Koninklijke aanpak van natuur

Van Vollenhoven: Natuurdossiers worden ervaren als 'pijndossiers' en het natuurbehoud dreigt steeds meer te verzanden in juridisch steekspel. Beeld Amke, HH

Pieter van Vollenhoven komt vandaag met zijn visie op het natuurbeleid. Hij ordent het Nederlandse groen en neemt afscheid van de subsidies.

Hij liep er al een tijd mee rond, schijnt het. Pieter van Vollenhoven zag namelijk dat de wirwar van natuurgebieden met allemaal een andere status en een eigen subsidietje, wel erg lijkt op de rommelige situatie die hij begin jaren tachtig aantrof bij de Nederlandse monumentenzorg.

Net als toen bezuinigt de rijksoverheid enorm. Ditmaal op natuur, terwijl er juist sprake is van achterstallig onderhoud. Als die vicieuze cirkel niet wordt doorbroken, 'stort' de natuur straks in, zoals de monumenten al afbrokkelden toen Van Vollenhoven aantrad als voorzitter van het Nationaal Restauratiefonds in 1985.

Dus vroeg Van Vollenhoven een gesprek aan met Sharon Dijksma, de staatssecretaris van economische zaken. Zij bleek zo aangenaam verrast door de betrokkenheid van dit lid van het Koninklijk Huis, dat zij hem opdracht gaf te onderzoeken of het natuurbeleid kan leren van het monumentenbeleid.

Van Vollenhoven riep de hulp in van hoogleraar natuurbeleid Joop Schaminée en André van der Zande, directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Met z'n drieën schreven zij de nota 'Monumenten, inspiratiebron voor natuur' die in kleine kring al rondging, maar vandaag het daglicht ziet.

Financieel tekort
Voordat Van Vollenhoven ideeën oppert die het natuurbeleid moeten voorttrekken, refereert hij in zijn nota nog even aan de erbarmelijke situatie waarin stenen monumenten in de jaren tachtig verkeerden. Doordat de rijksoverheid toen fors bezuinigde op het subsidiebudget voor de restauratie van rijksmonumenten, ontstond er een financieel tekort voor de monumentenzorg.

Dat bleef niet zonder gevolgen, schrijft de echtgenoot van prinses Margriet. Maar liefst 40 procent van dat stenen erfgoed bleek halverwege de jaren negentig in slechte staat te verkeren. Hetzelfde is er volgens hem in de Nederlandse natuur aan de hand. Ook hier is sprake van 'zwaar achterstallig onderhoud'. In de gebieden waarvoor Nederland de internationale verplichting heeft de kwaliteit van de natuur te verbeteren, lukt dat Nederland in slechts 45 procent van de gevallen.

Wat dat betreft is Van Vollenhoven somberder dan Dijksma in haar positief gestelde Natuurvisie van vorige week. Daarin scheen vooral de zon. Maar om in de toekomst wel aan de verplichtingen te kunnen voldoen, zijn toch echt investeringen nodig, leest hij de staatssecretaris de les. Er moet niet alleen extra geld komen voor beheer, er dient ook natuur hersteld te worden en nieuwe natuur te worden aangelegd.

Staatssecretaris van economische zaken Sharon Dijksma kijkt rond in het Ilperveld. Beeld anp

Het mooie van de notitie van Van Vollenhoven is dat hij ook een plan van aanpak presenteert, dat weliswaar rekening houdt met de begroting van de staatssecretaris maar tegelijkertijd méér ruimte biedt voor nieuwe investeringen. De vraag is gerechtigd waarom de ambtenaren van Dijksma zelf nooit met zo'n plan zijn gekomen. Het antwoord is er ook. Binnen het ministerie is de blik zo gericht op de bezuinigingsdoelstellingen en een overheid die zich terugtrekt, dat de creativiteit blijkbaar van buiten moet komen. Vanuit het Koninklijk Huis.

Einde aan de wirwar
Het plan van Van Vollenhoven kent twee pijlers: allereerst moet er wat hem betreft een einde komen aan de wirwar van kleine, middelgrote en grote reservaten en natuurgebieden die allemaal andere statussen, subsidies en beheersplannen hebben. Niemand weet nog wat natuur is. Dat zicht is er niet beter op geworden nu Dijksma in haar Natuurvisie schrijft dat zelfs de moestuin natuur kan zijn.

"We zien als het ware door de bomen het bos niet meer", schrijft Van Vollenhoven. Zeker nu de rijksoverheid een deel van de zeggenschap voor natuur aan de provincies heeft overgedragen, terwijl de rijksoverheid verantwoordelijk blijft voor de internationale doelen die aan die gebieden kleven. "De natuurdossiers worden ervaren als 'pijndossiers' en het natuurbehoud dreigt steeds meer te verzanden in een technocratische aanpak en een juridisch steekspel", vat hij in kloeke taal samen.

Van Vollenhoven stelt daarom voor om net als in de monumentenzorg de natuur in drie categorieën onder te verdelen. Voortaan moeten we spreken van rijksnatuurmonumenten, provinciale natuurmonumenten en gemeentelijke natuurmonumenten, met navenant het rijk, de provincies en de gemeenten als 'zorgdragers'. "Zoals iedereen het vanzelfsprekend vindt dat het Rijk garant moet staan voor het Paleis op de Dam, zo moet ook het behoud van natuurgebieden als het Fochteloërveen of de Biesbosch ons allemaal ter harte gaan."

Rijksnatuurmonumenten moeten wat hem betreft van nationaal belang zijn, er moeten internationale verplichtingen gelden of er moet sprake zijn van internationaal grensoverschrijdende belangen, zoals dat in de Waddenzee of Noordzee het geval is. De bevoegdheid voor het aanwijzen van rijksnatuurmonumenten komt bij het Rijk te liggen, terwijl de provincies de provinciale natuurmonumenten aanwijzen en de gemeenten op lokaal niveau partners en bedrijven warm kunnen maken voor natuur in en net buiten de stad.

Nog vooruitstrevender is Van Vollenhovens voorstel voor een andere wijze van financieren. Wat hem betreft moet er meer particulier geld voor natuur vrijkomen door met voordelige leningen te werken die worden verstrekt aan de eigenaren van natuur. Dat kunnen landgoedeigenaren zijn, maar ook collectieven van boeren of burgers.

Leningen met lage rente
Bij de instandhouding van stenen monumenten wordt zo al gewerkt. In de jaren tachtig is in die sector een leningenstelsel ingevoerd, naast het subsidiestelsel. De financiële basis voor dit stelsel is oorspronkelijk afkomstig uit de subsidiepot, en ondergebracht in het Nationaal Restauratiefonds, waarvan Van Vollenhoven destijds voorzitter werd.

Dit is een zogenaamd 'revolverend' fonds, slecht Nederlands voor het Engelse 'Revolving Fund'. Uit dit fonds worden in plaats van subsidies, leningen verstrekt met een lage rente. Rente en aflossingen vloeien terug in het fonds en zijn weer beschikbaar voor nieuwe leningen. Zo houdt het 'ronddraaiende' fonds zichzelf in stand.

Het fonds is voor eigenaren van monumenten aantrekkelijk omdat ze rentekosten weer kunnen aftrekken van de belastingen. Zo'n 70 procent van alle rijksmonumenten wordt op dit moment onderhouden en gerestaureerd via dit leningenstelsel. In geld uitgedrukt wordt 70 procent van het budget uitgekeerd als subsidie en 30 procent als lening.

Duurzame oplossing
Hetzelfde zou volgens Van Vollenhoven in de groene wereld kunnen gebeuren. Zijn betoog sluit naadloos aan bij het pleidooi van Marc van den Tweel, algemeen-directeur van Natuurmonument, die vorige week in Trouw de term 'mede-eigenaar' herintroduceerde. Net als in de tijd van Jac. P. Thijsse en het ontstaan van Natuurmonumenten moeten wat hem betreft burgers weer samen natuur opkopen, slechts ondersteund door een professionele natuurorganisatie. Het model dat Van Vollenhoven in zijn plan schetst, sluit daar naadloos op aan.

Van Vollenhovens fonds is op nationaal, maar ook provinciaal en lokaal niveau in te richten en vormt een duurzame oplossing, schrijft hij. Het geld is namelijk niet weg en de middelen in het fonds zijn buiten de rijksbegroting geplaatst, waardoor ze niet langer afhankelijk zijn van de politieke waan van de dag. Die zekerheid stimuleert volgens Van Vollenhoven eigenaren te investeren.

Een heldere indeling van de natuur en 'ronddraaiende fondsen' die goedkope leningen verstrekken, het moet de natuur vérder helpen, vindt Van Vollenhoven. Al blijft er rijkssubsidie nodig. Maar alleen voor de rijksnatuurmonumenten, als het aan hem ligt, en de vanzelfsprekendheid verdwijnt. Natuurorganisaties moeten in het vervolg in een aanbestedingsprocedure aantonen dat zij echt de goedkoopste zijn.

Rijksnatuurmonument

De Commissie Van Vollenhoven vindt dat de volgende gebieden voldoen aan de criteria voor Rijksnatuurmonument. Zij kunnen als enige nog in aanmerking komen voor rijkssubsidies.

- De huidige 165 internationaal beschermde Natura 2000-gebieden
- De 63 beschermde natuurgebieden die buiten Natura 2000 vallen.
- De twintig Nationale Parken
- Vier landschappen die het provinciale belang overstijgen en aangemeld zijn bij Unesco, te weten De Limes, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de Beemster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden