null Beeld

Groene claimCO2-compensatie

Klimaatneutrale zuivel: het klinkt haast te mooi om waar te zijn. Of is zuivelgigant Arla gewoon goed bezig?

Klimaatneutrale zuivel, het klinkt haast te mooi om waar te zijn. Is het dat ook, of is zuivelgigant Arla gewoon goed bezig?

De milieubelasting van vlees eten staat inmiddels amper meer ter discussie. Voor ham, kip en biefstuk gaat in Zuid-Amerika regenwoud tegen de vlakte, om soja te verbouwen dat verdwijnt in veevoer. Bij de productie van vlees komen daarnaast de zware broeikasgassen methaan en lachgas vrij.

Voor zuivel gelden vergelijkbare bezwaren. Als je de milieu-impact substantieel wilt verlagen, ben je al snel aangewezen op het compenseren van CO2-uitstoot. Dat is precies wat zuivelfabrikant Arla sinds kort doet, bovenop het verlagen van die uitstoot. Het bedrijf claimt klimaatneutrale zuivel te verkopen, om te beginnen met de biologische varianten.

In Nederland is 21 procent van het zuivelaanbod van Arla biologisch. De overige 79 procent zuivel is dus biologisch noch klimaatneutraal. Wel is Arla volgens mvo- en communicatiemanager Marja Vermeulen marktleider biologische zuivel in Nederland. “Wereldwijd is Arla Food de grootste producent van biologische zuivel.”

De zuivelpakken van Arla zijn van ongebleekt katoen. Beeld
De zuivelpakken van Arla zijn van ongebleekt katoen.

Tussen 2005 en 2020 verminderde het bedrijf de CO2-uitstoot met een kwart, ­ondanks een verdubbeling van de productie. Dat kon door investeringen in hernieuw­bare energie, duurzamere verpakkingen en geoptimaliseerde en zuinigere logistiek. Toch blijft de milieubelasting van de melkveehouderijen doorslaggevend, met een aandeel van 77 procent in de totale CO2-uitstoot van Arla’s activiteiten. Daarvan komt 80 procent voor rekening van methaan (koeienboeren en -scheten) en lachgas (uit mest).

Arla's plannen komen ambitieus over

Om deze uitstoot te compenseren, investeert Arla in projecten in Brazilië, Indonesië, Kenia en Oeganda, waarin boskap wordt tegengegaan en nieuw bos aangeplant. Elk project wordt gecontroleerd door de Verified Carbon Standard (VCS), met de aanvullende voorwaarden van de Climate, Community and Biodiversity Standard. Die laatste let onder meer op de rechten van ­inheemse volkeren en de betrokkenheid van de gemeenschap bij het project.

Deze aanpak kan de goedkeuring wegdragen van Paulien van der Geest, woordvoerder van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. “De VCS komt goed uit onze Keurmerkenwijzer. Bovendien komen de plannen van Arla voor een overgang naar duurzame zuivelproductie ambitieus over. Ze hebben een langetermijnplan met tussenstops in 2030 en 2050, inclusief wetenschappelijke onderbouwing.”

Van der Geest is blij met alle duurzame stappen die bedrijven nemen. “Voeding vormt 20 tot 25 procent van de CO2-voetafdruk van consumenten, zuivel vormt een derde van de klimaatbelasting van eetbare veeteeltproducten. Het verminderen of compenseren van broeikasgasemissies kan veel schelen.”

Contra-intuïtief

Toch kleven er haken en ogen aan CO2-compensatie. Zo berekenden onderzoekers van het Öko Institut in 2016 dat de CO2-opbrengst van 98 procent van de compensatieprojecten in de EU te ruim was geschat. Daar komt bij dat keurmerkinstanties geld verdienen aan de uitgifte van CO2-certificaten en de goedkeuring van compensatieprojecten, zoals Trouw eerder schreef. Ook ­bestaat het risico dat CO2-credits dubbel worden geteld. Onder de VCS wordt dat (deels) ondervangen door elk certificaat een uniek identificatienummer te geven.

De redenering achter compensatie lijkt soms ook contra-intuïtief. Zo moeten projecten die Arla in Brazilië (en deels Indonesië) steunt ontbossing voorkomen. Bos dat blijft staan, levert volgens internationale ­afspraken CO2-credits op. “De bossen liggen in gebieden waar ze gekapt of verbrand zouden worden,” zegt Vermeulen. “Dan komt de opgeslagen koolstof van tientallen tot honderden jaren in één keer vrij. Compensatie door bos niet te kappen is dus niet gek, maar hard nodig.”

Arla werkt nog op andere manieren aan het verminderen van de milieubelasting. De zuivelpakken van het bedrijf zijn van ongebleekt karton en hebben geen plastic coating aan de buitenkant (wel aan de binnenkant). Ongebleekt karton kan volgens Roland ten Klooster, hoogleraar verpakkingsontwerp en -management aan de Universiteit Twente, 10 tot 40 procent CO2-uitstoot schelen ten opzichte van gebleekt karton. “Hoewel alle besparing is meegenomen, zit ongeveer 2 procent van de CO2-uitstoot van een zuivelbedrijf in de verpakking.”

Liever suikerbietenpulp dan mais

Imke de Boer, hoogleraar Dieren & Duurzame Voedselsystemen aan de Wageningen Universiteit, wijst erop dat koeien netto producenten zijn van broeikasgassen zoals methaan. “Dat komt juist omdat ze, in ­tegenstelling tot mensen, vezelrijk voedsel als gras kunnen verteren.”

Met minder vezelrijk voedsel zoals mais of soja daalt de methaanuitstoot volgens De Boer wel enigszins, maar de teelt van deze gewassen concurreert met voedselproductie voor mensen. Wereldwijd wordt 40 procent van het beschikbare akkerland gebruikt voor de productie van veevoer. Mais zou je dus beter kunnen vervangen, meent De Boer, door landbouwreststromen als suikerbietenpulp en bierborstel, een ­eiwitrijk restproduct uit de bierbrouwerij.

Ze pleit daarnaast ook voor het halveren van de consumptie van dierlijke producten in Nederland. “Zuivel en vlees kunnen een rol spelen bij een gezond dieet, maar in veel mindere mate dan nu het geval is.”

In de serie Groene Claim worden als duurzaam aangeprezen producten kritisch bekeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden