Reportage Biodiversiteit

Loflied op de brandnetel: tientallen insecten zijn ervan ­afhankelijk

De larve van het zevenstippelig lieveheersbeestje (Adalia decempunctata). Beeld Peter Bulsing

Peter Bulsing uit Haarlem is een insectenman. Hij kan geen struweeltje voorbij lopen, zonder te speuren naar geleedpotigen. Hij heeft een missie: gemeenten moeten hun groenbeheer afstemmen op insecten.

Peter Bulsing heeft stilletjes een berm geadopteerd, langs de Zuiderzeelaan in Haarlem. Het gaat maar om een paar honderd meter gemeentelijk groen. Twee jaar lang inmiddels houdt hij de ontwikkeling van het bermleven in de gaten. Hij moet er toch langs om de hond uit te laten. De Haarlemmer speurt in de berm vooral naar insecten. Hij ziet wat anderen niet zien. “Het is mijn afwijking, hè? Als je je ogen gebruikt, kun je heel veel dieren zien, ook in je eigen tuin, als je die tenminste niet hebt dicht getegeld.”

Hij heeft het insectenleven achteruit zien hollen. Laatst zei een voorbijganger tegen hem, wijzend naar ‘zijn’ berm: ‘Nou, de gemeente mag die brandnetels weleens weghalen, al dat onkruid!’ Dan krimpt Peter Bulsing ineen. Alleen al dat woord, onkruid. “Ik heb er zo’n hekel aan. Onkruid bestaat niet. De brandnetel is een waanzinnig belangrijke waardplant, tientallen insecten zijn er van ­afhankelijk.” (Een waardplant is een plant waarvan insecten of hun larven en nimfen eten.)

Maar ze wórden veelvuldig gemaaid, de brandnetels en al het andere onkruid, want vaak dicteert ‘de beeldkwaliteit’ het groen­beleid. Onkruid staat onverzorgd. Daar klagen burgers over. Dus moet het weg. Daar ligt de pijn bij Bulsing. Hij pleit voor een drastische ommekeer in het gemeentelijke groenbeheer: de levenscyclus van insecten moet voortaan leidend zijn bij het onderhoud van bermen, groenstroken, veldjes en parken. Zoals het nu gaat bij de meeste gemeenten wordt de ­soortenrijkdom almaar meer aangetast.

Ratelaar (Chorthippus biguttulus) Beeld Peter Bulsing

“Lokale overheden zouden zich er veel meer van bewust moeten zijn dat zij een erg belangrijke taak hebben in het behoud van de biodiversiteit. Maar er is nog zoveel onwetendheid.” Met een paar stadgenoten maakte Bulsing zich eerder al druk voor een bewuster groenbeleid in Haarlem. Door hem en zijn medestrijders komt er weer een ecoloog in dienst bij de gemeente. Maar het is niet genoeg. Het roer in het gemeentelijke en provinciale groenbeheer moet radicaal om.

Maaien met het verstand op nul

Het huidige lokale beleid is vooral gericht op drachtplanten, zegt Bulsing, vaak ook nog ­uitheemse. (Een drachtplant is een plant die via nectar en pollen voedsel levert aan insecten.) “Maar daarmee red je het insectenleven niet. Je moet het omdraaien. Het samenspel tussen geleedpotigen en planten en bloemen is zo specialistisch, daar moet je je groenonderhoud op aanpassen.” Dat is volgens hem juist nu nodig, want stedelijke gebieden worden voor insecten steeds belangrijker, omdat in buitengebieden ­almaar minder voedsel beschikbaar is.

Rode weekschildkever (Rhagonycha fulva) Beeld Peter Bulsing

Door het huidige maaibeleid worden de voortplantingskansen van insecten ernstig aangetast, stelt hij. “Gemeenten maaien nu vaak gefaseerd. Dat heet ecologisch beheer, maar daarbij speelt de levenscyclus van insecten geen rol. In feite is dat gefaseerd maaien extreem schadelijk. De cyclus van een insect is doorgaans twaalf maanden, maar de stadia ­lopen niet voor alle soorten gelijk op. Kijk, een koolmeesje dat zijn nest kwijtraakt, krijgt ­volgend voorjaar een nieuwe kans. Insecten krijgen die niet: door het maaibeleid worden hele generaties gemold. Gemeenten moeten zich bij het beheer op de ontwikkelingsstadia van insecten gaan richten. Dan pas draag je bij aan behoud en verbetering. Dat betekent gefaseerd om het jaar maaien met een overlap van een jaar.

“Vergelijk het met een halfsteensverband bij metselwerk. Stukjes wel maaien en verderop stukjes ongemoeid laten. Dan geef je insecten een kans om hun levenscyclus te voltooien en zich te handhaven. Nu is het vaak maaien met het verstand op nul. Er wordt veel te weinig gedacht aan de dieren die van het openbaar groen afhankelijk zijn. Insecten krijgen nu klap op klap. Hele generaties worden vernield door het rigide beheer en een gebrek aan een ecologisch waardevolle infrastructuur van kruiden en inheemse vaste planten en heesters.”

Icarusblauwtje (Polyommatus icarus) Beeld Peter Bulsing

Bulsing heeft van zijn ‘eigen’ stukje openbaar plantsoen aan de Haarlemse Zuiderzeelaan twee voorbeelden paraat. De brandnetels werden er gemaaid, juist op het moment dat een wants, de netelringpoot, in de fase van voortplanting zat. Dit diertje is voor zijn voortbestaan afhankelijk van de brandnetel. Ook de schermbloemen in de berm werden gemaaid – onkruid. Maar dat gebeurde juist op het moment dat het ‘soldaatje’, de kleine rode weekschildkever, op die planten in grote aantallen aan het paren was.

Soortenrijkdom

Bulsing (67) werkte bijna twintig jaar in Haarlem in de natuur- en milieueducatie. Hij is een verdienstelijk natuurfotograaf. Vorig jaar publiceerde hij zijn boek over bewuster tuinieren, ‘De (be)leefbare tuin’. In het boek staan veel foto’s van de insecten die Bulsing tegenkwam in zijn eigen tuin en in de berm van de Zuiderzeelaan. De prachtigste diertjes, die vaak alleen met een geoefend oog worden gezien.

De soortenrijkdom in de insectenwereld is enorm: er zijn ongeveer 5000 soorten libellen, 20.000 soorten sprinkhanen, 170.000 vlinders, 82.000 wantsen, 120.000 vliegen en 110.000 soorten bijen- en wespensoorten. De kevers zijn verdeeld over 350.000 soorten. “Die grote aantallen zijn er niet voor niets. ­Insecten staan aan de basis van alle voedsel­lagen”, aldus Bulsing. “Door de aantallen is de enorme achteruitgang veel mensen niet op­gevallen.

Doodskopzweefvlieg (Myathropa florea) Beeld Peter Bulsing

“Je moet ze beschermen, wil je de variatie in de flora en de hogere diersoorten behouden en zo ook ons bestaan. We zien het om ons heen gebeuren, de huismus heeft het nog steeds moeilijk, de spreeuwen zijn aan het verdwijnen, de gierzwaluw, de heggemus, de roodborst en ook de vleermuizen en egels komen steeds meer in de verdrukking. Daar blijft het niet bij. Alle dieren in het stedelijk gebied die direct en indirect afhankelijk zijn van insecten gaan hun voedsel missen en zullen verdwijnen. Denk ook aan vleermuizen, egels, padden, kikkers, salamanders, vissen.”

Het irriteert hem dat Nederland zich vooral druk maakt over de zeespiegelstijging. “Alle acties zijn gericht op het houden van droge voeten. Dat is belangrijk, maar we vergeten waaróm we droge voeten willen houden. Als straks de CO2 weer op een aanvaardbaar niveau is, blijkt dat we de insecten zijn vergeten. We moeten juist aan de basis beginnen. Vogelaars kijken alleen omhoog, liefhebbers van paddestoelen kijken naar beneden, maar kijk ook eens om je heen en verdiep je in alle verbanden die er in de natuur bestaan. Insecten zijn de basis voor alle leven. Wij zijn steeds bezig de onderste laag van de natuur aan ons wensbeeld aan te passen. Vrijwel alle geleedpotigen hebben daar last van.”

Zuringwants of fluweelbruine randwants (Coreus marginatus) Beeld Peter Bulsing

Vlinderstichting: groenbeheer vaak sluitpost

Veel gemeenten willen best de ­biodiversiteit van groenstroken verbeteren, maar het groenbeheer is vaak de kop van jut bij bezuinigingen, zegt Anthonie Stip, ecoloog bij de Vlinderstichting. “Als gemeenten in de knel komen door hoge zorgkosten dan is groen het eerste potje waaruit wordt bezuinigd.”

Ook Stip merkt op dat door het ­intensieve gebruik van de grond in Nederland de bermen en de groenstroken steeds belangrijker worden voor vlinders, bijen, insecten en dus voor biodiversiteit. De Vlinderstichting heeft afgelopen zomer een keurmerk opgezet voor ecologisch bermbeheer: Kleurkeur. Stip geeft cursussen aan gemeentelijke groenbeheerders die aan de eisen van het keurmerk willen voldoen.

“Gemeenten worstelen met dit onderwerp. Ze zien dat het beheer beter moet. Maar het is moeilijk om te veranderen. Ook al omdat burgers vaak vragen om aan­geharkt groen.” Door bij de aanbesteding van groenbeheer ecologie en biodiversiteit als dwingende voorwaarden op te nemen, kan de kwaliteit flink worden verbeterd, aldus de Vlinderstichting. Nu is bij aanbestedingen nog vooral de prijs leidend. Dat is een achterhaalde aanpak, vindt Stip.

Bert van Lubek, voorzitter van de Vereniging Gemeentelijke Groenvoorzieningen in Groningen, Friesland en Drenthe, bevestigt dat de financiering van ecologisch groenbeheer vaak moeizaam is. “Er gebeurt wel van alles in het noorden, met bloemrijke bermen en zo. ­Biodiversiteit is een speerpunt, absoluut. Doordat het onderwerp steeds breder in de ­samenleving gaat spelen, hopen wij dat er meer middelen beschikbaar ­komen. Het gaat langzaam, maar gemeenten willen graag veranderen.”

Lees ook:
‘Met pindaslingers, een vetbol en nestkastjes gaan we de natuur echt niet redden’

Over het razendsnelle verlies van natuur in de achtertuin, lijken weinigen zich echt druk te maken. Dat moet veranderen, vindt natuurbeschermer Peter Bulsing.

Wie zorgt ervoor dat het biodiversiteitsplan deze keer wél slaagt?

Er wordt stilletjes gewerkt aan een Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Goed nieuws voor de dwergstern, de egel en vele andere bedreigde dieren. Of toch niet? Een eerder plan heeft niets opgeleverd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden