De kunstmestfabriek van Yara Sluiskil.

ReportageVuile 15

Kunstmestfabriek Yara in het Zeeuwse Sluiskil moet als broeikasbom vergroenen, hoe dan ook

De kunstmestfabriek van Yara Sluiskil.

Op plek 4 in de Vuile 15 staat de chemische industrie. Kunstmestfabriek Yara in Sluiskil moet verduurzamen en wil dat zelf ook: ‘De pluimen moeten witter worden’.

Wat is je maat?” De vrouw ­achter de balie lacht en wijst naar een kast vol fabrieksschoeisel. De cocktail aan chemische stoffen die hier dagelijks een wegennetwerk van pijpen doorkruist, brandt zo door een paar gympen heen, zegt ze. Bezoekers krijgen daarom ook een stevige helm, overjas en veiligheidsbril mee.

De installaties van Yara, een van oorsprong Noors bedrijf, torenen boven het Zeeuwse platteland bij Sluiskil uit. Jaarlijks gaat van hier ­bijna 5 miljoen ton kunstmest over land en zee naar Brazilië, het Verenigd Koninkrijk of Duitsland. Het is de grootste kunstmest­fabriek in Noordwest-Europa.

Voor de productie van ammoniak, een hoofdingrediënt van kunstmest, wordt veel aardgas verstookt. Dit maakt Yara een van de grootste vervuilers van Nederland: in 2018 ging er in Sluiskil 3,6 miljoen ton CO2 de lucht in. De fabriek verslaat branchegenoot Shell Moerdijk ruimschoots (2,8 miljoen ton CO2). Andere chemiegiganten Dow Benelux in Terneuzen (4,2 miljoen ton CO2) en Chemelot in het Limburgse Geleen (4,6 miljoen ton CO2) spannen de kroon. Deze bedrijven leveren ­behalve kunstmest onder meer industriële gassen en kleurstoffen.

De CO2-heffing is een mes op de keel 

De sector is een broeikasbom, goed voor 21,6 miljoen ton broeikasgassen per jaar, zo ­becijferde CE Delft voor Trouw. De chemische industrie staat dan ook op plek 4 in de lijst van de 15 meest vervuilende bedrijfstakken. Yara Sluiskil is zich hier pijnlijk van bewust. Wat de fabriek aan aardgas verbruikt in een uur, is evenveel als 160 huishoudens in een jaar, aldus manager externe relaties Gijsbrecht Gunter: “Van onze kosten gaat naar 70 procent naar de aardgasrekening.”

De CO2-heffing voor bedrijven, zoals afgesproken in het nationale klimaatakkoord, is voor Sluiskil dan ook een mes op de keel. Aan de onderhandelingstafel hekelde het bedrijf de ‘platte boete’. De Zeeuwse fabriek loopt daardoor investeringen van het moederbedrijf mis, schrijft het bedrijf in een open brief, en de toekomst in Nederland is onzeker.

Beeld Sander Soewargana

“Dat is wrang”, vindt Gunter, “want in de tussentijd hebben we niet stilgezeten.” Een nieuwe productietechniek in 2005 heeft de uitstoot van lachgas sterk verminderd – een broeikasgas dat ruim tweehonderd keer zo sterk is als CO2. En van de vijf ‘priltorens’, oorspronkelijk in rood, geel, oranje, blauw en groen, staan er nog twee overeind. Die installaties maakten kunstmestkorrels, prillen, maar stootten te veel stikstofhoudende stof uit.

De ooit felrode toren is nu vaal en afgebladderd, en aangetast door betonrot. Het Yara-­logo op de voorkant is amper nog te onderscheiden. “Deze toren is sinds 1992 buiten bedrijf, de gele hebben we in 2018 gesloten.” Dat ging niet zonder slag of stoot; milieudienst RUD Zeeland eiste miljoenenboetes als Yara het naliet. Waarom staan de torens er eigenlijk nog? “De oudste mast staat bovenop een werkende fabriek. Sloop gaat veel tijd en geld kosten”, legt Gunter uit.

De oude torens staan geenszins symbool voor een bedrijf in verval, zegt Gunter.“We komen van ver: van 5,8 miljoen ton CO2-uitstoot in 1990, naar 3,6 miljoen ton nu.” Hij spreekt vlot en enthousiast, en wandelt al handgebarend over het terrein. Af en toe fietst een medewerker in fabriekstenue voorbij.

Ovens spelen een rol bij de productie van ammoniak, een hoofdingrediënt van kunstmest.

Het zijn bovendien bruto emissies, vertelt Gunter. “1,4 miljoen ton daarvan wordt hergebruikt in producten; het gros gaat in kunstmest, de restanten worden bubbels in een glas Coca-Cola of Heinekenbier.” Netto komt hier dus 2,2 miljoen ton CO2 de schoorsteen uit, aldus Gunter.

Halvering van de uitstoot is ruim op tijd gerealiseerd

Onder de streep heeft de fabriek het beleidsdoel voor 2030 – een halvering van de uitstoot – dan ook ruim voor de deadline gehaald. De vraag is, hoe nu verder?

Kunstmest is niet zomaar weg te denken uit onze voedselproductie, zegt Gunter. De stikstof in mest hebben planten nodig om te groeien. Dat zit ook in dierlijke uitwerpselen, maar kunstmest stuwt die groei nog preciezer: “Zonder kunstmest heb je ongeveer dubbel zoveel grond nodig voor dezelfde opbrengst.”

Dierlijke mest heeft daarentegen één groot voordeel: het kan een kringloop vormen. Dieren eten het gras van het land, poepen dit uit en voeden diezelfde bodem weer. Maar, zegt Gunter, dat is nu niet het geval. “Nederlandse varkens eten sojavoer dat uit Zuid-Amerika verscheept moet worden. De kringloop is verre van gesloten.” In Nederland gebruiken boeren op dit moment grofweg een derde kunstmest en twee derde dierlijke mest.

“Dat stukje kunstmest zullen we nodig ­blijven hebben”, zegt Gunter. De vervuilende productie moet dan wel radicaal anders. Hij wil het ondergronds opslaan van CO2, ook wel ­carbon capture and storage (ccs), daarbij niet uitsluiten. “Is dat het antwoord? Nee, maar ­elke ton onder de grond komt in elk geval niet in de lucht.”

Bovendien hoopt Sluiskil op een besten­diger alternatief: groene waterstof. Door water te splitsen wordt het een energiedrager, en kan het worden omgezet in elektriciteit. Die splitsing gebeurt nu nog met fossiel aardgas, maar kan in de toekomst met duurzame energie. “Al in de begindagen maakte moederbedrijf Yara waterstof op waterkracht in plaats van aardgas.” Die methode bleek een energievreter en economisch niet rendabel. En dat is nu nog steeds zo, vertelt Gunter. “Voor de overgang hebben we ruim tweeduizend windmolens nodig. Voor ons is dat nu te duur.”

Met andere woorden, de techniek moet zich nog verder ontwikkelen. Hoe lang de overstap duurt, weet Gunter niet. “In Australië experimenteert Yara al voorzichtig met zogeheten elektrolyse, maar het staat nog in de kinderschoenen.”

In de verte zijn de rode en gele toren nog te zien. Erachter stijgt een rookpluim op uit de nieuwe prilfabriek. Daarin zitten stoom en CO2, zegt Gunter. “Een pluim zal je altijd houden in de industrie, maar op termijn moet die steeds witter worden.”

Vuile 15, de top-5

Twee sectoren gaan nek aan nek als de grootste uitstoters van Nederland. Een van de twee is de energiesector, met 25,1 megaton CO2 per jaar. Het gros daarvan stijgt op uit de tientallen gascentrales in Nederland. Kolencentrales vallen hier overigens niet onder, deze hebben een eigen categorie in de top-5 van vervuilers. Behalve aardgas verstoken energiecentrales hoogovengas, dat vrijkomt bij de staalproductie, en biomassa. Cluster Velsen van Vattenfall, bijvoorbeeld, stoot met hoogovengas van Tata Steel maar liefst 5,6 megaton CO2 per jaar uit. Volgens EU-richtlijnen zou dit jaar een kwart van de opgewekte energie groen moeten zijn. In 2018 was dit nog maar 7 procent.

Vervoer over land deelt de eerste plek in de Vuile 15. Transport van personen en goederen kan zich met een jaarlijkse 25,1 megaton CO2-uitstoot meten aan de energie- en industriesector. Verreweg de grootste bijdrager is het vervoer van huishoudens met 19,5 megaton CO2. Dit zijn voornamelijk auto’s – de drukte op de wegen neemt de laatste jaren weer toe volgens het CBS. Nederlandse treinen stoten sinds 2018 niks meer uit: deze rijden op windenergie. Op de weg belooft de Nederlandse overheid duurzamere brandstoffen, zoals elektrische auto’s en rijden op waterstof.

Hoewel steenkoolovens een krimpend aandeel van de Nederlandse energieportefeuille produceren – 11 procent – staan zij hoog in de Vuile 15. Energie opwekken uit kolen stoot namelijk twee keer zoveel CO2 uit als uit gas. Als de Hemwegcentrale van Vattenfall (3,4 megaton) niet in december vorig jaar was gesloten, toen het onderzoek voor Trouw nog liep, dan waren kolencentrales de onverslagen nummer 1 op deze lijst. Nu telt Nederland vier werkende kolencentrales, die de kolenstook uiterlijk in 2030 moeten stopzetten. Als alternatief worden de ovens gevuld met houtsnippers, maar de kritiek op bio­massa neemt toe; het zou meer uitstoten dan gas en kolen. Het kabinet overweegt minder stroom op te wekken uit kolencentrales of nog een centrale te sluiten om aan het Urgenda-vonnis te voldoen.

De sector is een broeikasbom, goed voor 21,6 miljoen ton broeikasgassen per jaar. Yara Sluiskil bijvoorbeeld in een uur aan aardgas verbruikt, is evenveel als 160 huishoudens in een jaar.

Een verwarmd huis, koken op gas en warm water is goed voor 16,7 megaton CO2-uitstoot per jaar. Dit brengt het gasverbruik van huishoudens op plek 5 in de Vuile 15. Nederland telt acht miljoen huishoudens, waarvan 90 procent op het gasnet is aangesloten. Dat gaat veranderen: in 2050 gaat de gaskraan dicht, staat in het klimaatakkoord. Huiseigenaren worden gestimuleerd een zuinige warmtepomp aan te schaffen en hun woning te isoleren. Daarbij moet er meer energie uit wind en zon komen, en wordt er voorzichtig geëxperimenteerd met waterstofgas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden