De lijster geldt in sommige delen van Italië als een lekkernij.

ReportageStroperij

Lijsters, spreeuwen, kwartels maar ook roofvogels: in Italië belanden ze allemaal op je bord

De lijster geldt in sommige delen van Italië als een lekkernij.

Lijsters, spreeuwen, kwartels maar ook roofvogels: ze zijn hun leven niet zeker in Italië. Culinaire tradities en stroperij gaan daarbij hand in hand. Op nachtelijke expeditie met twee vogelbeschermers.

Aversa, kwart over een ’s nachts. Op een asfaltweggetje midden tussen de akkers stopt Alessandro Gatto zijn auto. Hij zet de motor uit, zoemt het autoraampje naar beneden en luistert. Naast hem doet Antonio Borelli hetzelfde. De nacht rondom Aversa is doodstil; heel in de verte blinken de lichtjes van de Zuid-Italiaanse stad. Na een paar tellen zegt Borelli: “Ik hoor iets”. Hij stapt de auto uit om beter te kunnen luisteren. “Bingo. Vijfhonderd meter hiervandaan”, zegt hij en wijst naar rechts. Gatto hoort het nu ook. In de verte klinkt een heel zacht gekwetter. Voor de twee vrijwilligers van de Italiaanse afdeling van het Wereld Natuur Fonds, die op hun wekelijkse tocht tegen stroperij zijn, kan het niet missen: ze horen de metaalachtige neplokroep van een kwartel.

Gatto start de auto en rijdt in de richting van het gekwek. Dat klinkt nu luider. De mannen stappen uit, trekken hun groene regenlaarzen aan en pakken een reusachtige nijptang uit de achterbak. Bijgelicht door felle zaklampen lopen ze de akker over. Een maansikkel schijnt ze zwak bij. De nepvogel kwettert steeds luider. Dan zien ze in hun lichtbundels de stropersinstallatie waar ze naar zochten: het is een emmer met daarin een accu, een timer en een USB-stick met de opnames van kwartelgezang, bedekt onder een plastic zeil. Ernaast, op een hoge paal, hangt een luidspreker. De lokroep klinkt luid, totdat Gatto de kabels doorknipt en de duisternis plots weer stil is. Borelli tilt de accu op terwijl Gatto de paal met de luidspraker uit de grond wrikt. Ze nemen het stropersgereedschap mee naar de auto. Gatto kruipt achter het stuur. “Dat is één”, zegt hij en start de motor.

Gatto en Borelli maken deel uit van een groep vrijwilligers die in de regio Campanië (rond Napels) ieder weekend het stropen van vogels probeert tegen te gaan. In april en mei hebben ze veel te doen, want dan vliegen kwartels en andere trekvogels vanuit Afrika naar Midden- en Noord-Europa om zich daar voort te planten. Onderweg doen ze Italië aan. Alessandro Gatto is bioloog en coördineert de vrijwilligers in deze regio. Hij manoeuvreert zijn auto langs de kuilen in de plattelandsweggetjes en vertelt: “Hier vlak bij zee houden de trekvogels even pauze. Ze zijn uitgeput van hun tocht over de Middellandse Zee. De vliegende kwartels komen ’s nachts op de nep-lokroepen van de stropers af en blijven hier dan hangen. Stropers – die ook altijd jagers zijn – komen bij dageraad met hun jonge jachthonden aanzetten om die te trainen voor de jacht op kwartels.”

Vogelbeschermers Alessandro Gatto en Antonio Borelli  ontmantelen 's nachts lokinstallaties. Beeld Pauline Valkenet
Vogelbeschermers Alessandro Gatto en Antonio Borelli ontmantelen 's nachts lokinstallaties.Beeld Pauline Valkenet

Een spies met geroosterde zangvogeltjes

In Italië is jagen op vogels in het broedseizoen verboden. Maar in het najaar mag er wel worden geschoten, onder andere op kwartels. “Jagers maken hun honden op deze manier vertrouwd met de geur van kwartels”, vult Antonio Borelli aan.

Veel stropers hangen bij hun lokroep-installaties doorzichtige netten op, weet Gatto. “Die netten zijn voor ons in het donker nauwelijks te zien, en voor de dieren ook niet.” Pechvogels die er verstrikt in raken, eindigen in de pan – van een stroper of van een van de restaurants die de beestjes stiekem serveren. En niet alleen kwartels worden door Italianen opgepeuzeld. In de bergvalleien tussen Milaan en het Gardameer vinden mensen kleine zangvogeltjes (geroosterd of gebakken) lekker. In de omgeving van Brescia is polenta e osei een bekend streekgerecht waar een spies met geroosterede zangvogeltjes aan te pas komt. De beestjes worden met spek, boter en salie op smaak gebracht. Sinds 2014 mag het gerecht niet meer worden klaargemaakt, omdat de regering in Rome steeds meer vogels en vogelsoorten op de lijst van beschermde en uitstervende dieren zet.

Een kwartel gaat er bij veel Italianen wel in. Beeld
Een kwartel gaat er bij veel Italianen wel in.

Maar verboden of niet, nogal wat Italianen blijken niet van de beschermde vogeltjes te kunnen afblijven. Vorige maand deden deed de carabinieri forestali (de ‘bospolitie’) nog een inval bij een lunch van overheidsfunctionarissen. De agenten kwamen in eerste instantie op de ruim twintig eters af omdat die met hun samenzijn de coronavirusregels overtraden. Maar eenmaal ter plekke ontdekten ze een slagveld: een grote pan met ruim zestig trekvogeltjes was gauw onder de tafel verstopt. De dode diertjes waren bijna allemaal vinken, maar er zaten ook twee appelvinken en een keep tussen.

Voor trekvogels is Italië levensgevaarlijk. Een rapport van het ministerie van milieu stelt dat de vogels moeten oppassen voor jagers en stropers in de regio Campanië en in de bergen bij Brescia. In Noordoost-Italië zijn vooral roodborstjes, graspiepers en vinken hun leven niet zeker. Sardinië is niet veilig voor lijsters. In de Po-delta en in het zuidelijke Apulië hebben stropers en jagers het op watervogels gemunt. En rond de Straat van Messina (tussen Calabrië en Sicilië) worden ieder jaar naar schatting bijna duizend roofvogels tijdens hun trek neergeschoten.

Honderden euro’s op de zwarte markt

Het Britse BirdLife International constateerde in 2015 na onderzoek dat er in Italië jaarlijks ruim vijf miljoen beschermde vogels worden doodgeschoten of in vallen, netten en klemmen gelokt – meer dan in welk ander Europees land ook. De beestjes worden voor een paar euro per exemplaar aan restaurants verkocht. Ook voor knappe siervogels en talentvolle zangvogels bestaat een zwarte markt, waar de diertjes honderden euro’s per stuk opleveren.

Bij de LIPU, de Italiaanse zusterorganisatie van BirdLife, denken ze dat het cijfer uit 2015 nog steeds klopt. “Dat er in ons land zoveel vogels worden gedood, komt in de eerste plaats door onze geografische positie”, zegt Giovanni Albarelli van de LIPU over de telefoon. “Italië is voor de migrerende vogels een brug in zee. Ten tweede is er hier een lange traditie van jagen, van opeten wat je van het land haalt. Vroeger was het vlees van vogels een belangrijke bron van eiwit.”

Albarelli denkt dat er maar één manier is om de vogels beter te beschermen: er moeten meer politiemensen worden ingezet tegen stroperij en de straffen moeten flink omhoog. “Wie nu een roofvogel doodt en wordt betrapt, komt weg met een boete van rond de duizend euro. Dat schrikt niet af.”

Ook de vink eindigt vaak in de pan. Beeld
Ook de vink eindigt vaak in de pan.

Aversa, half vijf in de ochtend. Op hun nachtelijke speurtocht zien ook Gatto en Borelli dat stropers niet bang zijn om te worden gesnapt. Terwijl een dunne streep aan de horizon voorzichtig blauw kleurt, gaan ze alweer op de derde nepkwartel af. De tweede installatie zat daarnet in een ijzeren kist die de mannen – hoe hard ze ook met een enorme hamer op het zware hangslot sloegen – niet open kregen; de luidspreker namen ze wel mee. De derde nepkwartel staat luid te kwetteren tussen de hooibalen op een groot weiland. Verderop staat een stal met buffels, die worden gehouden voor melk om mozzarella te maken. Het ruikt hier naar mest. Gatto en Borelli lopen met grote passen, hier en daar springend over een greppel, naar de stropersinstallatie toe. De timer, accu en USB-stick zitten deze keer in een roestige trommel die de twee zonder veel moeite openbreken.

Wanneer ze verder rijden, moet Gatto gapen. Hij heeft de hele dag gewerkt en is moe. Borelli vindt het ook mooi geweest. Ze zouden wel verder willen zoeken, want ze weten zeker dat er nog meer nepkwartels staan te kwetteren. Gatto draait de auto de weg weer op. Liefst zouden ze wachten, zegt hij, tot de zon opkomt en ze een jager of stroper op heterdaad kunnen betrappen. “Dat doen we volgend weekend weer.”

Lees ook:

Waarom trekken vogels van Afrika naar de Noordpool?

Trekvogels die in het hoge noorden broeden, hebben minder last van rovers die hun eieren stelen, zo lijkt het. Doen ze daarom al die moeite om elk half jaar duizenden kilometers heen en terug te vliegen? Biologen breken zich er het hoofd over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden