BoekbesprekingGeneeskrachtige kruiden

Kloek werk over 150 inheemse en geneeskrachtige kruiden

Beeld uit 'Historia naturalis'.

De Vlaamse bioloog en gepensioneerd hoogleraar in Gent, Marcel De Cleene, is expert op het gebied van giftige planten. Nu schreef hij een naslagwerk over kruiden die geneeskrachtig zijn. 

Het een loeier van een boek, de ‘Historia Naturalis’, maar een groot plezier om te lezen en door te bladeren. Al was het maar voor de prachtige plantenaquarellen uit negentiende-eeuwse kruidenboeken die erin staan.

Bijna 700 pagina’s feiten en wetenswaardigheden over een selectie van 150 inheemse planten. Van absintalsem tot zwarte nachtschade, en de 148 planten ertussen, worden besproken in dit kloeke naslagwerk over de geschiedenis van de kruidengeneeskunde in de Lage Landen. Het boek wil de lezer inzicht bieden in de geneeskrachtige toepassingen van kruiden door de eeuwen heen.

De auteur is de Vlaamse bioloog en gepensioneerd hoogleraar in Gent, Marcel de Cleene, die veel meer naslagwerken schreef en expert is op het gebied van giftige planten. De Cleene heeft bij het samenstellen van dit referentieboek oude naslagwerken gebruikt. Zoals het beroemde 37-delige werk, de ‘Naturalis Historia’, van de Italiaanse amateur-wetenschapper Plinius de Oudere (die leefde van 23 tot 79 na Chr.). De auteur heeft de titel van zijn boek ontleend aan dat werk van Plinius. Maar er zijn ook andere antieke geschriften gebruikt om de oude kruidenkennis in het Nederlandse taalgebied te beschrijven.

Bij elk kruid is in een tabel precies na te gaan hoe de plant door de eeuwen is toegepast op zieke of kwakkelende organen. Ook huishoudelijke toepassingen van kruidenplanten – zoals het bestrijden van ongedierte, het stremmen van melk, het maken van kleuren – worden behandeld.

Aan het eind van zijn dikke pil, breekt De Cleene een lans voor de kruidengeneeskunde. Er zijn rond de werkzaamheid van kruiden voor talloze aandoeningen altijd veel indianenverhalen geweest, oude meesters werden kritiekloos nagepraat, er waren charlatans en kwakzalvers die kruiden misbruikten. Maar in sommige gevallen heeft het medicinaal gebruik de geschiedenis overleefd, aldus De Cleene, domweg omdat kruiden vaak wel degelijk werkzaam zijn.

Hij noemt de voorbeelden van absintalsem, cichorei, sint-janskruid, klein hoefblad, tijm en weebree, kruiden die nog altijd worden toegepast bij uiteenlopende aandoeningen. Niet voor niets sturen farmaceutische bedrijven wetenschappers naar afgelegen gebieden om lokale sjamanen, toverdokters en andere genezers te ondervragen over hun kruidenkennis. De Cleene pleit voor nieuwe wetenschappelijke studies met moderne analyse- en testtechnieken naar de werkzaamheid van kruiden.

De Historia Naturalis, Marcel de Cleene, 682 blz. Uitg Sterck en De Vreese, Lubbeek (B), 49,99 euro.

Een behapbaar boek over het klimaat dat misverstanden uit de wereld helpt

omslag wat iedereen zou moeten weten bart verheggenBeeld x

De titel heeft iets belerends. ‘Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering.’ Dat is ongetwijfeld voer voor cynici, die op basis van alleen de kaft al kunnen zeggen: dit boek is geschreven door een ‘klimaatdrammer’, die ons zijn eigen waarheid oplegt. Wie de gisteren verschenen bundel leest, kan nooit met zo’n verwijt op de proppen komen. Dit boek draait niet om persoonlijke ideeën over het klimaat en CO2-uitstoot. Laat staan dat Bart Verheggen voorschrijft wat ‘we’ wel en niet mogen doen, om te zorgen dat de aarde op termijn leefbaar blijft.

Verheggen, klimaatwetenschapper en docent, doet vooral wat een expert betaamt: de feiten noemen en verklaren, zonder daarbij onzekerheden te negeren. Want open eindjes zijn er best in de klimaatwetenschap, schrijft hij. Onzekerheden zijn nu eenmaal inherent aan de wetenschap. Dat neemt niet weg dat de bewijsstukken over klimaatverandering staan als een huis. Verheggen slaagt erin om dat bewijs kort samen te vatten. ‘De aarde warmt op; dat komt door menselijk handelen; hoe meer opwarming, des te groter de risico’s; er zijn manieren om die risico’s te beperken.’

Geen tips voor thuis

Bij dat laatste punt, de oplossingen voor het klimaatprobleem, hoeven lezers geen tips voor thuis te verwachten. Het boek gaat vooral in op de systematische veranderingen die nodig zijn om het klimaat te redden. Dat is vooral het pakkie-an van overheden en bedrijven. Die kunnen schone energietechnieken ontwikkelen of vervuilende activiteiten uit de markt prijzen. Elk individu kan zelf ook groener leven, maar burgers zijn volgens de analyse van Verheggen niet bij machte om de vervuilende wereld anders in te richten.

Alles is behapbaar geschreven. Aan wat taaie kost ontkom je natuurlijk nooit als het over het klimaatvraagstuk gaat. Interesse in zowel technische als politieke kwesties rond de CO2-problematiek is een must. Prettig is dat Verheggen misverstanden over het klimaat uit de wereld helpt, zonder dat hij de (drog)redeneringen van klimaatsceptici centraal stelt.

Dit boek biedt Verheggen eindelijk, terecht, de ruimte om op te tekenen hoe het zit met het klimaatprobleem. Daar komt hij op zijn blog ‘Klimaatveranda’ al jaren nauwelijks aan toe. Op die blog is Verheggen, met collega-wetenschappers, vooral druk om leugens en misvattingen van sceptici te ontkrachten.

‘Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering’, Bart Verheggen, uitgeverij Prometheus, 200 pagina’s

Er waren hoogtepunten, maar de reis stemde hem niet vrolijk

Bijna 2000 kilometer in anderhalf jaar liep schrijver/journalist Caspar Janssen door Nederland. Van die voettocht deed hij in 2017 en 2018 bijna dagelijks verslag in de Volkskrant, 300 miniatuurtjes over wat hij onderweg zag en beleefde.

Een mooie selectie van de krantenstukjes is gebundeld in ‘Caspar loopt’. Tweede druk inmiddels, wandelen is behoorlijk populair in Nederland. En Nederland is ook nog eens een prachtig wandelland. Janssen koos niet de toeristisch gebaande paden op zijn lange tocht, hij liep door prachtige natuur en door verkavelde maisvlakten, door lege polders met eentonig betongras, langs raamloze blokkendozen op winderige industrieterreinen, door energielandschappen met zwiepende windturbines en glinsterende zonnepanelen én door stralende coulissenlandschappen met grazend vee en kruidenrijk weideland.

Hij zag onderweg vooral hoe natuur en landschap in Nederland ondergeschikt zijn geworden aan het agrarische verdienmodel, het vliegwiel van de vooruitgang, waar sloten, houtwallen, bloemrijke weilanden en bomensingels zijn verdwenen. Het maakte hem somber. Hij trof ook boeren die tegen de heersende wind in de natuur centraal stellen in hun bedrijven en daar een goed belegde boterham aan overhouden. Het stemde hem hoopvol. Het keerpunt is nabij, denkt Janssen – als het nog maar niet te laat is.

Postzegellandje

Dat de krant zijn journalistieke plan – een voettocht door Nederland met een dagelijks verslag – omarmde, vindt Janssen nog steeds heel bijzonder. Hij wilde het landschap een jaar lang intensief ervaren, het werd anderhalf jaar. Want in één jaar zijn zelfs de twaalf provincies van postzegellandje Nederland niet simpel te voet te doorkruisen. Brabant, Limburg, Zeeland en Utrecht kwamen er wat bekaaid van af.

Caspar Janssen sluit het boek af met zijn visie op landbouw, landschap en natuur – een krachtige nabeschouwing op zijn tocht. Hij stelt vast dat de harde scheiding tussen landbouw en natuur, decennialang leidend beginsel van het Nederlandse landbouwbeleid, uiteindelijk het landschap niet zal redden.

De reis stemde hem niet vrolijk. Natuurlijk, er waren veel hoogtepunten. Zoals die dag in de uiterwaarden bij Neerijnen, waar hij zich vergaapte aan groepjes kneutjes en putters en een jubelende veldleeuwerik, in het rivierenlandschap waarin de meidoorns in volle bloei waren. Maar Janssen zocht ook het boerenland op, dat de helft van het grondgebied op het platteland beslaat. Hij rekent uit dat er van serieuze natuur in Nederland nog maar 7 procent over is, productiebossen niet meegerekend. Zelfs die 7 procent lijdt onder stikstof en te lage waterstanden ten gerieve van de landbouw.

Kinderen zien geen veldleeuweriken

‘Wat al is verdwenen, zie je niet’, schrijft Janssen somber in zijn analyse. Kinderen zien geen veldleeuweriken, dus verwachten ze die ook niet meer, stelt hij, verwijzend naar een recente Britse studie die aantoonde dat de herinneringen aan een rijkere natuur vooral bij jongere mensen snel vervaagt. Je went eraan, dat je minder weidevogels en insecten ziet.

Er is domweg te weinig natuur over, concludeert Janssen. Het moet anders in de landbouw: minder intensief, minder dieren, stoppen met het gesubsidieerd produceren van bulkproducten, zorgen dat mest weer een waardevol product wordt voor het telen van gewassen. Volgens Janssen kan Nederland morgen al kiezen voor een landbouw die samengaat met de natuur. We moeten het alleen willen.

Lees ook: 

 Is dit het landschap dat we willen?

Nederland verdoost, versnippert, verglinstert en verwaait. Dat moet anders, vindt het Planbureau voor de Leefomgeving. Het landschap moet leidend worden in het beleid.

‘Nederland moet grote stappen zetten om soorten te beschermen’

Minstens 30 procent van land en zee wereldwijd moet in het nieuwe decennium worden beschermd om massaal uitsterven van planten en dieren te vermijden.Dit staat in de ontwerptekst voor de VN-top over biodiversiteit die in oktober in de Chinese stad Kunming wordt gehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden