijven, noch het publiek, noch de wet- en regelgeving meekrijgt, dan heb je geen invloed. Wil ik dan alleen maar weten hoe dat aapje leeft en morgen is-ie weg? Alle ecosystemen staan onder druk, van de graslanden hier tot aan de koraalriffen. Natuurlijk is het zo dat wij hier het onderzoek doen. Maar ik nodig collega’s en studenten uit: kom met je nieuwste inzichten, dan kan ik daarmee op de bühne staan om dat te prediken.”

Snel herstelt Vet zich: “Nee, ik wil helemaal niet prediken. Ik wil dat mensen enthousiast worden. Niet dat drammerige van ‘jongens we gaan naar de sodemieter, wij weten het allemaal, wij zijn de goeien, wij vliegen niet, eten geen vlees’. Dat werkt toch helemaal niet!”, roept ze uit.

Ondanks haar positivisme is het soms ook voor Vet nodig de vinger op de zere plek te leggen. Vanuit het robuuste, met hout beklede gebouw van NIOO-KNAW - tien jaar geleden circulair gebouwd als ecologische proeftuin - is er zicht op ‘de overkant’, de Wageningen Universiteit. Voorheen de Landbouwuniversiteit geheten, de instelling die aan de basis staat van de efficiënte maar natuuronvriendelijke Nederlandse landbouw. “Die groene revolutie is fantastisch geweest. We hebben veel voedsel geproduceerd na de Tweede Wereldoorlog en, handelaren als we zijn, dat over de hele wereld gegooid. Maar ik denk dat we een stapje terug moeten. Nog meer melk uit de koe halen is niet the way to go. We hebben mooie rassen maar het is helemaal doorgeschoten. De benadering is soms heel eenzijdig. Stop meer kippen in een hok, dan heb je minder CO2-uitstoot, zegt een Wageningse ex-bestuurder. Daar lig ik dan mee in de clinch. Ja, minder emissies, maar daar gaat het natuurlijk niet over. Het gaat om veel meer. Willen we nog wel zo veel vlees eten, wie worden er beter van in de keten?”

Romantisch boeren

Dat is geen pleidooi voor een terugkeer naar romantisch boeren. “Ik wil ook dat we de allernieuwste technieken gebruiken, maar dan bijvoorbeeld in de biologische landbouw zodat we de gewassen nog resistenter kunnen maken of aantrekkelijker voor sluipwespen die de insectenplagen bestrijden. Fantastisch als we bepaalde gewassen hier, of in Afrika, zoutbestendiger kunnen maken, of droogtetoleranter. Dat moeten we niet laten. Maar niet als het leidt tot uniformering. We respecteren dat er honderden rijstvarianten zijn, we moeten niet allemaal golden rijst met vitamine A erin kweken omdat meneer Monsanto dat wil.”

Niet over ruggen van boeren

Vet realiseert zich dat de landbouw deel van het probleem maar dus ook deel van de oplossing is. “De sector wil graag duurzaam produceren. Daar ben ik van overtuigd. Ze zijn het wel zat steeds de zwarte piet toegespeeld te krijgen. De consument wordt ook steeds veeleisender op het gebied van duurzaamheid. Er zijn ook al goede voorbeelden. In de tuinbouw worden veel biologische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Ook voor de akkerbouw liggen daar grote mogelijkheden om juist met biodiversiteit plagen en ziekten te voorkomen. Ik wil alleen niet dat een transitie over de ruggen van de boeren gaat. Het is belangrijk dat die een goede boterham verdienen als zij duurzamer gaan produceren. Dat moet vooropstaan. Het probleem ligt bij boeren die ongelooflijk hoge leningen hebben die ze niet terug kunnen betalen. Die alsmaar meer moeten produceren en dan ook nog voor te lage prijzen. De consument heeft ook een verantwoordelijkheid. Die is vaak wel in staat duurzamere keuzes te maken.”

Vet heeft goede hoop dat het Deltaplan de teruggang van de soortenrijkdom kan keren en ziet uit naar de besprekingen in januari. “Daarbij moet wel alles bespreekbaar zijn”, vindt ze. “Een belangrijke vraag is: waarom produceren wij alles op deze vierkante centimeter, in dit dichtbevolkte gebied? Dan is het antwoord steevast: anders vertrekken de voedselproducenten en gaan ze het elders doen en minder duurzaam. Dat wil ik in een ander licht stellen. Als wij in staat zijn in Nederland duurzaam voedsel te produceren, in deze metropool, dan is dat het mooiste exportproduct wat je kunt bedenken.”

Louise Vet

Louise Vet (9 januari, 1954) studeerde biologie in Leiden. In 1984 ging zij werken bij de Wageningen Universiteit waar ze vanaf 1997 hoogleraar Evolutionaire Ecologie is. Sinds 1999 bekleedt zij de functie van directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Eerder deze maand is Vet benoemd tot erelid van de British Ecological Society.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden