Langsdammen: een verrijking voor de Nederlandse rivieren

In de Waal zijn over een lengte van 10 kilometer zogeheten langsdammen gemaakt. Die zijn ecologisch een succes. Beeld Koen Verheijden

Rijkswaterstaat legde in de Waal twee dammen aan, parallel aan de oever. Het blijkt een gouden greep voor de rivierprik en de sneep.

“Die langsdammen zijn echt fantastisch. Het aantal zeldzame inheemse vissen, schelpdieren en insectenlarven neemt fors toe, zowel in aantal soorten als in aantallen. De exoten raken hun overmacht kwijt. Mooi.” Afgaand op zijn enthousiasme zou je bijna denken dat Frank Collas, ecoloog van de afdeling dierecologie en –fysiologie van de Radboud Universiteit, aandelen heeft in de productie van langsdammen. Gravend in slib en zand op de oevers, graaiend in het water en wijzend op de stroming somt hij het ene na het andere voordeel op.

“We zijn pas halverwege de onderzoeksperiode, maar voor de natuur zien we nu al veel positieve effecten: langsdammen brengen inheemse zeldzaamheden als de rivierrombout, rivierprik en sneep terug in de rivier. De inheemse soorten krijgen weer een kans.” Collas bukt, raapt een slakkenhuis op, determineert die als de exotische puntige blaashoren en vertelt door.

De afgelopen jaren heeft Rijkswaterstaat in de Waal tussen Wamel en Ophemert (Betuwe) over een lengte van 10 kilometer in twee bochten drie langsdammen, dammen evenwijdig aan de oever, aangelegd. Tegelijkertijd zijn in de bocht de kribben verwijderd.

Kribben vind je in alle grote rivieren in ons land. De uitsteeksels van basaltblokken dwars op de oever houden de vaargeul op diepte. De afgelopen jaren zijn de kribben door uitschuring van de vaargeul echter relatief steeds hoger komen te liggen. Ze vertragen nu de doorstroming te sterk. Om te bekijken of langsdammen de vaargeul ook op diepte houden zonder de doorstroming te blokkeren, heeft Rijkswaterstaat de drie dammen aangelegd.

Alle reden voor hydrologisch, morfologisch en ecologisch onderzoek, zo vinden de onderzoeksconsortia RiverCare en Waalsamen. Hierin werken onder meer de universiteiten van Nijmegen, Utrecht en Wageningen, de onderzoeksinstituten Deltares, Bureau Waardenburg en Rijkswaterstaat samen.

Golfdemper

Frank Collas onderzoekt sinds 2015 de langsdammen, in het bijzonder het gedeelte tussen de langsdam en het vasteland. In de hoofdgeul achter de langsdam trekt een binnenvaartschip voorbij. Het water klotst en trekt golven van bijna een meter hoog. Collas: “Nogal schadelijk voor vissen, insectenlarven en mosselen. Het kost ze veel te veel energie om zich staande te houden, en ze spoelen in veel gevallen gewoon weg. De langsdam dempt de golven.” En inderdaad. De wateroppervlakte tussen oever en dam is een toonbeeld van rust. Stroming is er wel. “Maar dat is gunstig voor veel soorten en zo blijft het water zuurstofrijk.”

De rust in het water zorgt ook voor meer helderheid. “Voor bijvoorbeeld rivierprik, serpeling, sneep en bot worden de leefomstandigheden zo veel beter”, zegt Collas. “Kijk alleen al naar de rivierprik. De larven daarvan leven vijf jaar in de bodem. Dan moet die wel stabiel zijn. Dat geldt ook voor de rivierrombout, een zeldzame libel, waarvan de larve drie tot vier jaar onderwater leeft.”

Al pratend pakt hij een tas uit en een drone komt tevoorschijn. Het vliegmachientje gaat omhoog en op een scherm verschijnt het beeld van de oever. “Mooie variatie. Precies wat de natuur wil.” De drone gaat even naar de grond en verwoed begint Collas te wroeten in de oever.

Ecoloog Frank Collas inspecteert de langsdammen. Beeld Koen Verheijden

“Slib, grind, zand; een prachtig mengsel. Hoe groter de variatie, des te meer organismen. Dansmuggen zetten eitjes af in het slib, inheemse mosselen zoals de bolle stroommossel graven zich erin en voor vissen als de kopvoorn en de barbeel is het grind van belang.”

Geluiddemper

De nieuwe waterwerken dempen ook het onderwatergeluid dat scheepsmotoren veroorzaken. Belangrijk nu steeds meer duidelijk wordt dat ook vissen met geluid communiceren.

Wijzend op een mossel op een steen, een exotische quaggamossel, vervolgt Collas: “Dankzij de langsdammen nemen de inheemse soorten in aantal toe, ook zeldzame, zoals de serpeling en rivierprik. Voor exotische soorten zijn de omstandigheden ook gunstig, maar zij kunnen ook overleven bij meer invloed van schepen en monotone oevers. De verhouding exoot-inheems wijzigt dus, ten gunste van de inheemse. Dat is belangrijk. Exoten zoals de zwartbekgrondel en de Aziatische korfmossel zijn niet meer weg te krijgen. Ze zijn met te veel en worden met schepen en het water nog steeds aangevoerd. Exoten beconcurreren onze inheemse soorten op ruimte en voedsel.”

Aangestaard door een groepje koeien aan de overkant van de Waal en met gevaar voor natte voeten lopen we de oever af. Het water is kraakhelder. Zichtjagende vissen, maar ook de larven van onder meer de rivierrombout hebben daar baat bij. Vandaar ook dat Collas verwacht dat de bomen die Rijkswaterstaat een stukje verderop in de rivier legt heel effectief zullen zijn. “Juist in dit heldere warmere water kunnen insectenlarven en jonge vissen bijzonder talrijk worden. De bomen bieden veiligheid, een nog rustigere omgeving en hechtmogelijkheid.”

De blik gaat naar de oever. Opnieuw raapt de onderzoeker schelpen en slakkenhuizen op. “Bolle stroommossel, erwtenmossel en schildersmossel. Soorten om blij van te worden.”

Lees ook:

Strijder voor biodiversiteit: ‘We werken allemaal mee aan een droom’

Het Nederlandse landschap redden, mét boeren, supermarkten, wetenschappers en industrie aan tafel. Dat is de missie van de nummer 1 op de lijst van invloedrijkste groene doeners en denkers, de Duurzame100.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden