Kunnen groen en groei wel samengaan?

Overstroming in Maleisië, december vorig jaar.Beeld afp

Steeds meer welvaart lijkt vanzelfsprekend, maar is dat niet. De Nederlandse groei gaat ten koste van het huidige leefmilieu en dat van toekomstige generaties. De economie moet eerst vergroenen.

Nederland kent een hoge levensstandaard. Welvaart en welzijn staan op een zeer behoorlijk niveau. Zelfs in het toch al zo rijke West-Europa behoren Nederlanders tot de meest welvarende inwoners. Blijft dat ook zo? Het is lastig voor te stellen dat het anders gaat worden. Toch is die hoge kwaliteit van leven niet vanzelfsprekend. Er loeren gevaren, meldt de nieuwste Monitor Duurzaam Nederland. Deze derde monitor was vorige week onderwerp van gesprek op een symposium over groene groei.

"De hoge welvaart in Nederland is voor een belangrijk deel gebaseerd op het grote beslag op natuurlijke hulpbronnen, zoals land, bodem, water en lucht. We hebben veel vee rondlopen, veel zware industrie en er rijden veel auto's rond. We zijn ons natuurlijk kapitaal aan het verbruiken", zegt Jan Pieter Smits, projectleider van de Monitor Duurzaam Nederland en werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hij geeft als voorbeeld het verlies aan biodiversiteit. Van de oorspronkelijke hoeveelheid ecosystemen en verscheidenheid aan soorten is in Nederland al 84 procent verloren gegaan. "Bovendien zijn onze economische activiteiten nogal energie-intensief. We gebruiken veel fossiele brandstoffen. Daarom stoten we, vergeleken met onze mede-Europeanen, veel koolstofdioxide uit."

Drie Nederlanden
Er zijn lichtpuntjes. De groei in de uitstoot van broeikasgassen neemt af, de emissie van zware metalen naar het water vermindert alsook de totale afvalproductie. En dat terwijl de economie nog groeit. De milieu-efficiëntie van de productieprocessen verbetert dus. De crisis sinds 2008 heeft daar mede aan bijgedragen. Toch bungelt Nederland op milieukwaliteit en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen onderaan in de EU, zo staat in de monitor.

Een en ander heeft zijn gevolgen voor de generaties na ons. Die kunnen op grond van de huidige trends niet dezelfde welvaart genereren. Bovendien, zo benadrukt CBS'er Smits, is de hoge welvaart in Nederland mede mogelijk doordat een groot beslag wordt gelegd op hulpbronnen in het buitenland. Er zijn nog eens drie Nederlanden nodig om het ware Nederland zo welvarend te krijgen. Dat heeft gevolgen voor het milieu elders in de wereld. Die relatie is op den duur onhoudbaar.

De op het symposium aanwezige experts zijn het over een ding eens. Je moet eerst vergroenen. Daarna kun je pas weer gaan verdienen. Al kan dat laatste er ook nog bij inschieten. Maar dat is dan maar zo, want economische activiteiten mogen niet meer leiden tot uitputting van hulpbronnen en aantasting van het milieu, hier en nu, later en elders, zegt Paul Ekins, hoogleraar aan de Universiteit van Londen. "Voor opkomende economieën is dat een geweldige opgave. Kijk naar China. Dat land wil fors blijven groeien. De verwachting van de bevolking is torenhoog." Vergroenen ziet hij echter als een harde randvoorwaarde. "En daarna wellicht groeien in harmonie met de natuurlijke omgeving. Zo niet, dan verdwijnt de beschaving."

Een boer in Delano, Californië voert hooi aan zijn vee. De velden behoren groen te zijn in februari, maar de westelijke staten van de VS worstelen met droogte.Beeld epa

Afgezien van deze ethische overweging is het economisch ook verstandiger om nu al te beginnen met vergroenen. Hoe langer je ermee wacht, des te duurder de omschakeling naar een groene economie wordt. "Dus weg uit de koolstof-economie", zo vat Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de opdracht kernachtig samen. Fossiele brandstoffen, daar moet je vanaf. Zowel voor de opwekking van energie als voor het gebruik als grondstof voor vele producten. "Dat is best lastig", erkent Hajer. "We weten eigenlijk nog niet goed hoe dat moet."

Groot experiment
De Brit Ekins, econoom en wereldwijd bekend vergroeningsexpert, is dat met Hajer eens. "Een groene economie is zo nieuw dat we niet weten hoe die eruit zal zien. Het is een groot experiment. Maar dat is elke transitie. Kolen bijvoorbeeld hebben miljoenen jaren in de grond gezeten, voordat we erachter kwamen dat ze als brandstof en dus als basis van energie konden dienen. Iets dergelijks zal weer gebeuren. We moeten op zoek naar hulpbronnen waarvan we nog niet doorhebben dat ze als hulpbronnen kunnen dienen."

Een punt op de horizon zetten, helpt. Maar vertellen waar we naartoe moeten, heeft wel zo zijn beperkingen, werpt Hajer tegen. "Neem de focus op 2020, zoals bij het Energieakkoord. Over een kleine tien jaar moeten er veel windmolens bijkomen om ons energieverbruik te verduurzamen. Zo'n focus maakt bijziend. Want dan ga je windmolens neerzetten met de technieken van vandaag. Die zijn over tien jaar allang verouderd.

"Je moet eigenlijk al beginnen te kijken naar 2050 en plekken reserveren voor windmolens met technieken die we nog niet kennen. Die technieken zullen een stuk efficiënter zijn dan de huidige."

Hajers overweging is dus niet te streven naar een maximaal aantal windmolens op de korte termijn, maar naar een optimaal aantal. Daarbij rekening houdend met innovaties in de komende decennia. Hij brandt daarbij zijn handen niet aan wat dat optimum zou moeten zijn. "Dat moet de politiek bepalen." Meer inzetten op innovaties zal in ieder geval helpen. "Een sneller oplopende leercurve is nodig. Hoe meer geld we steken in innovatie, des te sneller kunnen we de technieken van morgen en overmorgen voor ogen hebben. De 100 miljoen die er nu wordt ingestoken is prima, maar steekt wel schril af tegen de miljarden waarmee de huidige duurzame technieken via de stimuleringssubsidies worden gefinancierd."

Publiek goed
Ook daar is het optimum nog niet bereikt, wil Hajer zeggen. De PBL-directeur wijst daarbij op de noodzaak van draagvlak onder de bevolking. "Acceptatie door het publiek van nieuwe technieken is van groot belang. Er moet meer aandacht voor komen, het moet een serieus onderwerp zijn in beleidsplannen. Pas dan zullen windmolens ook winstmolens worden."

De overheid heeft een cruciale rol. Zeker als het gaat om een belangrijke pijler als geloofwaardigheid, vindt ook Ekins. "Een wereld zonder fossiele brandstoffen is een zaak van algemeen belang, een publieke zaak. Dat kan alleen door publiek beleid worden bereikt. Laat het dus niet over aan de markt alleen. Marktpartijen hebben geen oog voor externe effecten - milieuvervuiling, gezondheidsproblemen - van hun hang naar uiterste efficiëntie. Geld verdienen is prima, maar er moet oog zijn voor de gewenste publieke goederen. Een wereld die niet drijft op koolstof, te bereiken met ecologische innovaties, is zo'n publiek goed."

Lagere landbouwopbrengsten
Zijn groen en groei wel met elkaar te verenigen, vraagt milieuadviseur Jan Paul van Soest zich af? "Welvaartsgroei wordt klassiek uitgedrukt in de toename van het aantal goederen en diensten in een jaar. Er wordt niet gekeken of producten en diensten publiek wel wenselijk zijn. Groei levert daarom altijd een spanning op met milieu. Het risico van groei wordt altijd bij het milieu gelegd. Als wordt gesproken over groene groei, dan wordt die spanning weggemasseerd. Wat mij betreft leg je eerst je milieudoelen vast. Als binnen die grenzen nog welvaartswinst is te boeken, dan is dat meegenomen. Er wordt daarbij veel vertrouwen gesteld in nieuwe technologieën. Ik wil eerst zien of die ook echt werken."

En als ze niet werken, is welvaartverlies de consequentie. Van Soest: "Dat is een lastige boodschap, maar dat is dan maar zo."

Paul Ekins wijst er nog op dat doorgaan met de huidige manier van werken ook welvaartsverlies oplevert. "Neem alleen al de recente gevolgen van klimaatverandering. Grote branden in Rusland hebben ervoor gezorgd dat zijn bruto nationaal product (bnp) met een procent is gezakt. Droogte in de VS zorgt voor fors lagere landbouwopbrengsten met hogere prijzen als gevolg. Enorme overstromingen in Thailand deden de welvaart in dat land, uitgedrukt in bnp, met liefst 9 procent dalen. Drie recente pregnante voorbeelden, die mij zeggen dat duurzame ontwikkeling de enige weg is."

De Monitor

De Monitor Duurzaam Nederland 2014 is de derde monitor met dit onderwerp. Het project wordt gedragen door het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau. De monitor is in te zien op www.monitorduurzaamnederland.nl

Paul Ekins is hoogleraar hulpbronnen- en milieubeleid aan het University College Londen. Hij is daar ook directeur van het Instituut voor duurzame hulpbronnen. Zijn werk is te vinden op Why Green Economy?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden