ColumnPatrick Jansen

Loslopende honden in de natuur? Verbied dat!

Begin mei is misschien wel de mooiste tijd van het jaar. Alle bomen zijn uitgelopen, de bladeren zijn nog fris. Planten bloeien uitbundig, de maaimachine is nog niet geweest. En de vogels zingen het hoogste lied om hun territorium af te bakenen.

Het is ook de tijd dat boswachters extra mopperen over loslopende honden. We worden er moedeloos van, zeiden ze in ‘Nieuwsuur’, en treden daarom steeds harder op. In vijf jaar verdubbelde het aantal boetes dat grote terreinbeheerders uitdeelden: van 438 naar 808 per jaar.

Wat deze getallen onbedoeld illustreren is hoe belachelijk klein de pakkans is. Alleen ikzelf al zou jaarlijks makkelijk 808 boetes kunnen uitdelen. Ik kom 50 keer zoveel loslopers tegen als boswachters. En de meeste van die boswachters waarschuwen. Bekeuren mogen alleen bijzondere opsporingsambtenaren, een uiterst zeldzame boswachter­ondersoort.

‘Bemoei je er niet mee, zeikerd’

Soms spreek ik zo’n losloper zelf maar aan, want je moet toch wat. “Sorry dat wist ik niet.” “Hij doet niets hoor.” “Ik heb mijn hond onder controle.” “Ja maar iedereen doet het.” “Bemoei je er niet mee, zeikerd.” Het is aanmerkelijk leuker om andermans zwerfafval op te ruimen dan om een machteloze boswachter te spelen.

Boswachters wijzen er steevast op dat er jaarlijks tientallen reeën door loslopende honden worden doodgebeten. Dat ze uitgerekend dit probleem noemen is raar, want reeën doen het uitstekend. Sterker, jaarlijks wordt een kwart van de circa 100.000 reeën doodgeschoten om de aantallen binnen de perken te houden.

Bovendien zijn reeën vluchtdieren, gemaakt om voor roofdieren weg te rennen. Waarom vinden boswachters het fantastisch dat wolven reeën de stuipen op het lijf jagen, vangen en verscheuren, maar vinden ze het erg als reeën schrikken van honden?

Nee, de belangrijkste natuurschade van loslopende honden is die van verstoring van diersoorten die het moeilijk hebben. Grondbroeders, zoals tapuiten en leeuweriken, kwartelkoningen en roerdompen, weidevogels. Hagedissen. Doortrekkers en overwinteraars.

De natuurschade is enorm

Loslopende honden ontnemen ­levens, broedsels, ruimte en energie. Daardoor gaan bedreigde soorten verder achteruit. Dát is het kolossale probleem waarover boswachters alarm zouden moeten slaan. Om niet te spreken over hondenmest tjokvol chemicaliën. Over het risico van dierziekten. De natuurschade is zo enorm, dat het eigenlijk onlogisch is dat honden in natuurgebieden überhaupt zijn toegestaan.

In de nationale parken van Australië zijn honden daarom verboden. En in veel nationale parken in de VS worden honden getolereerd nabij voorzieningen, maar niet in de natuur zelf. Trouwens ook ter bescherming van de honden zelf: tegen beren en wolven, maar ook tegen boswachters. Die mogen jagende honden namelijk ter plekke doodschieten.

Ik heb een sympathieker oplossing. Aangelijnde honden zijn in elk natuurgebied welkom. Maar worden er in een natuurgebied vaak loslopers gezien, dan gaat dat gebied voor straf op slot voor alle honden. Hondenbezitters zullen elkaar hopelijk aanspreken op loslopen, dat nu immers ten koste van henzelf gaat. Hoeft de boswachter dat niet meer te doen.

Lukt hen dat niet, dan resteren voor hen slechts de losloopgebieden. Of moeten zij samen een eigen stuk land kopen of huren. Honden heerlijk de vrijheid te geven zonder natuurgebieden te bederven, dat voelt goed.

Patrick Jansen is ecoloog en universitair hoofddocent in Wageningen en schrijft voor Trouw om de week een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden