JELLE'S WEEKDIER

Koraal kweken, een zure paradox

Beeld Koninklijke Burgers' Zoo

Nederland, zo las u deze week in de krant, kweekt en exporteert koraal. Dat is nog eens iets anders dan varkens, kaas en bloembollen. Het kweken van koraal is geen bio-industrie en desondanks schijnt ons land op dit gebied wereldleider te zijn. 

Koralen zijn eigenlijk kieskeurige zeeanemoontjes die zich niet zomaar op de kale rotsen willen vestigen, maar die liever hun eigen huisvesting produceren. Van kalk. Dat kan in de vorm van een eenvoudige kalkschijf waar dan één solitair koraaldiertje op leeft, of van een ingewikkeld samenstelsel waar de poliepen in vaak grote aantallen op leven en zo een kolonie vormen. Die kalkstructuren kunnen uitgroeien tot enorme riffen. Hoewel er ook koudwaterkoralen bestaan, voelen de meeste koralen zich in warmere wateren thuis.

Koraal behoort tot de holtedieren, de Cnidaria. Dat is een grote groep dieren waartoe ook de kwallen behoren, de zoetwaterhydra’s en de zeeanemonen. Het bouwplan van holtedieren is nogal simpel: een gelatineuze zak die een holte omsluit en die aan de rand is voorzien van tentakels met ­netelcellen. De holte, waaraan de holtedieren hun naam ontlenen, is de centrale ruimte waarin het voedsel wordt verteerd, zuurstof opgenomen en aan de voortplanting gewerkt. Tussen de tentakels zit één opening die de holte met de buitenwereld verbindt en die tegelijkertijd mond en anus is. Dat is klaarblijkelijk handig (voor holtedieren dan, voor hogere dieren zoals de gewervelden zou het minder handig zijn – ik moet er zelf althans niet aan denken).

Eencellige algen

Verder is een holtedier zeer eenvoudig van uitvoering. Er is een simpel zenuwstelsel aanwezig, verder ontbreekt zo ongeveer alles. Er is geen darmkanaal, geen bloedvatstelsel, geen geraamte, amper spieren en geen brein. Om in leven te blijven, maken de meeste koralen gebruik van een vorm van innige samenwerking, een symbiose, met eencellige algen, zogenoemde zoöxanthellen, die letterlijk in het koraaldiertje leven en middels fotosynthese voedingsstoffen en zuurstof produceren. En passant geven ze vaak ook kleur aan de koralen. Zonder ­deze zoöxanthellen was koraal kleurloos. Het bekende bleek worden van koraal (‘coral bleaching’), dat vaak de voorbode is van het afsterven van de kolonies en zelfs hele riffen, is gevolg van het teloorgaan van deze eencellige gastarbeidertjes.

De betekenis van koraal voor onze planeet kan niet snel worden onderschat. Riffen leggen CO2 vast, ze beschermen kustgebieden tegen hoge golfslag, en bovendien bieden ze een leefomgeving voor een onnoemelijk aantal soorten vissen, garnalen en ander zeeleven. Koraalriffen dragen daarmee in belangrijke mate bij aan de biodiversiteit op aarde. Maar – ik word eentonig – het gaat met het koraal niet zo goed, vandaar ook de kweek ervan in Burgers’ Zoo. Er is sprake van een letterlijk zure paradox: koraal, dat CO2 fixeert in de vorm van kalkriffen, lijdt onder de verzuring van de oceanen door de toename van datzelfde CO2 in de atmosfeer. Dus terwijl koraal (in bescheiden mate) bijdraagt aan de verwijdering van CO2, gaan ze nu aan een teveel ervan ten gronde. Dat is toch jammer. Of het kweken van koraal veel zal helpen valt nog te bezien, maar het streven is nobel.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden